Eerlijk jongensboek

Patrouilles op vijandelijk grondgebied, bermbommen, beschietingen, raketvuur, hinderlagen, een tank die ontploft, soldaten van het eigen peloton die sneuvelen, en lijken van Talibanstrijders die geborgen moeten worden. Dat zijn volkomen alledaagse verschijnselen en begrippen in het verslag dat Niels Roelen, majoor in het Nederlandse leger, uitbracht over de maanden dat hij deelnam aan ‘de missie’ in Uruzgan.

Het lijkt waarachtig wel oorlog daar, in die verre uithoek van Afghanistan! En dat is het natuurlijk ook, al werd en wordt daar door de verantwoordelijke bewindslieden en politici aan het thuisfront niet graag de nadruk op gelegd. Als ik me de berichtgeving uit die eerste periode goed herinner, kwam het anno 2005 zelfs als een schok dat er überhaupt doden en gewonden te betreuren waren aan onze kant, alsof niemand dat van tevoren had zien aankomen. Zozeer zijn wij kennelijk gewend geraakt aan de newspeak van de moderne oorlogsvoering, waarin vooral sprake is van ‘vredesmissies’ en een bijdrage aan de ‘infrastructurele wederopbouw’.

Wat dat betreft, is dit een belangrijk en verhelderend boek, want Roelen draait er gelukkig niet omheen: het is menens aan dit front, zoals aan elk front, en de mannen in zijn eenheid zijn wel degelijk geharnaste beroepsmilitairen en geen per ongeluk in kogelvrije kevlar vesten gestoken maatschappelijk werkers.

Op de achterflap van dit ultieme jongensboek wordt die toon al dadelijk gezet, aan de hand van een citaat: “Vanaf het moment dat de eerste kogels hem om de oren vliegen, weet kapitein Vik de Wildt dat alles anders is dan hij zich had voorgesteld. Een jaar lang hebben zijn honderdvijftig mannen zich kunnen voorbereiden op deze missie. Toen de politiek besloot deel te nemen aan de oorlog in Afghanistan, stond hun leven ineens in het teken van dit ene doel: de uitzending. Vanaf dat moment trainden, leefden, aten en dronken ze Afghanistan.”

Kijk, dat is tenminste klare taal, en zo gaat het door, een heel boek lang.


Alleen: wie is Vik de Wildt, de hoofdrolspeler in dit verhaal?

Aanvankelijk dacht ik nog even dat kapitein De Wildt echt bestond, en dat Niels Roelen slechts had gefungeerd als zijn ghostwriter. Wat nogal verwarrend was, omdat Arnon Grunberg in zijn voorwoord geen enkel onderscheid bleek te maken tussen schrijver en hoofdpersoon. De oplossing van het mysterie is eenvoudig, verklaarde de uitgever desgevraagd: Niels Roelen put rechtstreeks uit eigen ervaring, maar koos toch voor een verslag in de derde persoon, om zijn collega-militairen niet met name te hoeven noemen.

Of ligt het ingewikkelder, en heeft het ministerie van Defensie op deze halfhartige constructie aangedrongen toen bleek dat het weblog dat Roelen op verzoek van het ministerie bijhield aanzienlijk rauwer uitpakte dan de desbetreffende voorlichters hadden voorzien?

Arnon Grunberg, die indertijd een paar dagen met de schrijver optrok, lijkt daarop te zinspelen als hij noteert: “Ik weet dat de afdeling Voorlichting van Defensie zich zorgen maakte om dit boek.” Hij vertelt de reden er niet bij, maar die laat zich raden: het kennelijke ‘plezier’ (deze typering is eveneens van Grunberg) waarmee majoor Roelen deelnam aan de vuurgevechten. Hij gaat daar zelfs naar verlangen, omdat hij zich ‘nog nooit zo springlevend heeft gevoeld’ als in het aangezicht van de dood. Het geeft hem een licht verslavende kick.

Enigszins ontluisterend, dit inkijkje in de psychologie van de frontsoldaat, maar wel eerlijk. Ik vond het een bijzondere. ervaring om een boek te lezen waarin de oorlog en de motieven om eraan deel te nemen nu eens niet mooier worden voorgesteld dan ze zijn.


Niels Roelen. Soldaat in Uruzgan. Uitgeverij Carrera. € 17,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Emma Brunt