Als zij ’t geld verdient

Meer mannen dan vrouwen worden getroffen door de recessie. Gevolg: hij achter het aanrecht, zij fulltime aan het werk. De vrouw als kostwinner – kan het gemiddelde Nederlandse gezin die nieuwe rolverdeling aan? ‘Soms maak ik geld aan hem over, zodat hij zijn medewerkers en leveranciers kan betalen.’ door Mensje Melchior, foto’s Jean-Pierre Jans

Lonneke Bindels (42) is nu de kostwinner, en dat mag iedereen weten. Als ze na een lange dag werken om half acht ’s avonds thuiskomt, heeft man Gerwin gezorgd dat het huis is opgeruimd en het eten op tafel staat. De kinderen maken er grappen over. Zo van: “Hé, mam, hoor jij niet het eten op tafel te zetten?” Lonneke: “Dan roep ik natuurlijk meteen dat ik het verdien, omdat ik het meeste geld binnenbreng.” Gerwin, zuchtend: “Niet alleen onze kinderen, ook vrienden en familie krijgen het steeds te horen. Toen ze nog juf op een basisschool was en ik goed verdiende, hoorde je mij daar toch ook nooit over?”

Maar ze kunnen samen wel lachen om Lonnekes bravoure. Gerwin: “Ze is er gewoon trots op dat ze de harde financiële klappen voor ons gezin kan opvangen. Gelijk heeft ze; zonder haar was ik waarschijnlijk allang failliet gegaan.”

Gerwin Wulms (44) en Lonneke Bindels wonen nu zes jaar samen in het Brabantse Baarle-Nassau, in een ruime eengezinswoning met een grote tuin. Allebei hebben ze drie kinderen uit een eerder huwelijk. Vier ervan wonen bij hen. Zijn dakdekkersbedrijf verkeert in zwaar weer. Gerwin heeft tien mensen in dienst en nog een paar dakdekkers die op oproepbasis werken. Hij zegt: “Ik heb geen idee of ik over drie weken weer nieuwe opdrachten heb.”

Lonneke heeft sinds kort ook een eigen bedrijf. Ze werkt als interim-directeur op basisscholen en geeft trainingen aan leerkrachten en medewerkers in de kinderopvang. “Ik draai een heel leuke omzet. Er is veel behoefte aan goede leidinggevenden in het onderwijs; ik hoef dus zeker niet bang te zijn dat ik zonder werk kom te zitten.”


Gerwin kan zichzelf soms maanden achter elkaar geen loon uitbetalen. Dan springt Lonneke bij. “Als ik zie dat hij zijn kop in het zand steekt en alweer twee maanden de rekeningen niet meer open durft te maken, dan betaal ik ze. En soms maak ik geld aan hem over zodat hij zijn medewerkers en leveranciers kan betalen.”

Lonneke en Gerwin zijn niet het enige stel waarbij de vrouw door de economische crisis de rol van kostwinner overneemt. De werkloosheid – inmiddels opgelopen tot 4,8 procent – slaat het hardst toe bij mannen onder de 45 jaar. Zij werken het meest in sectoren die de harde klappen krijgen: de transportsector, de bouw en de industrie. Bij vrouwen neemt de werkloosheid ook toe, maar minder hard. Zij hebben het geluk dat ze vaker in minder conjunctuurgevoelige branches werken, zoals de zorg en het onderwijs.

Vrouwen kunnen de financiële klappen opvangen door, al dan niet tijdelijk, de uren van hun deeltijdbaan op te schroeven. Ans Merens, onderzoekster van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), verwacht dat ze dat ook vaker zullen doen. “Vooral bij jonge gezinnen met een koopwoning komt de inkomensval bij werkloosheid hard aan. De aftrek van de hypotheekrente valt lager uit zodra je inkomen daalt. Als je nog niet zo lang op de arbeidsmarkt bent, heb je ook nog eens alleen maar voor korte tijd recht op WW. Daarna moet je je huis opeten, voordat je recht hebt op een bijstandsuitkering. De noodzaak om voor extra inkomen te zorgen is bij deze jonge gezinnen dus heel groot. Zelfs als hun partner nog niet is ontslagen, proberen vrouwen meer uren te werken.”


Ook zorgbond AbvaKabo FNV merkt dat veel vrouwen die parttime in de zorg werken, de laatste maanden meer uren willen draaien. Bestuurslid Elise Merlijn is stiekem wel blij met deze crisis. “We hebben een flink tekort aan personeel, en dat wordt de komende jaren door de vergrijzing alleen maar nijpender. Van alle werknemers in de zorg is tachtig procent vrouw, dus als we hen zover krijgen dat ze meer uren gaan en blijven werken, hebben we het probleem al voor een groot gedeelte opgelost.”

