Evert ten Napel

Evert ten Napel (Klazienaveen, 1944) is sportjournalist en sportcommentator. door Martin Bons, foto Jos Lammers

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Minder goed; ik ben thuis aan het rommelen en dat gaat niet zo.

Wie zijn uw helden?

Willem Drees, Michail Gorbatsjov, Barack Obama en Nelson Mandela. Ik ben niet van verering, maar ik heb Mandela ooit een hand gegeven bij een voetbalwedstrijd in Johannesburg. Dat deed me wel wat.

Aan wie ergert u zich?

Silvio Berlusconi: onuitstaanbaar. En ik hoorde onlangs Maarten van Rossem – die ik vaak erg goed vind – bij Knevel & Van den Brink zeggen dat Wilders-stemmers idioten zijn. Ik stem niet op Wilders, maar dat ben ik niet met hem eens: zo veel Nederlandse gekken? Dat kan niet. Er is in de samenleving blijkbaar meer aan de hand.

Lijkt u op uw vader?

Mijn vader was bakker en was zelf tevreden met koffie en ontbijtkoek. Hij hoefde nooit iets lekkers. Dat heb ik ook. En ik trek me net als hij steeds meer terug uit het sociale leven.

Wat is uw grootste angst?

Ik heb mijn zoontje van anderhalf verloren aan wiegendood. Dat wil ik nooit meer meemaken.

Wat zijn uw dagdromen?

Samen met mijn vrouw en twee kinderen op de motor naar het eind van de wereld rijden.

Bidt u weleens?

Niet op mijn knieën of met mijn hoofd naar Mekka; in gedachten wel.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?

Nee, het is met te wollig; ik ben nuchter.

Bent u aantrekkelijk?

Nee. Mijn dochter schreef ooit op de lagere school in een opstel dat haar vader ‘moperig’ was. Dat klopt en dat maakt me niet aantrekkelijk.

Wat is uw definitie van geluk?

Samen met mijn gezin op de ski’s van een berg af raggen.

Waar schaamt u zich voor?


Ik ben een oude zeur, een mopperkont, chagrijnig. Als ik commentaar geef niet; sommigen zeggen tegen me: juist dan ben je jezelf.

Bent u monogaam?

Ja, ik ben 35 jaar met mijn vrouw. Ik heb zeker oog voor aantrekkelijke vrouwen – in mijn motorclub zitten twee leuke dames – maar daar laat ik het bij.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Onlangs bij de begrafenis van een tennismaatje. Daarna ben ik naar het graf van mijn zoontje gelopen en heb daar een kwartier enorm staan janken; ik raak het nooit kwijt.

Lijkt u op uw vrienden?

Nee.

Als u iets aan uzelf zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?

Kilo’s eraf; hoewel ik niet zal gaan sonjabakkeren.

Wie is uw grootste liefde?

Mijn vrouw, Fineke.

Hoe moedig bent u?

Niet, hoewel ik tijdens een vechtpartij op straat er wel een paar keer tussen ben gesprongen. Iemand onder het ijs vandaan redden, dát vind ik moedig.

Van wie heeft u het meest geleerd?

Herman Kuiphof: je mond houden als je iets niet zeker weet. Theo Reitsma: vertel niet álles wat je weet.

Wat is uw grootste ondeugd?

Als ik ’s avonds een boek lees en er staat een fles wijn bij me in de buurt, dan gaat hij leeg. Met de zak doppinda’s er bij.

Wanneer was u het gelukkigst?

In mijn vak was ik tevreden, toen ik tijdens de halve finale van het EK in 1988 Nederland-Duitsland een fractie van een seconde voordat Van Basten de bal kreeg al zag dat het een doelpunt zou worden.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Zich als een kerel gedragen; zware klussen opknappen in huis.


Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

De warmte en gezelligheid die zij brengt in huis. Mijn vrouw is weleens met vriendinnen een paar dagen weg; dat alleen zijn vind ik maar niks.

Hoe ontspant u zich?

Tennissen, motorrijden, fietsen op de moutainbike, voetballen en ik lees graag. De Stentor voor regionaal nieuws. En De Telegraaf. Ik had altijd hetzelfde ritueel: de voorpagina, Rob Hoogland, Kees Lunshof en de sportpagina’s. Dan wist ik binnen tien minuten wat er in de wereld gebeurde. Nu is dat minder; ik mis Lunshof.

Wat is uw grootste mislukking?

Ik heb ooit scheidsrechter Jan Wegereef op het WK in 2002 de hand boven het hoofd gehouden. We hadden ons niet gekwalificeerd, en hij was de enige Nederlander op dat WK. Hij stond slecht te fluiten tijdens Senegal- Uruguay. Toch heb ik blijkbaar gedacht: laten we trots zijn op deze man, en niet gekeken naar zijn prestaties.

Gelooft u in God?

Niet meer.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Ik heb ooit een been gebroken van een tegenstander bij een voetbalwedstrijd. Ik heb als verdediger een over-mijn-lijkmentaliteit, maar dit was geen opzet; dat beaamde hij gelukkig zelf ook.

Wat is de beste plek om te wonen?

Ermelo.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Door defensief te opereren. Dat is een term die motorrijders gebruiken; het betekent opletten, anticiperen.

Wat is uw devies?

Ga niet op je geld zitten.

Volgende week: Trudy Dehue

import zelfportret