Boerenfeest

De Zwarte Cross in de Achterhoek is het grootste meerdaagse evenement van ons land. Er is bier, volk, muziek en motorpret – in indrukwekkende hoeveelheden. En toch hoor je de boeren nog klagen: ‘Op de Beltrumse kermis is het veel beter.’ door Michiel Blijboom, foto’s Ilvy Njiokiktjien

Je moet ze te vriend houden, want voor je het weet is het weer oorlog en dan hebben we de aardappels nodig.

Boeren.

Tja.

Goed, het zijn beste kerels, maar ze kunnen zo, eh, enthousiást zijn. Vooral als er een vracht bier in zit. En nooit zit er méér bier in een boer dan op een boerenfeest. Voor agrariërs uit de Achterhoek is wat dat betreft de Zwarte Cross het summum. In 1997 opgezet als een kleinschalig motorcrossfestijn dat amper duizend belangstellenden trok, groeide het uit tot een meerdaagse, nou vooruit, culturele manifestatie die geldt als het grootste openluchtfestival van ons land. Denk aan een terrein van 101,4 hectare met daarop 100 enorme tenten, 20 podia, 1500 medewerkers, 24,3 kilometer aan bouw- en dranghekken, 10,2 kilometer aan rijplaten, meer dan 300 theaterartiesten, 100 bands, 132.000 bezoekers en 1 tante Rikie.

Tante Rikie is de buurvrouw van de familie Jolink uit Hummelo. Vader Bennie verdiende zijn vloeibare boterham als voorman van de popgroep Normaal, en zoon Gijs zorgde voor een staaltje plattelandsnepotisme met de formatie Jovink en de Voederbietels. Gijs geldt als de geestelijk vader van de Zwarte Cross en tante Rikie, van Zieuwent tot Eibergen bekend om haar frikandellen, is daar sinds jaar en dag het gezicht van. Rikies tronie siert alle officiële posters, spandoeken en T-shirts van de Zwarte Cross, en de Achterhoekers dragen haar op handen. Letterlijk, want ze laat zich bij voorkeur als een Afrikaanse koning over het festivalterrein zeulen, wat diep respect afdwingt, want tante Rikie is niet iemand die de afgelopen halve eeuw achteraan heeft gestaan toen de aardappels werden uitgedeeld. “Haar gewicht schommelt tussen de 40 en de 150 kilo,” lezen we in het officiële persbulletin. En dat schommelen moet u vooral letterlijk nemen.


De aanzuigende werking van de Zwarte Cross merk je meteen als je het festivalterrein in Lichtenvoorde betreedt. De Achterhoekse prutbodem is dol op schoenen, en bij elke stap is het dan ook weer een heel gevecht om je eigen exemplaar terug te krijgen. De gemiddelde koe zou meteen de arbodienst bellen als ze hier moest grazen, maar de Zwarte Crossers ploegen er met plezier doorheen. Wat heet: de dames en heren deinzen er ook niet voor terug om ter plekke de geneugten van een weldadig modderbad te ondergaan. En klotst het bier daarbij over de rand van hun plastic beker, dan halen ze er gewoon nog eentje – of zes.

Bier, in casu het goudgele vocht van de firma Grolsch uit het nabijgelegen Groenlo, is dus heilig op de Zwarte Cross, en bij wijze van gouden kalf heeft men een zeventig meter hoge fles op het terrein geplaatst. Het kostte liefst vijf weken om dit enorme gevaarte (50 kilometer steigerpijp, 14.000 liggers, 220 ton aan gewicht) in elkaar te sleutelen, maar toen het laatste schroefje erin was gedraaid waren de Achterhoekers wel mooi de trotse eigenaars van Het Hoogste Bouwwerk Dat Ooit Op Een Openluchtevenement In Elkaar Is Gezet. Dat gegeven alleen is echter niet voldoende om een boer te plezieren. Een boer wilt altijd méér. Dus zocht men iemand die er met motor en al vanaf zou willen springen. En ja, dan kom je al gauw terecht in België. Johan Vervoort uit Morkhoven is de man die dat klusje wel wil klaren, ondanks het feit dat hij dit nog niet eerder zegt te hebben gedaan. Vervoort kent het verhaal van de motorrijder in Las Vegas die vorig jaar bij een sprong van 33 meter zijn beide handen brak, maar laat zich daar niet door ontmoedigen. “Geen één sprong is hetzelfde,” aldus de 37-jarige dakdekker, die ook nog eens olijk opmerkt dat hij de tank in elk geval niet vol hoeft te gooien. Het is alleen even wachten tot de wind gaat liggen, want hij wil wel graag rechtstandig naar beneden.


Elders op het immense terrein vindt intussen een officiële gebeurtenis plaats. Onder toeziend oog van (wie anders dan) tante Rikie krijgen de heren van Normaal uit handen van bandmascotte Hendrik Haverkamp het eerste exemplaar van een nieuwe cd uitgereikt. Het schijfje bevat opnamen van optredens voor de VPRO-radio uit 1977 en 1979, en die zijn volgens zanger/gitarist Jolink ‘verskríkkelijk om noar te luuster’n’. Tussen twee slokken bier door: “Vooral die hysterische debiel van een zanger is erg.” Als het aan Jolink had gelegen, was die cd er dus helemaal niet gekomen. Maar het ligt ditmaal niet aan Jolink, maar aan de VPRO, dit jaar een van de sponsors van de Zwarte Cross.

De plechtigheid, die ontaardt in een Van Gewest Tot Gewest-aflevering waarbij de ondertiteling is weggevallen, wordt abrupt onderbroken als een VPRO-medewerker de microfoon uit Haverkamps kolenschoppen grist. De boomlange Achterhoeker had tien minuten spreektijd, maar wilde dat oprekken naar een uur. De resterende tijd zal hij nu moeten voldrinken – wat hem net zo makkelijk afgaat.