Ellen Söentken hoopt ook dat de opleving van voltijdwerk onder vrouwen structureel zal zijn. Ze schreef het boek De zeven ondeugden van vrouwelijke managers en traint vrouwen met topbanen om zich – juist door gebruik te maken van hun vrouwelijkheid – beter te handhaven in bedrijven met een machocultuur. Ze zegt: “Met een baan van 32 uur krijg je veel meer verantwoordelijkheden en uitdagende opdrachten dan wanneer je twee en een halve dag per week op de zaak bent. En hoe uitdagender je werk, hoe leuker het wordt.”

Grafisch ontwerper Marije Koopmans (31) en haar vriend Sicco Verhoef (34) verkeren al maanden in onzekerheid over zijn baan. De laatste jaren haalde Sicco een mooi salaris binnen met zijn baan als group project controller bij Oceanteam, een bedrijf dat onder andere kabels legt naar windmolenparken op zee. “De projecten die we uitvoerden, bleken ingewikkelder dan verwacht,” vertelt Sicco. “Er was meer geld nodig, maar investeerders en klanten haakten af. In februari dacht ik: er moet wel een heel groot wonder gebeuren, wil dit nog goed komen.

” In afwachting van faillissement en ontslagbrief ging Sicco naarstig op zoek naar werk, maar dat bleek ineens niet meer zo makkelijk.


Aan de houten eettafel in hun nieuwbouwhuis in Vleuten maakten Marije en Sicco een ‘overlevingsplan’. Ze besloten dat Marije zou proberen zo veel mogelijk opdrachten aan te pakken. Tegelijkertijd zetten ze spaargeld opzij, door ‘geen schoenen, gadgets en andere extraatjes meer te kopen’. Alles om de buffer op te bouwen waarmee ze Sicco’s mogelijke werkloosheid een jaar zouden kunnen uitzingen. Ondertussen brengt Sicco de kinderen naar de oppas en naar school, en haalt hij ze op. Ook doet hij vaker de was en zorgt hij geregeld voor het eten. Op het schoolplein is hij niet de enige vader in between jobs.

“Meestal staan daar de moeders en nu komen werkloze vaders ineens de kinderen ophalen. We voelen ons toch een beetje ongemakkelijk.”

Marije merkt dat de hele situatie goed is voor haar zakelijk instinct. “Vroeger wilde ik vooral opdrachten doen die ik leuk vond. Nu zorg ik eerst dat een opdrachtgever redelijk betaalt, voordat ik ja zeg. Het voelt heel goed dat ik op zo’n manier een leuk inkomen verdien.”

Het lijkt logisch dat het nieuwe kostwinnerschap van de vrouw zorgt voor gezeur over de afwas en voor relatieproblemen. Toch zeggen Marije en Lonneke Bindels dat zij die problemen nooit hebben gehad met hun partners. Lonneke en Gerwin kenden alleen wat strubbelingen over geld. Gerwin: “In het begin heeft Lonneke me weleens geld geleend dat ze eigenlijk voor de Belastingdienst opzij had gezet. Maar daar werd ze doodzenuwachtig van; ze bleef maar vragen wanneer ik het terug kon betalen. Dat doen we dus niet meer. Maar over het huishouden hebben we het nooit. Die taakverdeling was en is helemaal helder.”

Lonneke: “Ik vind het vooral een fijn gevoel dat we altijd op mijn inkomen kunnen terugvallen. Dat we dit nu doorstaan, geeft ons het gevoel dat we zo’n beetje alles aankunnen. Deze zomer gaan we met zes kinderen op vakantie naar de Verenigde Staten. Ik vind het prachtig dat zoiets nog steeds kan.”


Mooi natuurlijk, dat vrouwen het gezin uit de financiële penarie kunnen redden. Maar wat betekent het voor hun carrières? Smaakt de stap naar meer en nemen hun carrières een nieuwe vlucht? Of gaan ze meteen terug naar hun bescheiden deeltijdbaan als manlief geen WW meer hoeft te trekken?

Tijdens de crisis van de jaren tachtig vingen vrouwen ook de zware financiële klappen op, vertelt SCP-onderzoeker Ans Merens. “Tot die crisis losbarstte, bleef maar liefst tachtig procent van de vrouwen thuis zodra er kinderen kwamen, of ze werkten al niet voordat ze zwanger werden. Maar in de crisisjaren gingen ze massaal op zoek naar een parttimebaan. Dat heeft op de lange termijn voor een gigantische verschuiving gezorgd. Inmiddels is slechts 26 procent van de vrouwen die hun eerste kind krijgen, fulltime huismoeder.”

