Jamie II

Wat vooraf ging: Jamie is dood. Acht jaar geleden kwam hij bij ons, toen we buiten gingen wonen.

Ze was het niet vergeten, ze had gewoon even gewacht tot we gewend waren aan onze nieuwe woonomgeving. (En dan was er natuurlijk nog het gedoe met de kat.) Maar nu was er iemand op school met een nest puppies. De moeder van klasgenootje A., die er gisterochtend een paar mee naar het schoolplein had genomen. Tja, kwestie van marketing. Eventmarketing, zouden ze tegenwoordig zeggen. Overal in en rond het dorp zaten nu achtjarige meisjes aan tafel vurig te pleiten voor de adoptie zo’n pup.

We vielen als een blok voor hem, anders kan ik het niet uitdrukken. Alles aan hem was grappig, zelfs zijn vacht en zijn tanden. En hij deed het er niet om, integendeel, hij leek zich van geen leukheid bewust. Hij deed me soms aan Charlie Chaplin denken, die ook bedroefd nog grappig was.

Behalve een hondenpenning bleek er een pittig prijskaartje om zijn hals te hangen. Het betrof hier namelijk een rashond, met stamboom, serienummer, zegel van goedkeuring en geïmplanteerde chip voor onfeilbare identificatie, legde mevrouw J. uit, de moeder van A.

Internetresearch wees uit dat het hier inderdaad om een speciaal soort hond ging. Sterker: eigenlijk wás hij geen hond. Deze hond was erin geslaagd aan de categorie ‘hond’ te ontsnappen, en wel aan de bovenkant, richting de mens dus. Een volwaardige status als mens had hij weliswaar niet bereikt, maar een aantal opmerkelijke voorrechten bewezen dat hij ook niet meer tot de honden gerekend kon worden. In Engeland is het bijvoorbeeld zo dat wanneer ergens ‘no dogs allowed’ staat, bij de entree van een golfbaan of een hotel, bijvoorbeeld, je met deze hond vaak gewoon door kunt lopen. Ja, zelfs de parlementsgebouwen, ten strengste verboden voor honden, maken voor hem een uitzondering. En nee, niet omdat hij microscopisch klein is en ongemerkt in een binnenzak kan worden meegesmokkeld – dat soort honden heb je ook, hoewel je je daarvan kunt afvragen of die de categorie ‘hond’ niet aan de andere kant verlaten hebben, richting het knaagdier, maar dit terzijde, want hij mag dan niet groot zijn, met zijn schofthoogte van 30-35 centimeter is hij bepaald niet ondermaats. Nee, het zijn vooral de superieure karaktereigenschappen van deze hond, plus zijn speciale geliefdheid bij het Britse vorstenhuis, waarmee hij deze speciale status heeft verworven. De Engelse koning die hier het verst in ging en zelden buiten het gezelschap van twee of drie exemplaren gesignaleerd werd, was Charles II, en deze hond, die dus eigenlijk een überhond is, luistert dan ook naar de naam Cavalier King Charles Spaniël.


Voor u aan dit alles de verkeerde conclusies gaat verbinden, dat wij snobs zijn, bijvoorbeeld, wil ik even benadrukken dat wij geen idee hadden om wat voor hond het nu precies ging toen we voor het eerst in zijn hazelnootkleurige ogen keken en wisten dat hij voor ons was. Dat kwam allemaal daarna, toen de moeder van A. eerder genoemde stamboom tevoorschijn haalde, een keurig gelamineerd document dat ook tot de koop behoorde, en wij als onderdeel van onze zelfinitiatie in deze voorname, eeuwenoude subcultuur, op zoek gingen naar informatie. Die bleek overigens ruim voorhanden, overigens, zowel offline als on. Ik schat dat van de ongeveer vijftien miljard pagina’s die het internet inmiddels omvat een kleine tien miljard gewijd zijn aan honden.

En daar lees je dan over Charles II, maar ook diverse andere Britse vorsten, Mary Queen of Scots bijvoorbeeld, die de spaniël verkozen boven de andere toybreeds van die tijd, schoothonden, zoals wij ze noemen. Die niet alleen voor op schoot waren, maar ook gebruikt werden om hals, schouders en zelfs de damesboezem warm te houden, en dus klein, zacht en gehoorzaam dienden te zijn. Bijna was de King Charles nog verdrongen door de uit Azië geïmporteerde mopshond, bekend om zijn afwezige neus. Ook bij schootspaniëls werd dat toen de norm, maar dankzij een kleine groep puristen werd het oorspronkelijke type, zoals vastgelegd op talloze schilderijen uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw, in ere hersteld. Met atletische poten en een reëel bestaande neus. Zo een was Jamie.

Hij was adembenemend snel. Vlak bij ons huis is een bos met landerijen; daar lieten we hem uit, twee keer per dag. Hij liep naast je, je telefoon ging, je haalde hem uit je zak, nam het gesprek aan of niet, en als je weer opkeek was hij een stip aan de horizon.


(wordt vervolgd)

import kuitenbrouwer