De krul van Kuifje

Sterretjes, streepjes en druppeltjes in strips zijn niet zomaar sterretjes, streepjes en druppeltjes, maar pictoriale runen. Dr. Charles J. Forceville doet er diepgaand onderzoek naar. door Michiel Blijboom, foto’s Herman Wouters

Een situatieschets. Ik zit in een ruimte van de Roosevelt Academy te Middelburg, waar de Poetics And Linguistics Association (PALA) een meerdaagse taalconferentie heeft belegd. Tegenover mij zit dr. Charles J. Forceville, universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Media Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Tussen ons in ligt een tekening uit een Kuifje-album. Preciezer: plaatje 16 van bladzijde 7 uit Kuifje en de Picaro’s (1976). Op de desbetreffende afbeelding zien we kapitein Haddock, huiselijk gekleed in kamerjas en sloffen, een deur openzwaaien. Achter de deur staat zijn trouwe butler Nestor, die wordt verrast en de kruk tegen zijn rug voelt knallen. En dat doet pijn, getuige de sterretjes die hem ten deel vallen. Forceville wijst op de zwierige krul die tekenaar Hergé achter Haddock heeft geplaatst, een stilistisch trucje dat beweging uitdrukt. “Dáár gaat mijn onderzoek over,” zegt hij.

Over die krul?

Ja, over die krul.

“Want kijk eens hier,” vervolgt de docent, terwijl hij plaatje 12 van pagina 35 uit datzelfde boek erbij pakt. Op die illustratie zien we Haddock verdwaasd door de jungle van San Theodorus lopen. Boven zijn hoofd openbaart zich eenzelfde krul als 28 pagina’s eerder. “Het interessante is,” doceert Forceville, “dat dezelfde pictorale rune, zoals we zo’n teken noemen, op een andere plek ook meteen een andere betekenis heeft. Achter iemands hielen staat deze zogenaamde twirl – hoewel Belgen het over krollebitch hebben – voor beweging, maar boven iemands hoofd drukt-ie duizeligheid uit, of dronkenschap.”

Het is enige uren voor Forcevilles plenaire lezing Stylistics in Comics: Pictorial Runes, een gebeurtenis waar hij zich erg op verheugt. “PALA heeft de eerste taalwetenschappelijke conferentie waar ik plaatjes mag laten zien, dus ik ben ze eeuwig dankbaar.” En ik ben Forceville dankbaar dat hij mij van tevoren uitlegt wat hij straks in het Engels gaat vertellen. Ik had liever geschreven ‘even snel uitlegt’, maar dat is in dit geval onmogelijk. Forceville houdt van praten; als hij een stripfiguur was, zou je als toehoorder al na tien minuten zijn bedolven onder de tekstballonnen.


“Pictorale runen is trouwens geen term van mij, maar van John M. Kennedy, die ze in 1982 definieerde als ‘non-mimetic graphic elements in comics that contribute narratively salient information’. Dat zijn dus bij voorbeeld alle bewegingslijntjes.”

En de sterretjes om het hoofd van Nestor?

“Die reken ik tot de pictogrammen. Da’s een andere subcategorie, waartoe ook doodshoofden en bliksemschichten behoren. Maar daar kun je over twisten.”

Dit wordt een lange middag, weet ik dan al.

