Ontsnapping

Het is niet alleen door de vele lege bladzijden (ik tel er in de gauwigheid 34, en dat op een totaal van 159 waarvan er veel ook nog maar half met tekst gevuld zijn) dat je De ereronde van de eland, debuutroman van Thijs Zonneveld, in één etappe uitleest.

Thijs Zonneveld was, vermeldt de blurb, ‘jarenlang wielrenner’; hij schrijft dus uit ervaring. Ik hoop voor hem dat het hem niet is vergaan als de hoofdpersoon van zijn boek, een renner zonder ambities, een die zich het liefst verstopt in de schoot van het peloton.

“Noem het wat je wilt. Ambitieloos. Saai. Ongeïnspireerd. Ik noem het nuchter. Realistisch. Hoe hoger ik de lat leg, hoe groter de kans dat ik erover struikel. Ik doe niet aan ambities.”

Duidelijke taal, maar als op een goede (of moet je zeggen: kwade) dag deze grijze muis kort na de start ontsnapt aan het peloton en zijn voorsprong uitloopt tot een riante tien minuten, doet zich in- eens een ander perspectief voor. Hij is al urenlang pontificaal te zien op miljoenen televisieschermen, waaronder dat van zijn vader, die altijd klaagde dat hij nooit in beeld kwam. Nu lijkt het alsof er een motor in zijn benen zit, alsof de fiets vanzelf gaat en het de trappers zijn die zijn benen bewegen in plaats van andersom.

“Pijn is fijn,” zegt de ploegleider altijd, maar er is geen pijn: alles gaat vanzelf.

Hoewel de roman schetsmatig van opzet is, neemt Thijs Zonneveld de lezers op overtuigende wijze mee op zo’n monsterachtige rit, een anonieme etappe van de Tour de France met klimwerk van de derde en de vierde categorie, blinde bochten en vals plat. Langs de kant mannen met bierbuiken over strakke sportbroekjes en mooie meisjes. Water is nog het minst erge wat de renners over zich krijgen uitgestort; het kan ook pis zijn.

De vluchter vlucht: het is een eenzame rit. Wat er door zijn hoofd gaat, moet de schrijver niet onbekend zijn. Eerst de twijfel. Waar blijft het peloton? Hoeveel ruimte zal het hem geven? Hij weet ook wel dat het maar weinigen gegeven is om na zo’n vroege demarrage ook als eerste de finish over te gaan. Het peloton is een grommend monster, het spaart zijn krachten om straks, als de eenzame fietser zich kapot gereden heeft, toe te slaan. Wat moet je doen? Net doen of je een lekke band hebt en daarna oplossen in de massa?


Na de twijfel komt de euforie: zoals het nu gaat, moet het de laatste honderd kilometer ook nog wel lukken. Wonderlijk genoeg laat je je als lezer meeslepen in die euforie. Je gaat bijna geloven dat etappewinst voor onze voortrazende wielrenner mogelijk is, maar je weet dat dat niet zo kan zijn. Een happy end zou uiterst teleurstellend en ongeloofwaardig zijn.

In De ereronde van de eland is het wielrennen minder een fysieke dan een psychologische aangelegenheid. Toch krijgt de angst die een flinke helling in het parcours de renner inboezemt wel degelijk lichamelijke gevolgen. Verzuring tot in de oorlellen.

Hij moet door de muur, maar daar is de man met de hamer. Een wielerroman schrijf je natuurlijk niet zonder ruimhartig gebruik van clichés.

Niet zo heel lang voor de finish spoelt het peloton als een tsunami over de vluchter heen, van voorste man wordt hij laatste man met alleen de bezemwagen nog achter zich. Een droom in duigen, maar: “Vlak voordat ik in slaap val, beloof ik mezelf iets: morgen probeer ik het weer. Ik zweer het. Morgen probeer ik het weer.”

Zo eindigt dit verrassende en amusante romandebuut van Thijs Zonneveld (hij schrijft ook voor De Pers en De Muur) toch nog positief. Het is met toepasselijke vaart geschreven en biedt, behalve een kijkje in het hoofd van een wielrenner, ook een fraai portret van het wereldje om hem heen.

Zin om zelf wielrenner te worden krijg je er niet van; dat dan weer niet.

Thijs Zonneveld: De ereronde van de eland. L.J. Veen. € 14,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Frank van Dijl