Pauze? Jointje!

Blowen is in Nederland nog steeds veel te normaal. Probeer maar eens een proefwerk te leren met een joint achter je kiezen. door Boudewijn Geels

Tot dusver is 2009 geen vrolijk jaar voor de wietbranche. Eerst verruilde in januari jurist Louk Hulsman het tijdelijke voor het eeuwige. De Rotterdamse emeritus hoogleraar strafrecht en criminologie gold als de grondlegger van het liberale drugsbeleid. Op zijn advies werden soft- en harddrugs in 1976 (tijdens het kabinet-Den Uyl) juridisch van elkaar gescheiden. Hulsman stelde het roken van wiet op één lijn met het gebruik van tabak en alcohol. Een maand voor zijn dood droeg de Amerikaanse pro-wiet-organisatie NORML hem nog voor de Nobelprijs voor.

Op 12 juli stierf vervolgens Nederlands laatste echte cannabisambassadeur Simon Vinkenoog. Goed, op de tv-beelden van zijn uitvaart viel ook nog de vuurrode haardos van ‘protestzanger’ Armand te ontwaren, maar anders dan Vinkenoog scheidde deze clowneske grootverbruiker de voorbije decennia niets noemenswaardigs meer af.

Een ware mokerslag voor de wietwereld was, eveneens in juli, de verschijning van het rapport van de commissie-Van de Donk. Dat stelt krachtig dat zogenaamde ‘softdrugs’ veel minder onschadelijk zijn dan wijlen Vinkenoog graag mocht beweren. Het gedoogbeleid, zo geeft de commissie aan, moet dan ook dringend op de schop.

De blowende Nederlander heeft echter nog altijd een paar ankers van formaat. D66 bijvoorbeeld. Die partij, opgericht in de vrolijke jaren zestig, blijft onvermoeibaar streven naar legalisering van softdrugs. Laatste suggestie van D66 aan minister van Financiën Wouter Bos: laat coffeeshophouders niet alleen inkom- stenbelasting betalen, maar hef ook accijns op cannabis, net als er accijns zit op sigaretten en bier.

Zo wordt het roken van een joint dus nóg een stukje gewoner.


De kredietcrisis? Geen paniek. “Dat is onzin die we kunnen oplossen,” zei topeconoom Sweder van Wijnbergen onlangs in Elsevier. Het enige échte probleem waar Nederland mee kampt, aldus Van Wijnbergen, is de schooluitval op het (v)mbo.

Lange tijd is aan één belangrijk aspect van die schooluitval verbazingwekkend weinig aandacht besteed: het cannabisgebruik onder de drop-outs. Het zou interessant zijn om te weten hoeveel tienduizenden schooljaren er jaarlijks worden weggeblowd door scholieren die het, stoned als ze zijn, worst zal wezen dat behalve hun stickies ook hun kansen op een aantrekkelijke baan in rook opgaan.

Zulke jongeren gebruiken de cannabis niet om een Vinkenoog-achtig gevoel van ‘vrijheid’ te ervaren, noch om hun creativiteit te stimuleren. Ze doen het omdat hun vrienden het ook doen. En allen doen het omdat de wiet in Nederland zo verduiveld makkelijk te krijgen is. Je kunt er zelfs – het blijft lastig uit te leggen aan buitenlanders – gewoon voor naar de winkel om de hoek: de coffeeshop. Oké, je moet tegenwoordig achttien zijn, anders kom je er niet in. Maar desnoods stuur je gewoon een oudere broer of klasgenoot.

Natuurlijk, veel scholieren herpakken zichzelf bijtijds en maken, al dan niet met vertraging, gewoon hun opleiding af. Maar er zijn ook jongeren die regelmatig cocaïne of ecstasy gebruiken en toch redelijk functioneren, en die drugs worden terecht níet gedoogd.

“Ik ben me rot geschrokken,” zei Wim van de Donk, voorzitter van de gelijknamige commissie die onderzoek deed naar het Nederlandse gedoogbeleid. Van de Donk is een keurige CDA’er. Dat hij zou opkijken van wat er allemaal gebeurt in de narcostaat die Nederland is (vraag het maar aan jonge buitenlandse toeristen), was te verwachten. Maar hij is zich dus ‘rot geschrokken’.