Veel minder breedsprakig is tante Rikie, die aansluitend een heuse persconferentie belegt, waarbij het verzoek klinkt om ‘makkelijke vragen te stellen’. En dat levert het volgende stukje absurdistisch plattelandstoneel op.

Jolink, weer tussen twee slokken door: “Tante Rikie, wanneer kump oe weer terug noar de Hummelse Hei?”

Tante Rikie: “Bennie, da’s een hele goeie vraag.” Einde antwoord. Bennie buldert. Je staat erbij. Je kijkt ernaar. En je denkt aan die aardappels, die je straks misschien nodig hebt.

De naam Zwarte Cross verwijst naar de wilde, niet door de bond georganiseerde motorcrosses die Achterhoekers in de jaren zestig spontaan organiseerden. Kleinschalige wedstrijdjes waarbij het prijzengeld uit de pomp kwam stromen. En ondanks de enorme ontwikkeling die het evenement sinds 1997 heeft doorgemaakt, blijft het a priori een motorsportgebeuren. Met een knipoog dan wel, want van de ‘Ben Hur’-klasse hebben ze in het officiële circuit nog nooit gehoord. En zelfs op Eurosport zul je geen opgevoerde grasmaaiers door het beeld zien scheuren.


Wie als belangstellende zadelpijn (of erger: bandenspanning) heeft gekregen van het zitten op de houten tribune, kan voor een ‘kleine beurt’ naar de ‘motormassagesaloon’, om na afloop weer kaarsrecht in de rij te staan voor een ‘broodje schoap’, zoals ze hier een shoarmaatje noemen. Want ze kunnen niet alleen aardappels poten, koeien melken en stront spuiten, ook op linguïstisch gebied zijn Achterhoekers uitermate goed onderlegd.

Er klinkt vuurwerk, ten teken dat Vervoort met zijn motor op de zeventig meter hoge toren is verschenen. Turend in het zwerk zien we hoe hij wat stukken papier voor zich uit gooit, om zodoende te bepalen hoe krachtig de wind is. Die blijkt sterk genoeg om ook deze poging te staken. Uitstel van executie.

Op het hoofdpodium heeft inmiddels de Motorband de gitaren omgegespt. Deze gelegenheidsformatie van vader en zoon Jolink, aangevuld met bevriende muzikanten en twee motorrijders die het volume nog eens extra opschroeven, hijst traditionele rocksongs in een motorjasje. Hot Legs van Rod Stewart wordt zodoende Band Lek, en in plaats van ‘We will, we will, rock you!’ brult Jolink senior (62): “Moar ik rie wel motor!” An der schönen blauen Donau van ‘André Riool’ krijgt de tekst ‘Hol ’t handvat goed vast, rang rang, rang rang!’, terwijl bij wijze van plectrums en drumstokjes rubberen handvatten in het publiek worden gegooid.

Elders op het veld gaat het over die ándere passie van de geachte aanwezigen. The Shavers, de West-Friese band rond de van top tot teen getatoeëerde brulboei Johannes de Boom, bezingen de pret van het intoxiceren. “Drinken, drinken, drinken/drink toch met ons mee/Laat je lever drijven/we nemen er nog twee.” Reuma- patiënt De Boom (61), de aardigste gevaarlijk uitziende man van Nederland, was twee jaar uit de roulatie vanwege niet minder dan zeven (!) operaties. “Ik heb nog twee gewrichten van mezelf, de rest is kunst. Maar als ik op het podium sta, voel ik niks. Ik zing mezelf pijnvrij,” aldus de componist van Nederpoppareltjes als Halvarine (Gatverdamme) en De oksel als een kruidentuin. Twee gewrichten van zichzelf… Een snelle rekensom leert dat dat er toch al gauw twee méér zijn dan Johan Vervoort, als die straks van zeventig meter hoogte met zijn motor op de Achterhoekse bodem is geklapt.


De organisatoren van de Zwarte Cross hebben zich uitgeput in het samenstellen van een programma waarbij de bezoekers zich geen moment hoeven te vervelen. Crosswedstrijden, metalconcerten, theatervoorstellingen, stuntdemonstraties: elke dag zit van begin tot eind dichtgekit met activiteiten. En nóg vinden die boeren het nodig om hun eigen amusement te verzorgen. Ze zetten daartoe een vijftal tafels achter elkaar, gieten daar een paar liter bier over uit en glijden er vervolgens als ongeleide projectielen overheen, om er niet zelden aan de zij- of achterkant ongenadig hard vanaf te knallen. Een enkeling scheurt al doende de onderbroek waarin hij over de tafels zeilt, een ander breekt overduidelijk zijn been, hoewel hij dat zelf niet in de gaten lijkt te hebben. Dat-ie wat wankel staat, wijt hij ongetwijfeld aan de firma Grolsch. “Niets bijzonders dit,” bromt een toeschouwer ongevraagd. “Op de Beltrumse kermis is het veel beter: daar smeren ze de tafels in met mayonaise.”

En Johan Vervoort? Die springt uiteindelijk toch. Om kwart over negen. En terwijl de toeschouwers vol afgrijzen zien hoe zijn motorfiets te pletter slaat, hangt hij zelf breed grijnzend aan een parachute.

Later ontdek ik op internet dat Vervoort een van de bekendste basejumpers ter wereld is, met tien jaar ervaring en ruim 1300 sprongen op zijn naam. Op een van de foto’s springt hij lachend van de Eiffeltoren. En helemaal nergens wordt hij in verband gebracht met motoren.

Boeren en Belgen: lach om ze, maar onderschat ze nooit!

import blijboom op pad