Mannengeheimen

Wat speelt er in het brein van de man die vreemdgaat? En waarom maken we er eigenlijk zo’n probleem van? Een rondetafelgesprek in een Haarlemse herenclub.

“Bij dat ene meisje waar ik echt verliefd op raakte, ben ik inderdaad weleens op bezoek geweest. Ik was toch in de buurt, had ik gezegd, maar zij wist ook wel beter. Het was ’s ochtends tegen elven, en Esmée, zo heette ze, kwam net uit haar bedje en droeg een lang en uitgelubberd t-shirt waarin haar borsten heerlijk zwabberden. Nee jongens, ik heb mijn handen thuis gehouden, echt waar, al ken ik collega’s van de Hogeschool die er geen enkel geheim van maken dat ze het bed delen met studenten. Maar omdat vanavond ‘code, code, code’ geldt, wil ik nog wel iets kwijt. Toen Esmée even de kamer verliet om bij een huisgenoot iets te halen, heb ik wel even overwogen aan het onderbroekje te ruiken dat daar op de grond lag. Maar iets weerhield me er toch van.”

Er viel een stilte, en ik keek in allerlei ogen die verwarring uitdrukten, en ontzetting. Paul was ook duidelijk geschrokken van zichzelf, en die verdiende nu mijn ondubbelzinnige steun. Maar Willem, de makelaar, was me voor. “Ik ben weleens verliefd geraakt op de beste vriendin van mijn vrouw vanwege haar lijfgeur. Geen opvallend mooie vrouw verder, maar die lucht dreef me naar haar toe. Ik zei het weleens tegen een maatje van me, en die kon zich het niet voorstellen. Maar die geur was sterker dan wat ook. Het leek een beetje op speculaas, op ontbijtkoek, op vet haar. Heerlijk. Ze spuugde soms ook als ze praatte, en dan ik ging juist dichterbij haar staan om wat op te vangen.”

Ik trakteer mezelf gewoon. Ik heb geen slecht huwelijk, integendeel, ik kom niets tekort. Maar, wat ik al zeg, ik beschouw het als een extraatje. Ik heb ook geen last van schuldgevoel ten opzichte van mijn vrouw, want ik kan niet inzien wat ik nu eigenlijk verkeerd doe. Of dat het amoreel is, wat dan ook. Voor de goede orde heren, het blijft bij een beetje zoenen en voelen en duwen, penetratie is uit den boze. In beginsel, tenminste.”

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Frans van Deijl