Hobbits anno 2009

De vorm is veranderd, maar de idealen staan nog overeind in ‘De Hobbitstee’. Deze zomer viert deze oudste commune van Nederland haar veertigjarig bestaan. ‘Al wil je als vrouw met vier mannen samenwonen, dan is dat geen probleem. Hier kun je jezelf nog zijn.’ door Isabel de Jong, foto’s Herman Wouters

Terwijl hobbit Huzur in zijn kleine woonkamer vertelt over vroeger, vangen we tussen de bomen een glimp op van een halfnaakte man. Er is een zweethutceremonie aan de gang op de Hobbitstee: een eeuwenoud reinigingsritueel waarbij een groep mannen of vrouwen zich, onder afwisselend luid gezang, rustgevende klanken en oerschreeuwen, in zweethutten laat doordrenken met hete stoom. Zelf houdt Huzur niet zo van de zweethut: “Voor mij hoeft dat gezweet met allemaal mannen onder elkaar niet zo nodig. Maar de sfeer is mooi, hoor. Je voelt de energie die van zo’n plek afkomt als die mannen straks weg zijn.”

De zweethutceremonie is een van de vele spirituele activiteiten die plaatsvinden op het terrein van de oudste commune van Nederland, gelegen net onder de rook van het Drentse dorpje Wapserveen. Naast deze rituele reiniging kunnen gasten mediteren in de ‘Gompa’, het Mariaplaatsje bezoeken en een seizoensviering bijwonen. Maar niet alleen aan de geest wordt aandacht besteed op de Hobbitstee, ook het lichaam kan zich laven. Er zijn werkdagen, verwenweekenden en kookweekenden. De laatste zijn gericht op vegetarisch koken met gebruik van biologische producten, het liefst allemaal uit eigen tuin. Want alles is duurzaam op de Hobbitstee en alles is ‘eco’, tot het afwasmiddel en het toiletpapier aan toe.

De onder hun soefi-namen door het leven gaande Huzur (60) en Fravati (60) zijn de oudste van de acht vaste bewoners van de Hobbitstee. Zij wonen samen met hobbit Theo (45) in de ‘Zonnesteen’, waar we overal altaartjes vinden die herinneren aan de eenheid en de religieuze idealen waar het soefisme voor staat. Huzur weet nog precies wanneer ze aankwamen: 11 augustus 1983. “We waren jong en idealistisch, en geloofden in de ‘economie van het genoeg’. Het haastige leven in de stad waren we zat. Daar draaide het allemaal om status en grote auto’s. Wij zochten spirituele afstemming en een leven dichter bij de natuur.”


En nog steeds zijn dat de idealen die de leefgemeenschap aanhangt, maar de vorm waarin de idealen worden nagestreefd, is veranderd. “Vroeger deelden we meer – we leefden met z’n twintigen in deze ruimte waar we nu met zijn drieën wonen. En ook de financiën gooiden we op één hoop. Dat doen we tegenwoordig niet meer.” Toch kan nog steeds alles op de Hobbitstee, volgens Huzur. “Al wil je hier als vrouw met vier mannen samen wonen, dan is dat geen probleem. Hier kun je jezelf nog zijn. Maar de huidige generatie is gewoon burgerlijker, volgens mij.”

Het verschil tussen het communeleven zoals de Hobbitstee begon, en de leefgemeenschap die de hobbits nu vormen, is de mate waarin de bewoners have en goed met elkaar delen. Vroeger was het motto ‘naar vermogen geven en naar behoefte nemen’, en dat gold voor alles. Maar dat bleek niet altijd te werken. Huzur: “Je haalde toch zo’n beetje dat geld uit de pot wat je er zelf in gestopt had. Dan werkt het niet.” Inmiddels betaalt elke hobbit zijn eigen huur en draagt twintig procent van zijn inkomen af aan de gemeenschap. De rest is voor jezelf. Net als de rest van de maatschappij zijn de bewoners van de Hobbitstee dus wat meer geïndividualiseerd. Huzur: “Dat is anders, ja. Vroeger liep iedereen ook zomaar overal naar binnen. Er was geen privacy. Nu zijn de privéruimtes ook echt privé. Qua relaties is ook alles uitgeprobeerd, met iedereen. Maar dan raak je aan basale gevoelens van jaloezie en ook dat ging op een gegeven moment mis.”

