Schrijfwedstrijd: tweede plaats

Door de gordijnen kierde al wat daglicht, toen de telefoon rinkelde. Voorzichtig tastte Manon naar de tas die ze vannacht naast het bed had laten vallen en viste haar mobiel eruit. “Manon? Met Bart.” Hij klonk gespannen.

“Hoe voel je je, prinses?”

“Gaat wel,” antwoordde Manon mat.

“Het is het beste zo, dat weet je toch wel hè, meisje?” klonk het warm.

“Ja, ik weet het.”

“Heb je pijn?”

“Niet meer zo,” sprak Manon met een zacht stemmetje. “Ik bloed wel erg,” voegde ze er vertwijfeld aan toe.

“Ik weet het, prinses. Ik weet het. Dat hoort erbij. Maar het gaat vanzelf over. Echt,” sprak Bart haar kalmerend toe.

“Zeker weten?”

“Zeker weten, allerliefste prinses van me. Ik ben heel trots op je. Je hebt het goed gedaan,” zei hij bemoedigend.

“Vind je?” vroeg Manon aarzelend.

“Absoluut. Je bent zo dapper. Echt waar,” antwoordde Bart. “Ik hou van jou. Alleen van jou,” voegde hij daar aan toe.

“Ik ook van jou.”

“Ga maar weer lekker slapen, prinses. Ik bel je straks.”

“Oké.”

“Dag dapper vrouwtje van me,” zei Bart met een stem alsof hij een kind toesprak.

“Doeg,” klonk het kleintjes.

“Manon!” klinkt het opgewekt vanuit de hal. “Ik ben weg, blijf je niet te lang liggen?”

“Neeh,” antwoordt Manon.

“Het eten staat in de vriezer, oké?”

“Oké.”

“Ik ben rond acht uur thuis. Jij redt je verder wel, hè?” klinkt het nu wat gehaaster.

“Ja, mam,” mompelt Manon, terwijl ze de voordeur hoort dichtslaan.

Ze werpt een blik op haar tas. Een licht metaalachtige geur dringt in haar neusgaten. Ze moet de inhoud weggooien. Vannacht wilde ze maar één ding, zo snel mogelijk in bed gaan liggen. Nu is het tijd om de laatste sporen uit te wissen. Voorzichtig komt ze uit bed en loopt wankelend naar de badkamer. De warme douche spoelt het bloed van haar lichaam, maar kan de kilte in haar lijf niet verdrijven. Ze voelt zich verdrietig en leeg.


Gehuld in een oude joggingbroek en een van haar wijde truien schuifelt ze naar beneden. In de keuken zet ze thee voor zichzelf en pakt een vuilniszak. Ze wordt opeens duizelig. Zo goed en zo kwaad als het kan gaat ze even op de bank zitten. De afstands- bediening laat ze in een ongeïnteresseerd ritme alle kanalen af-lopen.

“O nee,” kreunt ze. Manon zapt snel een kanaal terug. “Shit.”

Haar hart bonkt in haar keel. Snel pakt ze haar mobiel en scrolt naar ‘BdB’, zoals ze hem altijd noemt. Haar oproep wordt direct beantwoord.

“Prinses,” klinkt het haast ademloos. “Alles goed?”

“Het is al op televisie.”

“Wát?”

“Ja, op de kabelkrant.”

“Wacht, blijf even hangen,” zegt Bart terwijl hij naar de deur van zijn kamer loopt en deze behoedzaam sluit.

“Ik ben misselijk,” zegt ze zacht.

“Niet doen, prinses. Dat is niet nodig. Echt niet,” klinkt het vastberaden. “Ik heb ze gesproken. Ze weten verder niks. Het is allemaal onder controle.”

“Ik had niet verwacht dat het al zo snel zou zijn.”

“Rustig maar, meisje. We moeten zo rustig mogelijk blijven. Dat hadden we toch afgesproken, hè?”

“Ja, sorry. Het is gewoon…”

“Ik weet het prinses, ik weet het,” onderbreekt hij haar. “Jammer dat de pers het nu al weet. Maar laat het aan mij over hè? Lees maar even geen kranten en kijk maar niet naar het nieuws. Haal maar lekker een dvd’tje.”

Het is even stil op de lijn.

“Ik had het echt nog geprobeerd goed te bedekken. Met bladeren enzo,” zegt Manon met een bibberend stemmetje.

“Je hebt het fantastisch gedaan. Geen zorgen, prinses. Ze weten niet waar ze moeten zoeken. Ik houd het in de gaten.”


