Op zoek naar verlichting

Mediteren wordt steeds populairder. Maar de praktijk is weerbarstig, zeker als je op stilteretraite gaat. Over fysiek ongemak, vroeg opstaan en existentiële vragen. ‘Ik mediteer om in verwarring te komen, niet om antwoorden te vinden.’ door Meike Wijers, foto’s Jos Lammers

In de trein op weg naar een weekend mediteren lees ik het programma door. “06.00 uur: opstaan. 10.20 uur: koffiepauze.” De schrik slaat me om het hart. Om half elf pas koffie! En een ochtendmens ben ik ook al niet. Een stilteretraite – het leek een maand geleden nog zo aantrekkelijk. Nu zie ik ertegen op. Na een werkweek-met-wekker laat ik me dit weekend vrijwillig nóg eerder uit bed trommelen. Het lijkt een contradictio in terminis: om zes uur uit de veren om op een houten bankje in een ongemakkelijke houding te zitten, met als doel tot rust te komen. Wie rust wil, moet er blijkbaar hard voor werken.

Het meditatieweekend van de beweging Maha Karuna Ch’an (Chinees voor ‘Het Grote Mededogen’) vindt plaats in een klooster in Steyl, Noord-Limburg. Daar onderwerp ik me aan de wijsheid van zenmeester Ton Lathouwers. Bij de centrale ingang van het klooster verwijst een non me naar de begane grond. Hier moet ik me inschrijven.

Dit weekend delen de nonnen hun huis met de groep van Lathouwers. Het klooster is een missiehuis. Nonnen die over heel de wereld missiewerk hebben verricht, genieten hier van hun oude dag. In het trappenhuis passeer ik een aantal deelnemers in joggingpak die al sinds woensdag hier zijn. Toen ik me een maand geleden aanmeldde, had ik genoeg zelfkennis om niet voor de vijfdaagse retraite te kiezen. Tweeënhalve dag lijkt me voor een eerste keer meer dan voldoende. In een zaal met ramen met uitzicht op de kloostertuin krijg ik een korte uitleg. Bij binnenkomst maak je een buiging; na een meditatiesessie van een half uur kun je een wandeling maken in de tuin; dan wordt opnieuw een half uur gemediteerd, en dit gebeurt allemaal in stilte.


Na deze uitleg voeg ik me bij de deelnemers. In de ruimte vóór de meditatiezaal wachten we tot de volgende sessie begint. Met een kopje groene thee drink ik mezelf moed in. Een zware man komt binnenrijden op een step. Niemand lijkt verbaasd. Ik bekijk de man die zijn step tegen de muur heeft gezet en zich nu moeizaam richting de tafel met thee en koekjes begeeft, steun zoekend bij tafels en stoelen. Hij waggelt een beetje. De zaaldeur wordt geopend, we gaan beginnen.

Na tien minuten tintelen mijn benen, mijn rechtervoet slaapt en mijn achterwerk is beurs van het houten bankje. Het is een klus om aan niets te denken. De ene na de andere triviale gedachte dringt zich op. Dat ik wéér ben vergeten een afspraak te maken met de tandarts, dat ik me nodig moet inschrijven bij de sportschool, dat ik een boek terug moet brengen naar de bibliotheek. En echt stil is het ook niet. De buik van mijn buurman rommelt, in de hoek zit de man van de step te snurken (hij kan zich blijkbaar wél volledig ontspannen), een ander kan zijn rokershoestje niet binnenhouden. Aan de bloemrijke metaforen die me op het hart zijn gedrukt, heb ik nu niets. (Mediteren is alsof je in een bootje op de rivier zit. Richt je niet alleen op het doel, want dan kun je niet genieten van de bloemen aan de kant. Maar klamp je ook niet vast aan het riet, want dan vaar je niet mee met de stroom.)

Steeds meer mensen doen aan meditatie. Bladen als Happinez en Mind Magazine staan er vol mee. Tot rust komen, doe je niet meer luierend op het strand tijdens een all-inclusive vakantie, maar al mediterend in een afgezonderd klooster. In de pauzes vind ik de gelegenheid om de stilte te doorbreken en een aantal deel- nemers aan de tand te voelen. Waarom mediteren zij?


Voor mij is het een beproeving om klokslag zes uur ’s ochtends naast mijn bed te staan. Zo niet voor Andrew Peers (47) – voor hem is het een vakantie. In het trappistenklooster in Zundert, waar hij sinds negentien jaar woont, staat hij elke ochtend om vier uur op. De roodbebaarde monnik komt oorspronkelijk uit Ierland. “Ik ben geboren als katholiek, maar toen ik jong was, ben ik weggelopen uit de kerk. Ik was een punker, een rebel. Ik was agressief, vocht vaak. Ik deed precies waar ik zin in had, en toch leek alles zinloos. Onverschilligheid beheerste mijn leven. Dat is een hel. Been there, done that, got the T-shirt. Nu ben ik nieuwsgierig naar mezelf. Hell yeah, nu geniet ik van het leven.”