Zelfs het gezamenlijke dagritme hebben de hobbits een tijdje geleden opgegeven. Dat paste beter bij de nieuwe bewoners. Er is geen leider (“Daar krijg je maar sektes van”) en alles wordt in consensus besloten. Iemand die er net twee jaar woont, heeft dus evenveel te vertellen als iemand die er twintig jaar woont. Waarschijnlijk is het deze flexibiliteit die ervoor heeft gezorgd dat de Hobbitstee nog steeds bestaat, terwijl veel andere communes uit de jaren zestig allang zijn opgedoekt,


Gasten en vrijwilligers die de stee bezoeken, stellen ook andere eisen dan vroeger, constateert hobbit Maroen (40), die ons rondleidt. “De gezamenlijke slaapruimtes van de Hobbitherberg gaan er binnenkort uit en worden vervangen door aparte slaapkamers. We horen dat mensen zich niet meer prettig voelen met z’n achten op één kamer, en daar houden we rekening mee.

” Maroens woning zit vast aan de Hobbitherberg en hij deelt het sanitair met de herberggasten. Hij en zijn ex-vrouw Wilma (46) zijn samen met hun kinderen Mischa (10) en Marnix (7) zes jaar geleden op de Hobbitstee gekomen. “We woonden in Amsterdam-West en wilden ertussenuit. We zijn eerst een jaar gaan reizen door Europa, met de caravan achter de auto. We eindigden de reis op de Hobbitstee, om ons daar te bezinnen op waar we wilden gaan wonen. Uiteindelijk is het dus de stee zelf geworden.”

Het gesprek wordt onderbroken door de komst van vrijwilliger Jurgen (44). Een lange, pezige man met een lange grijze paardestaart en een bruinverbrande huid. Jurgen is op de fiets vanuit Haarlem naar Drenthe gekomen voor de Hobbitsteewerkdag: “Zo’n tien uur fietsen, en dat is prima te doen, hoor. En ik heb toch geen werk op het moment, dus alle tijd.”

Jurgen blijkt een aanhanger van de rawfoodtheorie te zijn. Hij houdt het bij voorkeur op rauw voedsel en het liefst direct uit de grond, want: “Dan zitten er nog de meeste voedingsstoffen in.” Een simpele bruine boterham is voor Jurgen al fastfood. De idealen van de Hobbitstee spreken hem erg aan en hij zou er zelf ook wel willen wonen. Vooralsnog kan dat niet en daarom komt Jurgen maar elke maand naar Drenthe voor de werkdag. Hij heeft zich nu alleen in de dag vergist – de werkdag is pas morgen. Aan het werk kan Jurgen gelukkig al wel. Er is altijd genoeg te doen op de Hobbitstee, dus hij kan vast beginnen met het schuren van de nieuwe meditatieruimte. “Fiets maar door naar Wilma, die weet wat er moet gebeuren,” zegt Maroen, en Jurgen springt weer op zijn fiets. Wilma woont achter in het gebied van de Hobbitstee, dat zo’n drieënhalve hectare grond beslaat. Het gebouw waar zij woont, heet de Shanti. De Shanti-Zuid welteverstaan, want in de Shanti-Noord woont Masja. Warm water en sanitair ontbreken in de Shanti – daarvoor moeten de bewoners oversteken naar de Zonnesteen. Ook op koude winternachten.


Twee jaar geleden zijn Maroen en Wilma gescheiden. Toch wonen ze beiden nog op de stee. Dat dat kan, illustreert de manier van samenleven op de Hobbitstee. Maroen: “We hebben allebei weleens op het punt gestaan om te vertrekken, maar we zijn echte hobbits die graag in een groep wonen. Daarnaast is het voor de kinderen natuurlijk erg fijn dat pappa en mamma toch nog een beetje samenwonen. En inmiddels hebben we een evenwicht gevonden hier.”

In onvervalst alternatieve-sectorjargon vervolgt hij: “Om op de Hobbitstee te kunnen wonen, moet je namelijk open zijn, zowel naar andere mensen als naar jezelf. Je deelt zo veel samen dat je irritaties niet kunt vermijden. Daar moet je mee om leren gaan en samen proberen verder mee te komen.”