Twintig jaar geleden werd nog geschreven dat softdrugs niet schadelijk zijn, memoreerde Van de Donk in Het Parool. “We weten nu dat cannabis ook gewoon verslavend is.” Dat had iedereen die stevige wiet- of hasjrokers kent, de onderzoeker al heel lang geleden kunnen vertellen.

De aanstaande commissaris van de Koningin van Noord-Brabant (per 1 oktober) ontdekte ook dat Nederlandse jongeren twee keer zoveel drugs gebruiken als de jeugd in omringende landen. “Het lijkt erop dat onder althans een deel van de jeugd het gebruik van cannabis als ‘normaal’ wordt beschouwd,” schrijft Van de Donk in zijn rapport Geen deuren maar daden. “In vergelijking met hun Europese leeftijdsgenoten zien relatief veel Nederlandse jongeren cannabis als gemakkelijk te krijgen en ook schatten zij de daaraan verbonden risico’s lager in.”

En ook: “Op sommige scholen en vooral in de grotere steden is druggebruik voor een deel van de leerlingen een onderdeel van het dagelijkse leven geworden; meer dan incidenteel zitten leerlingen onder invloed in de klas. (-) Oudere leerlingen gaan tussendoor langs bij de coffeeshop. Het druggebruik (-) bepaalt mede de mogelijkheden van de school om kennis over te dragen.”

Zo veel open deuren achter elkaar doen pijn aan de ogen, maar zijn daarom niet minder waar. Dus is de vraag: wat nu?

Niet zoveel, als het aan D66-Tweede Kamerlid Boris van der Ham ligt. Hij is huiverig over het voorstel van de commissie om het juridische verschil tussen soft- en harddrugs op te heffen, en waarschuwt voor de ‘blinde ideologische benadering van drugs’ van partijen als het CDA en de PVV, die alle coffeeshops willen sluiten. “Je moet cannabis niet anders behandelen dan andere genotsmiddelen zoals tabak en alcohol die net zo schadelijk of zelfs schadelijker zijn,” zei Van der Ham vorige week in de Volkskrant.


Van der Ham zit ernaast; er is wel degelijk een groot verschil. Alcohol en tabak zijn in de meeste landen geaccepteerde genotsmiddelen. Zeker, de Nederlandse jeugd drinkt veel te veel, maar vooral tijdens het stappen. Wie een of twee glaasjes wijn per dag consumeert, reduceert het risico op hart- en vaatziekten, zeggen doktoren. Hasj en wiet – zeker de sterke nederwiet – zijn drugs. Van een paar trekjes word je al stoned. En wie stoned is, kan geen informatie opnemen.

Als de schooluitval op het mbo inderdaad hét grote probleem van Nederland is, zoals Sweder van Wijnbergen zegt, en cannabisgebruik een belangrijke medeoorzaak van die schooluitval is, dan moet alles in het werk worden gesteld om wietgebruik te ontmoedigen. Het zou het ‘lekker liberale’ D66 – volgens de laatste peilingen de derde partij van Nederland – dan ook sieren als ze gaat benadrukken dat het gebruik van softdrugs helemaal niet zo gewoon is.

Waarmee niet is gezegd dat alle coffeeshops dan maar rücksichtslos moeten worden dichtgemetseld; er is onderhand wel genoeg verboden in Nederland. Maar een sterke vermindering is wel noodzakelijk.

Het kabinet wil dat coffeeshops in 2011 nergens meer binnen 250 meter loopafstand van een school gevestigd zijn. Het is een begin, maar waarom maken we daar niet vijfhonderd meter van? Of een kilometer? Als dat betekent dat er in een stad nog maar een paar coffeeshops overblijven (Amsterdam heeft er nu 226!), prima. Maak het jongeren maar zo moeilijk mogelijk om hun dagelijkse dosis hasj of nederwiet te bemachtigen.

Zullen er dan op grote schaal illegale drugskoeriers op scooters af- en aanrijden? Kan, maar wie dat zegt, heeft zich er kennelijk allang bij neergelegd dat Nederland weigert zijn eigen regels te handhaven. Daarbij: als een scholier zijn White Widow, Red Libanon of Silver Haze bij een heuse dealer moet betrekken, merkt hij dat al dat geblow verre van normaal is.

import focus