Theater van de rouw

Waarin mede-woordknechten literatuurpaus Michaël Zeeman een waardig afscheid bieden.

De vorige week aan een hersentumor overleden Michaël Zeeman gebruikte de laatste dagen van zijn leven om zijn eigen uitvaart tot in detail te regisseren. Zijn artsen hadden hem meegedeeld dat zijn overlevingskans één procent was. Voor de geboren perfectionist Zeeman was kansrekening een gruwel: je deed iets honderd procent, of je deed het niet. Zelf was hij bekend met beide opties: een roman schreef hij nooit. Voor essays draaide hij zijn hand niet om. Voor Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes (op foto één met commentator Anet Bleich) was Zeeman, die binnen het uur een stuk van vierduizend woorden kon produceren, niets minder dan een kroonjuweel. Dat de diamant op collegiaal gebied ernstig tekortschoot en naar Rome moest worden weggepromoveerd om voor de krant behouden te blijven, werd afgelopen week nadrukkelijk met de mantel der liefde bedekt.

In een goed gevulde Rotterdamse schouwburg spraken zes genodigden naast de kist, die pontificaal op het toneel stond. Onder de zes was slechts één romancier, maar die kwam veilig uit het buitenland. Jens Christian Grøndahl (op foto twee met de schrijver Abdelkader Benali, op foto drie met de uitgever Robbert Ammerlaan) was uit Denemarken overgekomen om afscheid te nemen van zijn pleitbezorger.

De Nederlandse sprekers waren stuk voor stuk letterknechten, net als de overledene zelf. Men kwam telkens onaangekondigd naar voren. Na elke toespraak was er een ongemakkelijke stilte van twee minuten. In die eredienst van het woord waren Willem Otterspeer, Paul Scheffer en Maarten Doorman de voorgangers, voorafgegaan door de weduwe. Vijfde spreker was Jens Christian Grøndahl. Ammerlaan sloot af met een werkelijk sublieme karakteristiek van de betreurde. De toehoorders vernamen dat de jonge Michaël op zijn zeventiende definitief met zijn ouders had gebroken, omdat dezen liefde slechts konden formuleren als kritiek en afwijzing. Kort samengevat: je haat wat je bent. De verloren zoon zou zijn leven lang dezelfde vergissing maken als zijn ouders.


Echte schrijvers waren er weer volop bij de teraardebestelling in Crooswijk. Foto vijf is van de romanciers Herman Franke en Marja Brouwers.

De laatste is verbonden aan De Bezige Bij, waar Zeemans aangekondigde roman De denksporter zou verschijnen. Ammerlaan ontving na jaren wachten niet meer dan veertig pagina’s. Volgens de auteur in kwestie was het ‘wel goed, maar niet goed genoeg’. Die spreuk had op Zeemans wapenschild kunnen staan.

Foto zes is van romancière Nelleke Noordervliet, medewerkster van het VPRO-programma Zeeman met Boeken, waarin een kleine zeven jaar lang vermetele Nederlandse romanschrijvers het aloude adagium van de aartsengel Michaël kregen voorgehouden: “Wel goed, maar niet goed genoeg.”

import onder de gordel