Schat in de bergen

Het Zuid-Amerikaanse Bolivia bezit meer dan de helft van de wereldvoorraad aan lithium, een grondstof die door de opmars van de elektrische auto ineens goud waard is. President Evo Morales wil de exploitatie in eigen hand houden. Maar er zijn buitenlandse kapers op de kust. door Wies Ubags, foto’s René Clement

De grootste zoutvlakte ter wereld, met een oppervlakte van circa twaalfduizend vierkante meter, ligt in het zuidwesten van Bolivia. Op een kleine vierduizend meter hoogte in de Andes ligt de vlakte, eindeloos wit, omringd door bergen en een roodbruine vulkaan, de Tunapa. Het gebied is een van de grootste toeristische trekpleisters van het land. Dagelijks vertrekken tientallen fourwheeldrives, beladen met rugzaktoeristen uit alle delen van de wereld, etenswaren en gasflessen, naar de vlakte. Uitvalsbasis is Uyuni, een stoffig stadje met nog geen twintigduizend inwoners, dat helemaal op het toerisme is ingesteld. De wagens passeren als eerste het dorpje Colchani. Daar leven een paar duizend indianen van het zout dat ze, door bivakmutsen beschermd tegen de felle zon, van de vlakte scheppen en in vrachtwagentjes naar hun dorp vervoeren. Daar wordt het gezuiverd, gemengd met jodium en verpakt. Voor een paar centen per kilo wordt het zout verkocht.

Fanny Calisaya woont in Colchani en is 25 jaar, maar door het zware werk met het zout en de onbarmhartige zon op de hoogvlakte lijkt ze twintig jaar ouder. Zij is een van de dorpelingen die de toeristen voor een kleine fooi het procedé met het zout laten zien. Voor haar armoedige huisje heeft ze een tafel neergezet waarop souvenirs staan uitgestald: beeldjes en potjes gemaakt van zout. “Normaal werken we hier met vijf familieleden,” legt ze uit, “Maar de quinoa moet worden geoogst, en daarom is iedereen op het veld.” Quinoa is een ijzersterke graansoort, een van de weinige gewassen dat hier wil groeien.

Dankzij het toerisme hebben de bewoners van het koude, droge hoogland te eten, maar veel banen biedt het niet. Talloze huisjes van leem en hout aan de rand van de zoutvlakte staan leeg. “Veel mensen zijn weggetrokken om als illegale arbeider in Chili en Argentinië te gaan werken,” vertelt Eusebio Jallaza, de locoburgemeester van Uyuni.


Maar onder de zoutvlakte ligt een schat waar steeds meer multinationals hun oog op laten vallen: lithium. Onderzoek heeft aangetoond dat Bolivia over minstens de helft van de wereldvoorraad van deze stof beschikt, en mijnbouwdeskundigen in het land denken dat het weleens veel meer zou kunnen zijn: tot wel negentig procent.

Lithium is ineens belangrijk geworden voor de auto-industrie als grondstof voor lithium-ion-accu’s, die worden gebruikt in elektrische auto’s. Verschillende fabrikanten, waaronder Mitsubishi, zijn hard aan het werk om deze elektrische auto op de markt te brengen.

Maar lithium heeft meer toepassingen. Het wordt ook verwerkt in onder andere laptops en mobiele telefoons. Het is geschikt om keramiek sterker te maken (bijvoorbeeld wastafels, wc’s en badkuipen), en het wordt verwerkt in psychiatrische geneesmiddelen. Bolivia gaat zich richten op de productie van lithiumcarbonaat. Daarvan wordt lithiummetaal gemaakt, en dat is uiteindelijk de grondstof voor de lithium-ion-accu’s.

De socialistische regering van Evo Morales, de eerste president van indiaanse afkomst, wil nu eens niet zijn bodemschat voor een appel en een ei weggeven aan buitenlandse investeerders, zoals dat eerder met zilver, goud en tin is gebeurd, maar de exploitatie in eigen hand houden. “We willen graag dat ons gebied zich dankzij het lithium kan ontwikkelen, en dat onze mensen aan het werk kunnen bij de installatie die hier wordt gebouwd,” zegt locoburgemeester Jallaza van Uyuni. “En het liefst willen we dat wij zelf ook de batterijen voor de elektrische auto’s kunnen maken.”