Ze staat voor de spiegel en tilt haar trui omhoog. Het ziet er gek uit. Haar buik is helemaal naar beneden gezakt. Ze was zich rot geschrokken toen ze erachter kwam. Ze had niets in de gaten gehad. Doordat ze lang is, en vrij zwaar gebouwd, viel het niet zo op. Ook had ze totaal geen klachten. Ze was zo ontzettend verliefd dat alle andere gewaarwordingen haar waren ontgaan. Het was Bart die haar uiteindelijk uit haar sluimertoestand deed ontwaken. Liefkozend had hij over haar buikje gewreven en plagend opgemerkt: “Je bent toch niet zwanger, hè?”

Lachend had ze ontkend en het met een ‘Nee, joh!’ afgedaan.

“Gelukkig maar,” had hij gezegd. “Want dat zou een drama zijn.”

Zijn opmerkingen hadden haar onzeker gemaakt. Het kwetste haar dat een zwangerschap een drama zou zijn. Natuurlijk wist ze dat niemand achter hun relatie mocht komen. Daarvoor stond er te veel op het spel. Hij zou zijn functie moeten neerleggen. Zij zou in hun chique dorp door niemand meer worden aangekeken. Daarbij wist ze ook wel dat hij nooit voor haar zou kiezen. Maar toch deden zijn woorden haar pijn.

Wanneer was ze eigenlijk voor het laatst ongesteld geweest? schoot het opeens door haar heen. Ze hield het eigenlijk nooit zo bij, maar besefte met een schok dat het al lang geleden moest zijn geweest. Na een week van twijfel kocht ze een test. Er verschenen direct twee roze streepjes. Ze was zwanger. En niemand mocht het weten. Gelukkig waren dit seizoen wijde tunieken in de mode. En was haar moeder vaak weg voor haar werk.

Haar mobiel piept. Een sms’je van Sanne. Juist nu. “Hee spijbelaar, hoest? x S.” Ze was veel van haar vriendinnen op een afstand gaan houden. Vooral Sanne. Zij was de laatste die iets mocht merken. Ze voelde zich toch al zo schuldig. Ze miste haar, zeker nu. Het was altijd zo relaxed geweest bij haar thuis. Haast elke middag was ze er na school neergestreken. Sanne had coole ouders, jong ook nog, en was net als zij enig kind. Manon maakte al gauw deel uit van het gezin. Ze ging mee naar hun zomerhuis. Ze werd als volwassene beschouwd, mocht wijn drinken en roken. Met Sannes vader reed ze paard in de bossen achter het huis. Haar eigen vader was vlak na haar geboorte vertrokken.


Ze ziet de tas onder aan de trap staan. “Verdomme, bijna vergeten,” denkt ze. Snel werpt ze een blik op de inhoud; overal bloed. Ze besluit de hele tas in de vuilniszak te stoppen, met de bebloede handdoek en de schaar die altijd in haar bureaula had gelegen. De schaar waarmee ze vroeger plaatjes van paarden – haar lievelingsdieren – uit tijdschriften knipte. En later van popidolen. Vannacht heeft ze er een levenslijn mee doorgeknipt. Ze voelt een vurige pijn door haar lijf flitsen. Met tranen in haar ogen tilt ze het deksel van de kliko op. Het vuilnis wordt vandaag nog opgehaald.

Lusteloos bladert ze door de Fancy. “Wat een nepproblemen hebben die meiden. Ze moesten eens weten,” schiet er door Manons hoofd. Haar gedachten gaan terug naar vannacht. Wat had ze een pijn gehad. En wat had ze zich alleen gevoeld. Haar iPod met haar lievelingsmuziek bracht haar nog enige afleiding. Zo had ze het huilen ook niet hoeven horen. Niet van de baby. En niet van zichzelf. Ze was automatisch te werk gegaan. Had de navelstreng doorgeknipt en de baby in een sporttas gestopt. En die vervolgens met wat bladeren bedekt. Het was een jongetje.

Een golf schuldgevoel stort zich in de toiletpot. Huiverend komt Manon overeind. Ze voelt zich ellendig. Was Bart maar hier. Ze pakt haar mobiel. “Ik voel me klote,” sms’t ze. Binnen een minuut gaat haar telefoon.

“Ik kom straks even langs, prinses. Doe geen gekke dingen,” zegt Bart geruststellend. Er klinkt een licht ongeduldige ondertoon in door. Of verbeeldt ze zich dat maar?

“Hoe laat kom je dan?” vraagt ze zo neutraal mogelijk.