Om zaken te bespreken en van gedachten te wisselen, hebben de bewoners elke woensdag een vergadering en eten ze gezamenlijk in de Hobbitherberg. Daarnaast hebben ze om de zondag een bijeenkomst waarin elke hobbit vertelt over zijn persoonlijke situatie en wat hem bezighoudt.

De laatste tijd is er veel besproken tijdens de vergaderingen. Het was een moeilijke periode. Twee andere hobbits, Kiki en Erwin, zijn recentelijk vertrokken omdat zij er na twee jaar achter kwamen dat ze toch niet geschikt waren voor het leven in een leefgemeenschap.

“Dat gebeurt wel vaker,” zegt Theo, die zelf inmiddels al achttien jaar op de stee woont. “Negen van de tien keer is het omdat het te confronterend is voor mensen.” En het is ook niet verkeerd dat mensen komen en gaan, want iedereen heeft een persoonlijke weg te bewandelen, als je het de hobbits vraagt. Wel was het een lastig vertrekmoment, omdat de andere bewoners de Hobbitstee graag wilden uitbreiden. Er stond een schuur te koop bij de buren en dat zou een mooie extra ruimte opleveren. Mede door het vertrek van de twee ex-bewoners kon de koop niet doorgaan. Dat zorgde voor veel emoties bij de achterblijvende hobbits. Inmiddels lijkt de rust weergekeerd, maar toch blijft de viering van het veertigjarig jubileum nog even uit. “En als er nieuwe mensen bij komen, wordt er ditmaal meer commitment verwacht,” zegt Maroen. “Dat is nodig voor onze nieuwbouwplannen en ook nieuwe bewoners moeten zich daar bewust van zijn.”


Iedere hobbit heeft zijn eigen taken op de stee en verder helpen ze elkaar waar nodig. “Eigenlijk trekt iedereen datgene naar zich toe waar hij of zij goed in is. Theo en Wilma doen veel aan de moestuin, Masja doet schoonmaak- en kookwerk, Huzur is een echte klusser en vrijwilligers helpen bij de grote bouw- en verfklussen,” legt Maroen uit.

Sommige hobbits hebben naast hun taken voor de leefgemeenschap ook werk buiten de stee. Maroen is organisatieadviseur, Wilma heeft een schoonheidssalon en Masja maakt schoon. Voor Fravati en Huzur was het ideaal altijd om op de stee te wonen en te werken, als echte hobbits uit de boeken van J.R.R. Tolkien. Want daar is het leven op de Hobbitstee natuurlijk op gebaseerd. Zij hebben dat waar kunnen maken met hun kaarsenmakerij Alladin, waar zij op ambachtelijke wijze kaarsen maken die ze verkopen aan natuurwinkels. Naast de kaarsenmakerij van Huzur en Fravati zijn er andere alternatieve bedrijfjes op de Hobbitstee. Masja geeft handwerkles, Theo helpt bij mediation en geweldloze conflictoplossing, en Wilma geeft kook- en massagecursussen. Allemaal activiteiten die passen bij de duurzame, milieuvriendelijke en natuurlijke levensstijl van de hobbits. Wel geld verdienen, maar niet ten koste van anderen.

Inmiddels zijn naast Jurgen ook vrijwilligers Martha (54, gebatikte blouse en een dikke bos lang grijzend haar) en Joop (57, zelfde haar en blauwgeblokte blouse) gearriveerd voor de werkdag. Martha werkt bij De Omslag, een organisatie die mensen bij elkaar brengt rond thema’s als milieu, vrede, cultuur en solidariteit. Ze heeft vakantie en is naar de Hobbitstee afgereisd om tot rust te komen. “Deze plek doet echt wat met je. Ik krijg ontzettend veel energie, terwijl ik toch altijd hard werk als ik hier ben.” De rode natuurverf, die zowel de nieuwe meditatieruimte als haarzelf van top tot teen bedekt, getuigt daarvan.


Vrijwilliger Joop is net als Martha een oudgediende en komt al meer dan zeventien jaar op de stee om te helpen. De vrijwilligers overnachten in de twee gezamenlijke slaapruimtes van de herberg met elk vier bedjes en nog vier reservematrassen. Ook hier worden zuinigheid en duurzaamheid alom benadrukt. Overal hangen bordjes met tips.