Dat de man in habijt ooit een rellende jongen was, is alleen nog te zien aan zijn ondeugende lach. “Op een gegeven moment stond ik wanhopig bij een afgrond. Ik ontdekte dat ik mijn eigen god niet meer was. Toen heb ik me omgedraaid en ben ik in het klooster gegaan. Zo ben ik, het is alles of niets.”

Voor Peers hoort meditatie bij zijn leven. Dat deze vorm van meditatie is gestoeld op het Chinese zen, maakt hem als christen niet uit. Tijdens de koffiepauzes wandelt hij regelmatig met een deelnemer de tuin in. Vanuit zijn ervaring geeft hij advies. Veel vrouwen vragen om raad. Aan aandacht van de andere sekse geen gebrek. Het is bijna oneervol om te vragen, maar baalt hij er soms niet van dat het bij die aandacht moet blijven?

“Ik geniet van mijn vrijheid. Als ik een vrouw, een huis en een Ferrari had, kon ik niet zo vrij zijn. Natuurlijk mis ik het weleens. Maar in een relatie ben je vaak op de intiemste momenten het meest eenzaam. Nu maak ik de eenzaamheid vruchtbaar.”


Dat er nog steeds een rebel in hem schuilt, blijkt als hij verklapt: “Soms ga ik stiekem naar de kroeg. Zonder habijt, dan trek ik een spijkerbroek aan. Lekker eten en drinken met vrienden. Zij zijn niet bezig met het geloof, maar soms vind ik bij hen meer religie dan in het klooster. Religie betekent voor mij: niet oordelen.”

Voor Marieke Hart (29) is zenmeditatie nieuw. Ze is sinds een jaar bezig met een andere vorm van meditatie: vipassana. Ze is het niet gewend een buiging te maken voor aanvang van een meditatiesessie. Ook moest ze wennen aan het lopen tussen twee meditatiesessies.

“Als mijn vrienden me zouden zien, zouden ze zich rot lachen. De eerste keren kon ik zelf mijn lachen bijna niet houden, het leek net een processie. Maar nu vind ik die wandelingen heerlijk. Toch haak ik af als het te zweverig wordt. Met dat buigen heb ik niks, voor mij hoeft dat niet.”

Haar vriend mediteert ook. Op een vakantie in Egypte stonden ze samen op een berg en hadden een ‘aha’-moment. “Toen besloten we: kom, we moeten echt wat spiritueler worden. Ik heb een ontzettend leuke, maar heel hectische baan bij een ontwikkelingsorganisatie. Ik ben altijd druk met werk, vrienden, noem het maar op. Soms heb ik daar echt last van. Of het mediteren daartegen helpt? Ik haal er zeker veel uit, ja. Maar ik ben nog steeds een stresskip als het druk is op mijn werk. Dan maakt het niet uit of ik nu vier keer per jaar mediteer of niet. Daarom zoek ik een manier om het mediteren meer in mijn leven te integreren.”

Met een kladblokje op schoot zit Hart in één van de pauzes in de zon. Ze heeft al pagina’s vol gepend met haar ervaringen tijdens het mediteren. “Volgens sommige mensen moet je niks opschrijven. Maar ik vind het prettig om later terug te kunnen lezen welke inzichten ik heb gekregen. Ik doe het op mijn eigen manier. Zo doen veel jongeren het volgens mij – ze shoppen bij verschillende groepen en creëren een eigen stijl. Ton Lathouwers zegt dat je niet moet mediteren om je beter te voelen. Volgens hem moet het een hoger doel dienen. Maar voor mij is mediteren voorlopig juist een soort zelfontdekking.”


Drie keer per dag zitten we met de groep aan tafels in de eetzaal. Ook dit gebeurt in stilte. Om het zout vragen was nog nooit zo ingewikkeld. Omdat ik mijn tafelgenoten niet wil aangapen, richt ik mijn aandacht op mijn bord. Langzaam kauw ik op mijn vega-burger. ’s Avonds ben ik blij als mijn hoofd het kussen raakt. De bedden zijn verhoogd en in de douche zijn verschillende handvatten geplaatst. Ik denk aan de bejaarde nonnen die vóór mij in dit bed hebben gelegen. Wie van hen nog in het klooster wonen, laten zich weinig zien, dit weekend. Ze dulden onze aanwezigheid met terughoudendheid.

