Interview: Gerard Spong

In principe verdedigt hij iedereen, van oorlogsmisdadiger tot dierenbeschermer. Morele maatstaven tellen daarbij voor hem niet. Tegelijkertijd gaat hij in zijn krantencolumns enorm tekeer tegen de Nederlandse regering. 51 vrijpostige vragen aan strafpleiter Gerard Spong (63). ‘De overheid is een criminele organisatie.’

Een van uw meest recente wapenfeiten was de verdediging van de Vegan Streaker. Hoe komt zo’n man bij u terecht?
“Och, ik word gewoon gebeld. Ik weet natuurlijk niet of de betrokkene enige research heeft gedaan over mijn zogeheten whereabouts. Maar ik heb ongeveer tien jaar geleden ook twee dierenactivisten verdedigd bij de rechtbank in Alkmaar, die werden beschuldigd van allerlei vreselijke brandstichtingen bij slagerijen. Dus mijn naam gaat wel in die kringen rond, merk ik zo. En ik heb er verder nooit een geheim van gemaakt dat ik de dierenbeschermingswereld een warm hart toedraag.”
Maakt dat u dan iets uit?
“Nee, voor de belangenbehartiging maakt het eigenlijk niks uit. Als je affiniteit met de zaak of het probleem hebt, kun je hooguit nog wat extra fingerspitzengefühl hebben voor wat er speelt. Dus misschien dat het net een extraatje geeft. Maar voor de bijstand an sich doet het er niet toe.”
Dus als een houder van een nertsenfokkerij u belt omdat hij in juridische problemen is geraakt, duikt u daar met net zoveel passie in als bij de verdediging van de Vegan Streaker?
“Ja, in beginsel wel.”
Moet u zich nooit over enige persoonlijke weerstand heen zetten?
“Er zijn natuurlijk altijd gruwelijke misdrijven die ook mij raken. Wat mij in mijn praktijk het meest aangrijpt, zijn kindermoorden. Ik moet echt wel heel even slikken als ik op zo’n moment de foto’s van het lijk zie. Maar dat maakt mijn bijstand van de verdachte er niet minder om.”

Lees het gehele interview in de HP/De Tijd van deze week.

Roos Schlikker