“Straks, prinses. Ik moet nu een vergadering in.”


Aan het eind van de middag hoort ze een klopje op de achterdeur. Bart. Snel loopt ze naar de keuken. Hij heeft zichzelf al binnengelaten. Ze wil zich in zijn armen werpen.

“Rustig, prinses, rustig. Ik heb niet veel tijd.” Hij geeft haar een kus op haar voorhoofd.

“O,” zegt ze teleurgesteld.

“Prinses, kijk me eens aan.” Hij legt ha ar hand onder haar kin. “Je snapt toch wel dat we elkaar even niet moeten zien. Het is te riskant.”

“Ja, als jij het zegt,” antwoordt ze met een klein stemmetje.

“Lieve prinses, niet zo verdrietig. Je bent altijd zo stoer. Dat vind ik zo leuk aan je. Dat weet je toch, hè?” zegt hij vleiend.

Ze had het zo lang mogelijk voor hem verborgen proberen te houden. Dat lukte redelijk, want hun ontmoetingen waren kort en vluchtig. Ze moesten het van de gestolen momenten hebben. Vaak hadden ze niet eens tijd om zich volledig uit te kleden. Dat was trouwens ook te riskant. Er konden immers wandelaars voorbij komen. Uiteindelijk had de baby zichzelf verraden. Toen Bart een keer zijn hand op haar blote buik legde, had de baby een niet te negeren schop uitgedeeld. Bart was compleet verstard. Ze voelde direct een verwijdering ontstaan. Ze had hem gesmeekt haar niet in de steek te laten en gezworen dat hij er op geen enkele manier ooit last van zou ondervinden. Ze zou het helemaal zelf oplossen. Dat kon ze best. Als ze maar bij hem mocht blijven. Dat was haar alles waard. Tot gisteravond hadden ze het er niet meer over gehad.

Toen ze zo’n buikpijn kreeg dat ze begreep dat het weeën moesten zijn, was ze in paniek geraakt. Ze had in een roes geleefd en helemaal geen oplossing gevonden. Ze belde Bart, en die had haar opgedragen wat ze moest doen. Hij had boos geklonken, maar zich snel hersteld en haar gesteund zover hij op afstand kon. Nu was hij weg. Vlak voordat hij net de deur achter zich dichttrok had hij haar op haar mond gekust. “We kunnen over een tijdje weer samen zijn, prinses. Zodra dit is overgewaaid,” had hij gezegd. Maar er lag een koele blik in zijn ogen.


Ze heeft zich nog nooit zo ellendig gevoeld. Huilend gaat ze op de bank liggen en rolt zich helemaal op.

Een hand strijkt zachtjes over haar haren. “Lieverd, gaat het wel?” hoort ze de bezorgde stem van haar moeder. Ze doet haar ogen open. Het is donker. Haar moeder kijkt haar onderzoekend aan.

“Lieverd, wat is er met je? Ben je ziek?” vraagt ze, terwijl ze haar hand op het voorhoofd van haar dochter legt. Manon kijkt met haar roodomrande ogen op, recht in de liefdevolle blik van haar moeder. Sinds lange tijd heeft ze weer het gevoel dat haar moeder haar echt aankijkt. Haar moeder drukt haar tegen zich aan en streelt haar rug. “Zeg het maar, lieverd. Vertel het me, wat jou zo dwars zit.”

De volgende ochtend nestelt Manon zich in haar pyjama op de bank. Haar moeder heeft thee voor haar gezet. Ze zapt automatisch langs alle televisiekanalen. Haar oog blijft hangen bij een bericht op de kabelkrant.

Opnieuw lijk gevonden op landgoed Rinckeldeel

Een wandelaar heeft vanochtend een lijk gevonden op landgoed Rinckeldeel. Op dezelfde plek waar gisteren een sporttas met een babylijkje werd ontdekt, werd nu het stoffelijk overschot van een volwassen man aangetroffen. Het lichaam is nog niet geïdentificeerd. De politie houdt rekening met een verband tussen de lugubere vondst en de sinds gisteravond als vermist opgegeven burgemeester Bart de Greeff.

Geschrokken houdt Manon een hand voor haar mond. Snel loopt ze naar de keuken op zoek naar haar moeder. De buitendeur staat open. Ze ziet haar moeder vastberaden het tuinpad aflopen. De zwarte vuilniszak die ze in haar hand houdt, verdwijnt met een ferme zwaai in de kliko.

Eugenie van Stratum

import uitslag schrijfwedstrijd