Er valt nog een hoop te verbeteren in Uyuni, blijkt uit een kleine rondgang door het dorp. “Door de komst van toeristen is de capaciteit van het elektriciteitsnet en de riolering niet meer toereikend,” zegt winkelier Gustavo Torrez. “De landingsbaan van het vliegveld is door achterstallig onderhoud onbruikbaar geworden en het wegennet rond Uyuni is niet best.” De mensen willen graag dat er een universiteit komt, zodat hun kinderen niet meer naar steden als Oruro of Potosí moeten of zelfs de verre hoofdstad La Paz. Het lithium komt dus als geroepen.


Maar de beslissingen over wat er met de zoutvlakte gaat gebeuren, worden genomen in de hoofdstad La Paz. Daar zetelt de Dirección Nacional de Recursos Evaporíticos, het onderdeel van het Boliviaanse staatsmijnbedrijf Comibol voor stoffen die door middel van verdamping worden gewonnen, zoals lithium. Onder verantwoordelijkheid van de Dirección wordt in het dorpje Rio Grande op een half uur rijden van Uyuni een proefinstallatie voor de winning van lithium gebouwd, die in december in gebruik wordt genomen. Woordvoerder Evert Villena: “Onder het zout ligt een vloeistoflaag, waar onder andere het lithium in zit. Die gaan we oppompen en naar een soort zwembad leiden, waar de vloeistof moet verdampen. Dan blijft het lithium over.”

Voor de zoutvlakte lijkt de winning van het lithium geen gevolgen te hebben, en ook het toerisme zal er niet onder lijden, volgens Villena. “De zoutvlakte blijft gewoon bestaan. Het lithium is geconcentreerd in een kwart van de vlakte, in het zuidoostelijke deel. En daarbij komt dat als het regent, de vloeistof onder het zout van de vlakte weer wordt aangevuld. Alleen de concentratie aan lithium wordt kleiner. Dat is een proces van eeuwen voordat dat eventueel weer op het oude peil zit.”

De proefinstallatie moet in 2010 en 2011 veertig ton lithium per maand opleveren. Als het productieproces is geperfectioneerd, wordt er een grote installatie gebouwd, die goed zal zijn voor 20.000 ton per jaar. Een honderd procent Boliviaans project, zoals Villena niet zonder trots zegt. Maar buitenlandse investeerders die het lithium zelf wel zouden willen exploiteren, zeggen dat het straatarme Bolivia dat nooit op eigen kracht kan bolwerken.


Villena vindt dat onzin. “Het is echt niet zo ingewikkeld, hoor. Om te beginnen moeten we lithiumcarbonaat ma- ken, en dat kunnen we heel goed zelf,” stelt hij. “We hebben alleen een simpele chemische fabriek nodig, en hoe die er precies uit komt te zien, is afhankelijk van de omstandigheden op het terrein. Elke zoutvlakte heeft zijn eigen kenmerken, en daar moet het productieproces aan worden aangepast.”

Fijntjes wijst Villena erop dat de Franse accufabrikant Bolloré met een voorstel was gekomen waarbij de winning pas over zes jaar zou beginnen. Dat ging de regering niet snel genoeg. Maar er blijven buitenlandse kapers op de kust, zo vreest ook de Belgische Chantal Liégeois. Zij kent de zoutvlakte van Uyuni goed en is lid van het Boliviaanse Observatorio de Conflictos Mineros, een organisatie die zich bekommert om het lot van de bevolking in mijnbouwstreken. “De druk uit het buitenland op de regering is groot, en het lijkt erop dat de vicepresident en de minister van Mijnbouw wel voor buitenlandse inmenging voelen. In september bijvoorbeeld wordt de Franse president Nicolas Sarkozy in Bolivia verwacht. Die zal er ongetwijfeld op aandringen dat Bolloré toch in de running blijft.”

Al kunnen de Bolivianen de lithiumwinning kennelijk sneller op poten zetten dan de Fransen, of ze aan de snel groeiende vraag kunnen voldoen is een tweede. Ook Mitsubishi, Toyota, Dowa en Sumitomo – om maar een paar bedrijven te noemen – hebben een grote belangstelling voor de grondstof getoond. En die bedrijven willen geen lithiumcarbonaat maar accu’s, het eindproduct dus, en die kan Bolivia voorlopig niet leveren.


Mitsubishi heeft de productie van zijn i-MiEV, Electric Vehicle, met een jaar vervroegd vanwege de grote belangstelling. Nog dit jaar moeten er tweeduizend stuks van de band rollen, en in 2010 zou de productie al tot vijfduizend exemplaren moeten zijn opgevoerd. Het bedrijf heeft een joint venture opgericht, Lithium Energy Japan, dat de lithium-ion-accu’s maakt. Inmiddels is begonnen met de bouw van een tweede fabriek om aan de groei-ende vraag te kunnen voldoen. Vanaf najaar 2010 moeten daar jaarlijks de accu’s voor vijftienduizend auto’s worden gemaakt.