Die verschuiving verliep niet helemaal vlekkeloos, getuige het verhaal van Diny van den Bout (54). “Of ik helemaal gestoord was, dat mijn man lekker lui thuis zat terwijl ik het geld verdiende. Mijn familie vond het bespottelijk.” Diny’s man Wout werkte tot 1982 als elektricien in de bouw. Het stel had net op twee salarissen een huis gekocht toen de crisis toesloeg. “Ineens was in de bouw geen droog brood meer te verdienen. De huizenmarkt stortte tegelijkertijd in, dus verkopen kon niet meer. Toen ben ik heel hard op zoek gegaan naar een goede baan.”

Tot dan toe had Diny steeds kleine uitzendbaantjes gehad; nu werd ze cheffin op de typistenafdeling van een overheidsinstantie. “Ik dacht dat ik het niet kon, leidinggeven, maar het ging me verbazingwekkend goed af. En eigenlijk vond ik het heel prettig dat ik de kostwinner werd. Terwijl mijn man schoonmaakte en kookte, deed ik wat ik écht leuk vond. Naast mijn werk zette ik me in voor de vakbond, ging ik de lokale politiek in en deed ik allerlei cursussen en opleidingen in de avonduren. Ik heb me nooit laten afremmen.”


Maar het huwelijk werd er niet leuker op. “Ik schaamde me steeds vaker dat mijn man werkloos was. En voor hem was het ook niet goed. Hij werd neerslachtig en vond het niet leuk dat ik zoveel weg was. Toen Wout vijf jaar werkloos was, hebben we ons leven radicaal omgegooid.”

Ze verhuisden van Rotterdam naar het dorp De Pol, in Overijssel. Diny werd salesmanager bij een groothandel in dierlijke vetten en eiwitten. Daarnaast openden ze samen een indoor-skihal in Leeuwarden. In de tussentijd kregen ze ook nog een dochter. Diny: “Wout leefde helemaal op. Hij gaf skilessen, verbouwde ons huisje en nam een groot deel van de zorg voor onze dochter op zich. Maar voor mij werd het veel zwaarder. Ik regelde van alles op de skischool en had dus eigenlijk twee banen.”

Tot Diny’s grote opluchting verkochten ze twaalf jaar later de skischool en werd Wout weer huisman. Het opmerkelijke is dat Diny en Wout nu niet meer bespottelijk werden gevonden. “Ineens kan een huisman wel, alsof er in de loop der jaren een complete mentaliteitsverandering heeft plaatsgevonden,” zegt Diny. “Ik vind het heerlijk dat we het gewoon weer net zoals vroeger doen. En Wout zit als huisvader ook veel lekkerder in zijn vel; ik denk omdat hij er dit keer bewust voor heeft gekozen.”

De huisman ‘mag’ dan tegenwoordig, en de fulltime werkende vrouw heeft, eenmaal aan de slag, de smaak best te pakken, maar de hoop dat fulltime werken onder vrouwen structureel wordt, lijkt ijdel. Nederland is al jaren de internationale kampioen deeltijdwerken. In tegenstelling tot veel omringende landen word je in Nederland als deeltijdwerker bijna net zo goed betaald als een fulltimekracht, en je rechten en voorzieningen zijn ook goed geregeld. Uit het rapport Verdeelde tijd van het SCP (november 2008) blijkt het Nederlandse gezin ronduit verknocht aan het anderhalfverdienersmodel. Van de werkende moeders heeft 88 procent een parttimebaan, tegenover elf procent van de werkende vaders. Zelfs van de vrouwen zonder kinderen werkt maar liefst veertig procent parttime.


Ook voor Marije Koopmans staat als een paal boven water dat ze straks, als de economische crisis voorbij is, weer drie dagen per week gaat werken. Pensioen of geen pensioen. “Zo hebben we het bedacht toen onze oudste werd geboren en dat beviel altijd prima.”

Coach Ellen Söentken ziet het met lede ogen aan. “Wij vrouwen staan dolgraag klaar voor het gezin en denken dat we dat niet goed kunnen als we fulltime werken. Als de economie weer aantrekt, willen werkgevers hun mannelijke paradepaardjes terug. Die krijgen dan weer een leuke, beter betalende baan aangeboden. De status van het gezin hangt nog altijd af van de status van de baan van de man. De meeste stellen zullen dus weer in het oude patroon vervallen. Wat veel vrouwen wel vergeten, is dat je zo de nodige financiële risico’s loopt. Want je weet natuurlijk nooit wat er met je relatie gebeurt. En als je het wel een leven lang met elkaar uithoudt, krijg je als vrouw maar zeventig procent van zijn pensioen als hij eerder overlijdt.”

import economie