Vuurwerk

Het knalt erop los in het stadion van Roda JC in Kerkrade, waar muziekgezelschappen van Brandenburg tot Brianza deelnemen aan ‘het belangrijkste evenement ter wereld voor de blaasmuzieksector’. Retteketét!

Ik ben een gitaarmannetje; heb niet zoveel met blaasinstrumenten. Mijn favoriete blazers zijn zelfs door een onfortuinlijke houtzager op de vingers van één hand te tellen: Hans Dulfer, Chet Baker, Roelof Luinge. Tijdens het Wereld Muziek Concours (WMC) in Kerkrade, waar fanfares, harmonieën, kapellen en andersoortige toetergenootschappen eens in de vier jaar om fraaie prijzen strijden, voel ik me dus bepaald geen representant van de doelgroep. Het zegt me ook helemaal niets, die verwoede strijd tussen al die nationale en internationale kopercollectieven. Ik weet van toe… Nee, die is te makkelijk.

Plaats van handeling is het vaste onderkomen van voetbalclub Roda JC. Ooit speelde die ploeg in een naar Kees Jansma vernoemd stadion – Kaalheide – en liepen de ballenjongens verplicht met een paspoort op zak. Thans zijn de geel-zwarten de trotse bewoners van een hoog ommuurde burcht waar je met de beste wil van de wereld geen bal uit kunt schieten (al zal het er bij een penalty nemende Jaap Stam om spannen!) en waar het geluid lekker in blijft hangen. Dat wil zeggen: als je van tetterende trompetten houdt – anders blijft het alleen maar hangen.

Het veld van de eredivisionist is voor de gelegenheid verdeeld in een groot aantal vakken, een procedé dat je ook ziet in weilanden waar het aloude volksvermaak Koe Schijten wordt gehouden. Kies een vak, doneer wat muntjes en hoop dan dat de kunstzinnig gevlekte herbivoor zijn darminhoud juist boven jóuw vierkante meter aan de openbaarheid prijsgeeft. Hoppa, 25 euro in de knip! Hier, in het Roda-stadion, dienen de lijnen als leidraden waarlangs de schetterende troepen moeten marcheren. En niet alleen de reguliere middenstip en strafschopgebieden zijn verdwenen, ook de doelpalen zijn uit de grond gerukt. Dat hadden ze eerder moeten doen; dan had Roda het afgelopen jaar nooit die 58 doelpunten tegen gehad.


Samenvattend: we zitten met een paar duizend man in een voetbalstadion te kijken naar een rust die zo’n vijf uur duurt. Want dat is de associatie die je als authentieke voetballiefhebber hebt. Vroeger, jongens en meisjes, werd de pauze van élke belangrijke voetbalmatch opgevrolijkt met een drumband die van links naar rechts en, aansluitend, van rechts naar links door uw beeld liep, met veel overgave de bekende mars Koning Voetbal van Willy Schootemeijer (1897-1953) over de toeschouwers uitstortend. Toeschouwers die er, zoals Philip Bloemendal altijd plechtig zei, ‘na rust eens goed voor gingen zitten’. Bij nader inzien is die mars trouwens het enige stuk koperwerk na de stuiver dat me tot tranen toe kan ontroeren. Omdat het me mee terug neemt naar een tijd dat voetbalkaartjes van karton waren, de shirts nog geen ontsierende reclameleuzen kenden, de lucht in de stadions zwanger was van warme worst en Ajax-Feyenoord nog een topper was.

Tranen zijn er vandaag ook in het Roda-stadion, bij wat in het programmaboekje zonder valse bescheidenheid ‘het belangrijkste evenement ter wereld voor de blaasmuzieksector’ wordt genoemd. Die tranen zijn er vanwege de kou – want zomeren wil het ook hier in het diepe zuiden nog niet. Door mijn tranen heen zie ik in voornoemd programma een advertentie van een arbeidstoeleidingsbureau, dat flink z’n best heeft gedaan om met een stuk proza te komen dat aansluit bij het evenement. Het is tevens de bevestiging we allemáál reclameteksten kunnen maken, als we maar niet te diep nadenken. “De één is geweldig met zijn trommel, de ander super met zijn vloerboener. Elk talent zijn instrument. Daar zit hoe dan ook muziek in.”


Ook opmerkelijk, zie ik als ik de meegebrachte laptop aanspreek, is de site van de Christelijke Drum- en Showfanfare Door Vriendschap Sterk (DVS) uit Katwijk, die zich laat lezen als de webpagina’s van een voetbalclub. “Supporters worden van harte uitgenodigd per bus of op eigen gelegenheid mee te reizen naar het Parkstad Limburg Stadion in Kerkrade. Na scherpe onderhandelingen met de busmaatschappij is DVS erin geslaagd de vervoerskosten fors omlaag te brengen.” Bandmanager Kees van Duijn: “Vele mensen dragen DVS een warm hart toe en willen graag mee naar Kerkrade. Als vereniging realiseren wij ons dat het besluit om als supporter met DVS mee te gaan naar het WMC mede afhankelijk is van het prijskaartje wat hieraan vast hangt. Dit was een reden om nog eens te kritisch te kijken of er ruimte zat in de aanvankelijk vastgestelde prijs van € 45. Wij zijn dan ook blij te kunnen melden dat, na het voeren van verschillende gesprekken, wij de prijs van de supportersreis met tien euro hebben kunnen verlagen.” Supporters die zich al eerder hebben verzekerd van een plaats in de bus hoeven zich geen zorgen te maken. Van Duijn: “Deze mensen zullen door DVS worden benaderd om afspraken te maken over terugbetaling van het teveel betaalde bedrag. Wij hopen dat de prijsverlaging veel mensen alsnog doet besluiten zich op te geven voor de supportersreis.”