‘Laat geen lichten aan of water lopen’

‘Zowel de afwasmachine als de toiletten spoelen met regenwater’

‘Breng natuurlijk afval naar de composthoop’

‘Als iemand naar de kringloop gaat: we hebben nog theedoeken en pizzasnijders nodig!’

De overige hobbithuisregels liegen er ook niet om. Geen drugs, alcohol met mate en alleen vegetarisch eten. Geen barbecues met aansluitend nachtelijke drinkgelagen, dus. Iedereen ligt braaf op tijd in bed.

Nadat zich de volgende ochtend nog een aantal vrijwilligers van de Sangha-meditatiegroep en de natuurwinkel in Meppel bij het gezelschap heeft aangesloten, kan de werkdag beginnen. Stipt om negen uur is er een stiltemoment, waarbij de hobbits en vrijwilligers in een kring hand in hand staan. Vervolgens zegt iedereen welke taak hij die dag op zich neemt en gaat aan de slag. “We proberen mensen zo veel mogelijk te laten doen waar zij zelf zin in hebben. Het is ook voor hun plezier dat ze hier zijn,” benadrukt Maroen.

Hobbit Masja (35), een spontane jonge vrouw met een grote bos gekleurd haar, is druk in de weer met allerlei verse groenten uit eigen tuin. Zij heeft de leiding over het bereiden van het middageten voor twintig mensen. Tussendoor vertelt ze over haar leven. “Eerder woonde ik in Nijmegen. Ook heel gezellig, maar ik ben echt een groepsmens. Een vriendin vertelde me op een gegeven moment over de Hobbitstee, en toen ik hier aankwam, wist ik gelijk: dit is mijn plek.”


Twee jaar woont ze hier nu en ze vindt het heerlijk. “Ik leer mezelf eindelijk kennen; veel dingen die ik altijd dacht te zijn, horen helemaal niet bij mij, merk ik nu. Ook de stad mis ik niet, wat ik wel had verwacht. Vroeger zat ik bijna elke avond in de kroeg. Maar blijkbaar is het hier dus ook gezellig genoeg.” Terwijl poes Fee ons overal op de voet volgt, laat ze na de weldadige lunch haar kleine huis zien en vertelt ze honderduit over haar leven en de mensen die ze om zich heen heeft. Masja hecht erg aan de spiritualiteit van de Hobbitstee. Vooral over meditatieruimte de Gompa is ze enthousiast. “Op deze plek zijn baby’s geboren en mensen getrouwd. Dat voel je. Er liggen rond het huisje ook allemaal dode dieren en placenta’s begraven. Heel speciaal. Ook mensen uit de omgeving zitten hier regelmatig. Deze plek brengt mensen echt tot rust.”

Na nog een middag hard werken, wordt de dag afgesloten met eigengemaakte taart, eentje met suiker en eentje zonder, want ook suiker is uit den boze voor sommige hobbits en vrijwilligers. Belgelui en wederom een stiltemoment zijn het teken dat de dag ten einde komt. Er wordt afgesloten met een gesprek waarin iedereen vertelt wat hij heeft gedaan en hoe het ging. “Ik heb ontzettend hard gewerkt maar voel me zo lekker dat ik nog een paar dagen wil blijven helpen,” zegt vrijwilliger Martha. Huzur kan het niet laten om de oude provogeest nog even naar boven te laten komen: “Kijk maar uit, Martha. Een tevreden arbeider is een slaaf van de maatschappij.”

www.leefgemeenschapdehobbitstee.nl

Eind jaren zestig – de tijd dat provo’s, kabouters en hippies zich richten tegen de consumptiemaatschappij en streven naar vrije liefde, democratisering en een ecologische en anti-autoritaire wereld. De dan negentienjarige Otto Munters koopt van een erfenis een oude boerderij met een stuk grond net buiten Wapserveen. Met vrijwilligers lapt hij de boerderij op; in een schuur komt een herberg die ook dienst doet als woon- en groepsruimte. De naam ‘Hobbitstee’ ontlenen de bewoners aan de in die tijd zeer populaire boeken van Tolkien, waarin hobbits bijzondere wezens zijn die kunnen communiceren met mens zowel als dier.

import reportage