Homo’s en hotemetoten

Ooit was de Canal Parade een spontaan feestje voor andersgeaarden, met vrolijk zwiepende zwansen. Nu is het letterlijk ingepakt door de politiek. door Michiel Blijboom

Johnny Jordaan was zo ruig als een kokosmat. Als hij Een pikketanissie vertolkte, zong hij stiekem ‘een pik in ’t anussie’. Collega Manke Nelis daarentegen was géén lid van artiestensociëteit De Kringspier. Bekend is de anekdote van Ronnie Tober die bij hem op schoot wilde komen zitten, waarna Nelis geschreeuwd schijnt te hebben: “Rot op, dan ben ik m’n stomp kwijt!” In weerwil van haar naam was Tante Leen geen verklede vent, en de enige associatie die Johnny Meijer met zuigen had, had te maken met kruimels in het tapijt. Legendarisch verhaal: er wordt aangebeld bij de Meijers, zoonlief geeft door dat het Chet Baker is die wil komen jammen, en de knorrige accordeonist antwoordt: “Donder op, ik ben aan het stofzuigen!”

Willy Alberti, de Napolitaan uit de Konijnenstraat, had nog wél een link met het gilde der rugridders, maar louter en alleen omdat dochter Willeke zich ooit verdienstelijk heeft gemaakt als homomoeder des vaderlands. Maar in tegenstelling tot Johnny, Manke, Tante en andere Johnny staat er van hem geen standbeeld op de kont van de Elandsgracht.

En achter die standbeelden gebeurt het allemaal, eens per jaar, als het flikkerflottielje van de stichting Gay Pride langs komt varen. Herstel: gebeurde, want dankzij de verscherpte regelgeving in Staphorst aan de Amstel heeft de Gay Parade, ooit het drijvende equivalent van Sodom en Gomorra, thans de dreiging van een tijgerhaai zonder tanden. Toegejuicht door Toppers-publiek dat met roze cowboyhoeden vanuit Helmond en Meppel naar de ooit zo verdorven hoofdstad is getogen, moeten de lebberende leernichten en hossende hoempapa-homo’s wellicht tot hun eigen afgrijzen ervaren dat hun geaardheid volkomen salonfähig is geworden.


Choqueren doet alleen nog boot 1, die om kwart voor twee zaterdagmiddag het donkergroene water van de Prinsengracht op komt stomen. Het is de schuit van de Gemeente Amsterdam, en op de voorplecht staat, als ware hij Sint Nicolaas in eigen persoon, stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch. Een Marokkaan die zwaaiend met een vlag aan het hoofd van een armada Amsterdam binnen vaart: dat is even slikken. Al pleit voor hem dat hij tenminste een verzorgde baard heeft en accentloos ‘Godverdomme!’ kan zeggen. Boot 1 is evenwel een voorbeeld van wat er anno 2009 fout is aan dit ooit zo spontane feestje voor andersdenkenden: sinds iemand heeft ontdekt dat het electoraal bepaald niet verkeerd hoeft te zijn om homo’s te omarmen, staan de dames en heren politici in rijen van drie opgesteld om hun solidariteit te betuigen.

Erkende homo’s als Boris Dittrich treft wat dat betreft geen blaam, want die hebben het volste recht om mee te varen en komen dan ook geen moment ongeloofwaardig over. Maar christenhonden die aan de poten van de homobeweging snuffelen om zodoende te laten zien hoe ‘tolerant’ ze wel niet zijn, daarvan krijg je toch een behoorlijk ranzige smaak in de bek.

En zo is het ook wrang om de boot van de Gemeente Amsterdam voorbij te zien varen. Niet om Marcouch persoonlijk, want dat is iemand die in elk geval zijn nek uitsteekt en toont ballen te hebben (niet letterlijk, want dat laten de huidige regels niet toe), maar puur vanwege het feit dat het schip aan de achterkant is voorzien van een meer dan levensgroot fallussymbool in de vorm van een amsterdammertje, zo’n anti-parkeerpaaltje dat in de achterliggende decennia hét symbool van de hoofdstad werd. Het amsterdammertje, dat dankzij diezelfde gemeente uit het straatbeeld dreigt te verdwijnen. Het woord ‘hypocriet’ dringt zich op.


Boot 2 stemt ook al niet vrolijk. Job Cohen, voor wie vandaag ongetwijfeld de geuzennaam Blowjob Cohen is bedacht, zeilt voorbij terwijl hij iets onverstaanbaars in een microfoon murmelt. De burgemeester die zo graag de boel bij elkaar houdt, zou zijn vele critici natuurlijk alle wind uit de zeilen hebben genomen door zich vandaag in een theeklipper te laten vervoeren. Helaas is zelfspot vrijwel alle politici vreemd. Het valt dus te vrezen dat het zuurstokroze broekpak waarin staatssecretaris Sharon Dijksma zich op boot 3 laat vervoeren geen bewuste poging is om de lachers op haar hand te krijgen. Dat laatste is uiteraard wel het streven van Gordon, die als ‘Snikkelklaas’ met zijn ‘Swaffelpieten’ meevaart op de ‘Stoompoot’. Het zijn woordspelingen waar je broek van afzakt – maar vermoedelijk is dat ook de bedoeling.