Volgens een artikel in het Technisch Weekblad blijkt uit Frans onderzoek dat de voorraden van winbare lithium in de wereld op dit moment niet toereikend zijn. De prijs van lithiumcarbonaat is dan ook sinds 2003 gestegen van 350 dollar naar 3000 dollar per ton. Op zich is dat goed nieuws voor Bolivia. Maar dat betekent ook dat de druk op Bolivia om buitenlandse investeerders toe te laten alleen maar groter wordt. Want wie over minstens de helft van al het lithium in de wereld beschikt, heeft een machtige positie.

Juist daarom moet Bolivia de exploitatie in eigen hand houden, meent Chantal Liégeois. Fel: “Het is een groot risico. Buitenlandse bedrijven zijn hier altijd met open armen ontvangen, maar het land is er zelf nooit wijzer van geworden. En de zoutvlakte van Uyuni is een van de armste gebieden van het land. Die kan de motor van de Boliviaanse economie worden.”

En volgens Liégeois is er niet zo’n haast bij de lithiumwinning als sommigen willen doen voorkomen, wat Villena overigens met haar eens is. Liégeois: “De oliemaatschappijen spelen ook een rol in het verhaal. Die proberen de elektrische auto’s tegen te houden. Ze willen zich niet van de markt laten drukken, maar er deel van uitmaken. Olie levert op dit moment nog steeds het meeste geld op. Meer dan 85 procent van de energie in de wereld wordt nog altijd geleverd door olie en gas.”


Die extra tijd kan Bolivia goed gebruiken om de exploitatie van wat al ‘de nieuwe olie’ wordt genoemd goed te regelen. Het zou voor het eerst zijn dat Bolivia niet ‘wordt geplunderd door gretige multinationals’, zoals de Bolivianen het omschrijven. En het zou een uitkomst zijn voor mensen als Fanny Calisaya, die amper kan leven van haar zware werk op de zoutvlakte van Colchani. “Het lithium zal ons beter betaald werk opleveren,” zegt ze hoopvol.

De elektrische auto heeft de toekomst, verwachten veel autofabrikanten. Maar in Nederland is de belangstelling voor het voertuig-met-stekker nog niet groot, zegt ANWB-voordvoerder Marco van Eenennaam. “Op dit moment zien we een vlucht in de verkoopcijfers van de hybride-auto’s, maar die zijn dus niet honderd procent elektrisch en hebben geen lithium-ion-accu’s. Het aantal zuiver elektrische auto’s is nog heel klein.” Voorlopig zullen er in Nederland hooguit een paar duizend gaan rondrijden, verwacht hij.

De elektrische auto is nog niet aantrekkelijk voor de consument omdat er nog vrijwel geen oplaadpunten zijn, omdat ze nog geen lange afstanden kunnen rijden zonder op te laden en om- dat er alleen nog kleine modellen verkrijgbaar zijn. En die zijn nog duur ook.

Van Eenennaam: “De TH!NK City bijvoorbeeld kost 40.000 euro. Voor een vergelijkbaar alternatief op fossiele brandstof zou je maar 10.000 euro kwijt zijn.”

De Noorse TH!NK City is een van de eerste honderd procent elektrische auto’s op de Nederlandse markt. Het milieuvriendelijke stadsautootje doet er maar liefst dertien uur over voordat hij helemaal is opgeladen. Dan kan hij 180 kilometer afleggen, met een snelheid van maximaal 100 kilometer per uur.


De elektrische auto doet het op dit moment vooral goed bij bedrijven die zich op milieugebied willen profileren en bij gemeenten die graag als groen te boek staan. Amsterdam bijvoorbeeld heeft het ‘Plan Elektrisch’ gepresenteerd: in 2015 moeten er tienduizend elektrische auto’s in de stad rijden. De gemeente wil het gebruik van elektrische auto’s stimuleren door lagere parkeertarieven en speciale parkeerplaatsen. Amsterdam heeft de eerste vier TH!NK City’s al besteld.

De ANWB voorziet dat steeds meer sectoren met ‘elektrisch’ zullen gaan experimenteren. Want de auto op stroom is in aan-schaf dan wel duurder, in het gebruik is hij juist heel voordelig. Van Eenennaam: “De verwachting is dat de massa-introductie op de consumentenmarkt vanaf 2015 op gang komt.”

import buitenland