Brief aan Boris van der Ham

Geachte heer Van der Ham,

U hebt een [[popup file=”2009-08/afbeelding_19.png” description=”ingezonden brief ” align=”left” ]] gestuurd naar HP/De Tijd, naar aanleiding van een artikel van mij over sofdrugs. Bij deze ben ik zo vrij om enkele kanttekeningen bij uw epistel te plaatsen. Want u bent kennelijk zo van slag over het feit dat iemand uw drugsstandpunt durft aan te vallen, dat u zich enkele pertinente onjuistheden permitteert. Bovendien heeft u overduidelijk niet begrepen wat de kern van mijn betoog is.

Allereerst: mijn excuses dat ik in ons telefoongesprek niet in staat was om stante pede de exacte formuleringen in uw notitie Nuchter in extase (verrukkelijke titel trouwens) te reproduceren. Zoals ik zei lag uw nota nog steeds naast me op mijn bureau. Echter, ik was alweer druk bezig met andere zaken toen u belde en had me anders dan u ook niet op een spoeddebatje voorbereid. Anders zou ik onder meer de opmerking in uw nota hebben aangehaald dat van D66 het kabinetsbeleid om gemeenten te verplichten afstandscriteria te formuleren voor coffeeshops rond scholen moet worden teruggedraaid.
Ter zake nu. U heeft mijn artikel blijkbaar niet goed gelezen. Ik schrijf nergens dat D66 ‘geen oog heeft voor schadelijk softdruggebruik onder scholieren’. Wel constateer ik dat u met interviews zoals dat in de [[popup file=”2009-08/vdhamvolkskrant_copy2.jpg” description=”Volkskrant” align=”left” ]] van 24 juli een volstrekt verkeerd signaal afgeeft. ‘Behandel cannabis als een gewoon genotmiddel’, staat erboven. Ik lees in het interview nergens dat u zich ook zórgen maakt over het cannabisgebruik.
Nog een voorbeeld. Na de verschijning van het rapport van de commissie-Van de Donk kwam u op uw website met een reactie. Daarin kom ik geen enkele opmerking tegen als: “D66 is blij dat Van de Donk vaststelt dat jeugdig gebruik van drugs schadelijker is dan lange tijd werd aangenomen”. Wel noemt u het ‘grote winst’ dat de commissie pleit voor proeven met gereguleerde teelt van cannabis. Tja, het is maar net wat je eruit pikt, nietwaar?
Ook lees ik in uw reactie dat D66 ‘zich verzet tegen de neoconservatieve houding van het CDA en de PVV’, die beide voor sluiting van alle coffeeshops zijn (hetgeen ik niet ben). D66 presenteert zich in alles als het spiegelbeeld van de PVV. Uw partij spint daar electoraal garen bij. Dat is u van harte gegund, maar dan moet u niet schrikken als iemand stelt dat u op sommige terreinen een beetje té vrijzinnig liberaal bent.
U wilt softdrugs legaliseren. U wilt accijns op cannabis invoeren, zoals de staat ook accijns heft op alcohol en tabak. Daarmee maakt u het roken van een joint nog een stukje gewoner dan het nu al is. In mijn artikel heb ik uitgelegd dat dat een slecht idee is.
Er gaan nu al veel te veel schooljaren – met name op vmbo’s in grote steden – in cannabisrook op. Ik snap de scholieren wel. Als iets kennelijk doodgewoon is, kun je het toch best doen? In ‘mijn tijd’ dacht ik er ook zo over. Van de Donk schrijft in zijn rapport: “In vergelijking met hun Europese leeftijdsgenoten zien relatief veel Nederlandse jongeren cannabis als gemakkelijk te krijgen en ook schatten zij de daaraan verbonden risico’s lager in.”
Tot slot: ik nodig u graag uit om een keer een Kamerdebat te voeren met een biertje op, en een dag later een debat met een joint achter uw kiezen. Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat de amusementswaarde van het tweede debat een stuk hoger zal zijn.

Hoogachtend,
Boudewijn Geels
Redacteur HP/De Tijd

Boudewijn Geels