En zo sta je op Queensday II – waar in deel I de hoofdkleur oranje is, is-ie in deel II roze – te kijken naar een gebeurtenis die inmiddels zo vertrouwd is geworden als ooit het defilé op paleis Soestdijk. Maar waar het zaklopen en paalzitten in déze context nog voor enige reuring hadden kunnen zorgen, daar zijn die activiteiten anno 2009 van de platbodems verdreven naar de darkrooms. Gebleven zijn de vendelzwaaiers en de folkloristische dansgroepen, zij het dat ook hier de scherpe kantjes eraf zijn. Werden we als toeschouwers in het verleden meer dan eens gedag gezwaaid door een zwiepende zwans en konden we ons laven aan van links naar rechts door het beeld bungelende borsten, thans is de Gay Parade (officieel: Canal Parade – waarbij Gordon de eerste letter dan expres niet uitspreekt) verworden tot een drijvend buffet vol verpakte vleeswaren. Op Zandvoort vindt de ware voyeur meer van zijn gading.


De Gay Parade krijgt zo langzamerhand ook steeds meer vreemde eenden in de bijt. Zo is boot 8 er een van Winnen Doe je Met Respect, een stichting van oud-olympisch zwemmer Johan Kenkhuis, die ‘een gezond sportklimaat in Nederland’ wil scheppen. Daartoe vaart een dertigtal voormalige topsporters door de Prinsengracht en bij elk van hen ga je onbewust tóch even denken. Arnold Vanderlyde: hebben we nog nooit op een goeie knock-out kunnen betrappen. Inge de Bruijn: als lid van de damesploeg jarenlang nat geweest tussen haar benen. Jochem Uytdehaage: stond eeuwig en altijd gebukt. Regi Blinker en Pierre van Hooijdonk: hand in hand kameraden! Het zijn dit soort (door Gordon ongetwijfeld hogelijk geapprecieerde) flauwiteiten waarmee je je op zo’n dag op de been probeert te houden, al kan er om een enkele boot wel degelijk worden gebulderd. Zo is er de afvaardiging van homo-escortbureau Boys 4 U, die een aantal opvarenden heeft waar branche-technisch gezien geld bij moet.

Verontrustend is ook het gebodene op boot nummer 34, geadopteerd door de meiden van Flirtation, een initiatief van Big Brother II-winnares Bianca Hagenbeek. “Let’s be open!” luidt het motto van die vriendinnenclub, en het is het uiterlijk van de lesbische en biseksuele dames dat me niet lekker zit. Ooit hadden we met elkaar afgesproken dat potten zich in tuinbroeken hullen, voor de coiffure naar Intratuin gaan en onder elk van hun oksels een familiepluk zware shag met zich meedragen. De vrolijke en werkelijk beeldschone meisjes die Bianca op en neer laat springen, voldoen op geen enkele manier aan dat eeuwenoude beeld – en dat is inclusief alle oksels. Jammer, want mooie vrouwen die van de damesliefde zijn, dat vinden wij hetero-mannen natuurlijk ‘doodzonde’. Al zullen we dat uiteraard nooit hardop zeggen.


En dan, gaandeweg, zakt het hele programma in. Een beetje zoals het lichaam van Viola Holt, die ook bubbelend langs komt drijven, boot 69 (!). Er varen verder nog homoseksuele postbezorgers voorbij en verpleegsters van de afdeling Seksueel Overdraagbare Aandoeningen. Er wordt onverminderd gehost en gedanst en geflirt en – dat is het ergste – gegild, maar de spanningsboog staat niet langer gespannen. Anderhalf uur na aanvang heb je echt het idee dat je naar het jaarlijkse bloemencorso zit te kijken

; anno 2009 zou de Gay Parade makkelijk van commentaar kunnen worden voorzien door Dick Passchier. En ook de gewenning slaat toe. Het is derhalve het overwegen waard het evenement hierna eens in een plaats te organiseren waar ze het nog níet al vijftien keer hebben gezien. Zutphen zou een mogelijkheid kunnen zijn, want daar – Gordon, hou je vast! – woont De Man Van De Knakworst.

Wellicht trouwens dat het echte vuurwerk de komend dagen nog komt, als her en der wetsovertreders van hun bed worden gelicht. Want ondanks het feit dat er geen genitaliën te zien zijn geweest, zijn de strenge Amsterdamse regels wel degelijk met voeten getreden. En massaal ook. Honderden, nee vele duízenden zijn op zaterdag 1 augustus fout geweest – en het is door bijna evenveel camera’s geregistreerd. Het valt dan ook te verwachten dat zo’n tienduizend aanwezigen, homo én hetero, een zware veroordeling tegemoet kunnen zien. Ze hebben namelijk en masse gezondigd tegen gebod nummer één in de Mokumse binnenstad, door staand een biertje te drinken…

De dames en heren van boot 1 en 2 zien uw compromitterende filmbeelden met spanning tegemoet. Wie vijf landgenoten aangeeft, mag volgend jaar gratis meevaren.

import blijboom op pad