Met z’n allen

Gezinsvakanties – de meeste mensen draaien er hun hand niet voor om. Ze boeken verre reizen, laden de auto vol, doos op het dak of caravan erachter, rijden fluitend de straat uit en blijven rustig drie of vier weken weg. Hoe langer de vakantie duurt, hoe fijner ze het vinden. Met een mengeling van medelijden en afgunst kijk ik ze na. Kennelijk lukt het hun moeiteloos om op elkaar teruggeworpen te zijn zonder uitwijkmogelijkheden van eigen kamers en routinebezigheden. Wat een benijdenswaardige onderlinge harmonie spreekt er uit die lange vakanties. Wij als gezin houden ook heus veel van elkaar, maar langer dan twee weken houden wij het niet uit in de vakantiehogedrukpan zonder elkaar naar het leven te staan. Tien dagen is eigenlijk beter. Dat is natuurlijk niet genoeg voor een hele zomer, en daarom hebben we sinds jaar en dag een aanvulling op het wat schrale menu van de gezinsvakantie, namelijk de groepsvakantie. Meestal van het extended family-soort, maar het kan ook heel goed met vrienden, al dan niet met kinderen.

De groepsvakantie heeft een totaal andere dynamiek dan de gezinsvakantie. Voor een optimaal effect is een behoorlijk grote groep nodig van tussen de twaalf en twintig mensen. Een gezinsvakantie draait voornamelijk om de vraag of de kinderen het wel naar hun zin hebben, want aan bokkige kinderen heb je niets. Bovendien hebben gezinnen, althans het mijne, de neiging in den vreemde aan elkaar te klitten (zich niet te willen opsplitsen), met als gevolg langdurige discussies over geschikte activiteiten. Met een grote groep heb je hier allemaal geen last van, omdat er sowieso te veel mensen zijn om allemaal hetzelfde te doen. Kinderen amuseren zich onderling vanzelf, volwassenen doen ook waar ze zin in hebben en zoeken daar desgewenst kompanen bij. Het grappige is dat kinderen die je tijdens een gezinsvakantie met geen stok een museum in krijgt, bij een groepsvakantie ineens wel voor zo’n excursie te porren blijken, om geen andere reden dan dat een ander kind (niet hun broertje of zusje) ook meegaat. Harmonie plus verheffing!

Bij groepsvakanties is de individuele vrijheid groot (wie alleen maar stapels boeken wil verslinden, kan dat doen), en tegelijk heerst er ook altijd een soort jeugdherbergsfeer, die tot uiting komt in kringspelletjes rond het kampvuur en corvee. De spelletjes zijn bij voorkeur van het witty soort, waar je geen parafernalia voor nodig hebt, maar waar wel iedereen aan mee kan doen. Dit jaar was ‘Het hangt aan de muur en het tikt’ oftewel ‘Twenty Questions’ populair: “Er staan vier woorden op de kaart, het is dierlijk met plantaardige associaties, en nee, je kunt het niet kopen.”


De corvee gaat over eten. Eigenlijk lijkt een groepsvakantie nog het meest op het drijven van een restaurant met dagelijks wisselende eigenaars. Een maaltijd bereiden voor een man of vijftien is geen sinecure, en ondanks de vrijheid-blijheid-afspraak steekt er toch een lichte neiging tot competitie de kop op wanneer een gelegenheidsduo van koks het er op zekere avond wel bijzonder goed van afgebracht heeft. Het volgende duo kan dan niet komen aanzetten met een macaronischotel met ham en kaas, dus storten kokers zich op coq-au-vin (een simpel stoofpotje dat voor vijftien man toch nog aardig bewerkelijk is), of ze serveren pasta-pesto, iets wat wél simpel is, maar waarvoor je vier plattelandssupermarkten moet afrijden om de benodigde basilicum te scoren. Hoe dan ook wordt er altijd te veel gekookt, omdat mensen bang zijn dat er niet genoeg zal zijn. Zodat er van alles overblijft dat in de ijskast wordt gezet. Handig voor de lunch morgen, of als bijgerecht bij het volgende avondeten.

Maar dat gebeurt nooit, want de koks van de dag erna hebben weer een ander menu verzonnen. Ook dit jaar weer puilde de ijskast uit van bakjes met verlepte salades, restanten wilde rijst om op te bakken, niet gebruikte courgettes. De drempel voor weggooien ligt hoog, want het eten is met liefde gemaakt. Ik ben de enige die weleens wat weggooit, want ik heb toevallig een fobie voor volle ijskasten. Zo ruimde ik op de laatste ochtend een bak met slagroom op. Kan geen kwaad, dacht ik, we moeten zo weg. Maar even later zat men alsnog de overgebleven appel-crumble op te eten – zonder slagroom. Was ik toch nog te vroeg met mijn liefdeloze daad. In een gezinsvakantie had dat tot ruzie geleid, in een groepsvakantie niet.

import beatrijs ritsema