Tijd voor een verhelderend gesprek met de zenmeester. Ton Lathouwers (1932) is tevens oud-hoogleraar Slavische taal- en letterkunde en hooggewaardeerd pleitbezorger van de spirituele ontmoeting tussen Oost en West. Hij onderbreekt me als ik hem met ‘u’ aanspreek. “Dat vind ik discriminerend. We zijn allemaal gelijk.” In 1987 kreeg hij zijn autorisatie als Ch’an- leraar van zijn Chinese leermeester. Het Chinese Ch’an heeft dezelfde betekenis als het Japanse zen. De begeleiding is informeler dan in het nogal strenge Japanse zen. Sinds 1968 bewandelt Lathouwers de zenweg, om in zijn terminologie te blijven.

“Wat ik hier doe? Luisteren. Mensen komen bij me met existentiële vragen; ik help hen om bij de vraag te blijven.” Hij heeft er een hekel aan om ‘goeroe’ genoemd te worden. Eigenlijk wil hij het niet eens hebben over een leraar-leerlingverhouding. “Ik ben heel dankbaar voor de rijke gesprekken die ik hier voer. Van hart tot hart noem ik dat. Maar als mensen een soort bewondering voor me krijgen, houdt het op. Ik ben geen goeroe, dat zit niet in me. Het is levensgevaarlijk om goeroe te spelen. Dan geef je mensen het gevoel dat ze verlichting vinden als ze jou volgen. Maar er is geen enkele zekerheid dat je vindt wat je zoekt. Het wonder – de ontdekking van oervertrouwen in het bestaan ondanks alles wat het tegendeel kan suggereren – kan altijd gebeuren. Of je nu nog nooit hebt gemediteerd of het altijd al doet.”


Erg bemoedigend vind ik zijn verhaal niet. Er moet toch resultaat te behalen zijn? “Nee, dat hoeft niet. Het belangrijkste is dat je vragen blijft stellen. Anders is het een verfijnde vorm van therapie, dan doe je het alleen voor je eigen belang. Dat is vreselijk individualistisch, terwijl mediteren juist het omgekeerde is. Ik hoop dat mensen hier verder gaan. Boeddha vroeg zich af hoe je om moet gaan met lijden. Niet alleen persoonlijk lijden, maar het lijden van de mensheid.”

Eindeloos mediteren zonder ‘verlichting’ te bereiken? Ik word moedeloos van het idee. Pat van Boekel (46), dit weekend de rechterhand van Lathouwers, zorgt dat alles organisatorisch goed verloopt. Hij vindt het juist fijn dat er geen doel is. “Ik vind het prettig dat het niet werkt. Dat klinkt raar. Maar zoals Ton zegt: ik mediteer om in verwarring te komen, niet om antwoorden te vinden. Meditatie moet mededogen zijn, anders heeft het geen waarde. Het is geen navelstaarderij. Door jezelf beter te leren kennen, kom je erachter dat anderen helpen heel verrijkend is.”

Net als Lathouwers verwerpt hij ‘hippe’ en commercieel gerichte meditatievormen zoals mindfulness, die erop gericht zijn resultaat te boeken. “Jonge mensen gaan iets doen wat ‘werkt’. Bij mindfulness wordt een probleem opgelost, net als bij de dokter. Ton doet dat niet. Het is misschien makkelijker om gestuurd te worden. Maar de suggestie dat hij iemand kan ‘helen’ wil hij absoluut vermijden.”

Dat zen en meditatie nu erg populair zijn, vindt Van Boekel logisch. “Het zit in de onrust van mensen om zich telkens weer in iets nieuws te storten. Zingeving komt snel op en zakt ook weer snel weg. Mensen houden het niet vol. Je ziet ook veel kruisvormen tussen psychologie en zen. Maar zingeving om jezelf te veranderen, daar is niemand bij gebaat.”


Tijdens de derde dag heb ik mijn soort ‘verlichting’ gevonden. Ik probeer niet meer krampachtig mijn hoofd leeg te maken. Ik blijf gewoon stil zitten en laat de gedachten voorbijkomen aan niet-gedeclareerde bonnetjes, verwelkte planten die water nodig hebben, en een te lang uitgesteld bezoek aan de kapper. En af en toe raak ik in een gedachteloze, slaperige toestand. Na de sessie verhuist dit alles weer naar mijn onderbewuste en stort ik me op de koffie en koekjes.

Het heeft toch wel iets, een aantal dagen in stilte doorbrengen. Of het nu is om los te komen van aardse verlangens, een bijdrage te leveren aan de mensheid, of gewoon om bij te komen van een hectisch leven. Ik heb nog niet veel nagedacht over de vragen waarom we bestaan, wat we op aarde doen en wat het doel van de mensheid is. Maar oefening baart kunst. Ton Lathouwers: “Als je lang genoeg stil bent, worden die existentiële vragen vanzelf levend.”

import spiritualiteit