Ook vandaag zijn er formaties die een eigen supportersschare hebben meegenomen, zo valt op te maken uit de spandoeken die aan de stadionhekken wapperen. De teksten daarop vormen een indicatie dat supportersgewéld bij deze wedstrijden vooralsnog een onbekend fenomeen is. Want wat te denken van het ultrabrave ‘March- & Showband Rheden hup hup hup, jullie zijn de beste club!’ Nee, Drum- en Showfanfare Jong Advendo tegen Freie Tambourvereinigung Stahl Brandenburg is nog geen risicowedstrijd! En nu we toch in de voetbalsfeer zitten: jammer dat er geen pianisten op het veld te bewonderen zijn, want dat zou toch erg fijn commentaar hebben opgeleverd. “Wibi Soerjadi op de rechtervleugel…”


Terug naar de dag van vandaag. De Mullingar Town Band uit het Ierse Mullingar betreedt de grasmat compleet met bleke, in decente rokken gestoken vendelzwaaisters. Prompt gaat er eentje onderuit, en in mijn hoofd hoor ik Astrid Kersseboom zeggen: “Dat was in elk geval niet gepland.” De heren van de Mullingar Town Band bewegen zich al lopend en trommelend over de gehele breedte van het veld, waarbij ze zich steeds weer in andere formaties presenteren, wat bij ons, het publiek, het vermoeden doet rijzen dat we moeten raden wat ze voorstellen. Voor het geval we daarover straks worden overhoord, noteer ik onder meer: een reusachtige paddestoel, een enorme horlogeknop, een tweepersoonstent, een Engelse helm uit de Tweede Wereldoorlog, de kin van Erica Terpstra voor ze radijsjes ging eten en een paling met spit. Dat collectieve Barbapapa-gedrag gaat de band dus heel aardig af. Dat er ook nog toonvast bij moet worden gemusiceerd, is een enkele trompettist eenvoudigweg te veel.

Beter doet de drumband Hasselts Fanfare uit – het zal u niet verbazen – Hasselt het, op het onderdeel ‘Mars’. “Er zitten,” zo kondigt de microfonist van dienst met onverholen enthousiasme aan, “maar liefst 25 slagwerkers in deze band. Opgericht in 1896, en wat zien ze er dan nog goed uit, mensen!” Het moet gezegd: de mannen uit Hasselt leveren een puik staaltje formatielopen af, waarbij ze en bloc het gehele oppervlak van het veld bestrijken. Jammer alleen dat je bij voorbaat eigenlijk al weet dat ze niet in de prijzen zullen vallen. Een blik in het programmablad leert namelijk dat er ook Duitsers aan de wedstrijd meedoen – en díe kunnen toch marcheren…!


Voor wat het waard is: de wedstrijden in het Parkstad Stadion spelen zich af in de categorieën ‘Mars’, ‘Marsparade’ en ‘Show’. Bij eerstgenoemd onderdeel let een deskundige jury op de onderdelen klankverhouding, klankgehalte en zuiverheid, techniek en articulatie, muzikale uitvoering, interpretatie, dynamiek, nuancering, frasering, samenspel, ritmiek, tempo, houding, paslengte, zij- en voorwaartse richtingen en onderlinge afstanden, uitvoering van de verplichte figuren, presentatie, discipline en algehele verzorging; bij de Marsparade komen daar nog eens de uitvoering van het vrije deel, showelementen, samenhang muziek en beweging bij. De Showwedstrijden kennen een jurering waar helemáál geen touw aan vast te knopen is.

De Showband Noorderveld uit Roden is zo’n gezelschap dat zich in de laatste categorie tracht te onderscheiden. De Drentenaren gaan dat doen middels hun eigen visie op de slavenopstand in Haïti, een stuk totaaltheater waarvoor men zelfs een heus kanon het veld op rolt. Vuurwerk bij Roda JC! Waar is Dick Nanninga om de kogels terug te koppen? Helaas, het schiettuig gaat niet af. De band trouwens ook niet, moet ik eerlijk zeggen. En ze hebben nog veel méér in hun mars, weet de speaker. “Deze band heeft op een streetparade eens vijftien kilometer achteruit gelopen!”

De slaven en slavinnen uit Drenthe hebben hun zwarte hielen nog niet gelicht of de volgende kapel komt het stadion alweer binnenkachelen. Het is de Show- en Drumfanfare M.E.T.R.O. uit Scheveningen – ik lijk Dick Passchier wel – met de Mars van de Russische Tankbrigade! De heren lopen strak gegroepeerd door de arena, op een manier die doet denken aan de Romeinen in Asterix. En na M.E.T.R.O. is het tijd voor het North Frisia Percussion Corps uit Dokkum, met blonde meisjes vol kippevel en een door xylofoons voortgebracht geluid dat doet denken aan de babi-pangang-sound die altijd door een Chin. Ind. Restaurant jengelt. Aansluitend – ja, we maken tempo hier in Kerkrade – wordt het gras geplet door de Christelijke Muziek- en Showband Juliana uit Amersfoort, terwijl de dames en heren van Showkorps Wilhelmina uit Sleeuwijk al staan te trappelen van ongeduld – en van de kou. Wilhelmina die Juliana opvolgt: het is de omgekeerde wereld op het WMC. En dan hebben we Showkorps Excelsior uit Delft, de Besana Marching Band uit het Italiaanse Brianza en de Showband Irene uit Ede nog te goed. Nou ja, de vijfduizend belangstellenden dan. Want ik blaas de aftocht.


Wereld Muziek Concours, nog t/m 2 augustus in Kerkrade. Voor het volledige programma: www.wmc.nl

Michiel Blijboom