“Sterretjes en bliksemschichten hebben al een betekenis van zichzelf. Die bewegingslijntjes niet. Daarom maak ik dat onderscheid. Pictogrammen zijn trouwens ook zeer de moeite van het bestuderen waard, want dat zijn natuurlijk óók geconventionaliseerde tekens. Die ster om het hoofd van de butler drukt pijn uit en betekent zodoende iets anders dan een ster aan de hemel, maar daar hebben we het vandaag niet over. Vandaag gaat het over runen. En wat mij daarbij interesseert is: hoe ver gaat de systematiek daarin? Mijn hypothese is dat hier sprake is van een rudimentaire taal. En om dat nou goed te kunnen onderzoeken, heb ik gezegd: ik ga in één Kuifje-album een inventarisatie maken van álle runen die ik tegenkom. Die ga ik vervolgens categoriseren, en dat zou dan een model moeten worden dat collega-wetenschappers zouden kunnen gebruiken bij het bestuderen van andere Kuifje-albums. De vraag die daarbij centraal staat, is: is hier daadwerkelijk sprake van een aparte taal, en zo ja, wat zijn de regels daarbinnen? En speelt dit alleen bij de strips van Hergé, omdat hij zo’n precieze tekenaar was, of ook bij het werk van anderen? Nou, dat is dus het project waar ik momenteel mee bezig ben. Met name die afwijkende betekenis van dezelfde runen op verschillende plekken boeit me mateloos. Dat zou namelijk een aanwijzing kunnen vormen – en nu kom ik met mijn bijdrage aan de metafoortheorie – dat emoties fysieke kracht zijn. Wij conceptualiseren emoties als fysieke krachten, stelt de Hongaarse wetenschapper Zoltán Kövecses. Ook in ons taalgebruik, want bij een boos iemand zeggen we bijvoorbeeld dat hij ‘zowat tegen het plafond’ ging. Of: ‘Er kwam stoom uit zijn oren.’ Wij kunnen dus alleen maar metaforisch conceptualiseren door te vergelijken met fysieke krachten. En dat op twee manieren gebruiken van de twirl in de Kuifje-strips zou een mooie ondersteuning kunnen zijn van die theorie.”


Er schiet me te binnen dat ik niet moet vergeten om mosselen te eten, nu ik toch in Zeeland ben.

“Daarnaast ben ik met twee andere collega’s wezen kijken naar tekstballonnen in verschillende strips. Kuifje, Asterix, Lucky Luke, er was iemand die zich over Marvel Comics boog… Welke visuele aspecten van een tekstballon hebben de potentie om iets belangrijks over te dragen? We hebben in dat specifieke onderzoek een aantal dimensies onderscheiden: de vorm van de tekstballon, of er meer dan één letterfont in wordt gebruikt, of er iets anders dan alleen tekst in staat, bijvoorbeeld een rune of een pictogram…”

Mosselen die alleen in wat groenten en witte wijn zijn gekookt, zodat je de pure smaak proeft. Geen rare kruiden er doorheen en al helemáál geen papje van zongedroogde tomaten, wat ze je in Italië altijd flikken.

“…en ook of er sprake is van een ‘stand alone’-interpunctie. Vaak heb je dat, dat er alleen maar een uitroepteken staat in zo’n ballon. Of een vraagteken natuurlijk. Dus we hebben een keer met z’n drieën in zes albums alle tekstballonnen op die dimensies geselecteerd. Geen leuk werk, en je moet ook echt oppassen dat je elkaar op een gegeven moment niet de nek omdraait.”

Mijn oog valt op twee streepjes onder de voet van Nestor. Streepjes die aangeven hoezeer de marmeren vloer van kasteel Molensloot glimt. Rekent Forceville die verticale lijntjes ook tot de runen?

“Goed dat je daarover begint!! Aanvankelijk wel, maar na eindeloos debatteren met mensen aan wie ik de uitkomst van mijn onderzoek heb laten lezen, heb ik toch gezegd: dit is té zeer een letterlijke weergave van spiegeling, dus uiteindelijk heb ik ‘m toch níet tot de runen gerekend. Zoals ook niet elke druppel er eentje is. Als Haddock whisky uitspuugt, dan…”


Mosselen in whiskysaus, is dat wat? Nou nee, hoogstens als ze gebakken zijn.

“…zijn dat échte druppels. Maar gestileerde druppels die als een halo om iemands hoofd zweven, dat zijn weer runen. Laat ik het zo zeggen: druppels die de zwaartekracht volgen, reken ik er níet toe. Maar nog even terug naar die tekstballonnen: dat was tamelijk intensief, kan ik je zeggen. Vooral toen een van mijn collega’s er halverwege achter kwam dat ik méér verschillende dingen zat te turven dan hij. ‘Nee,’ zei hij, ‘je gaat me toch niet vertellen dat ik al die tweeduizend balloons opníeuw…?’ Ja, dat ging ik hem wel vertellen. Je wilt uiteindelijk toch dat je als onderzoeker serieus wordt genomen.”

Ik zeg hem dat ik het een beetje triest vind, drie volwassen mannen die tekstballonnetjes tellen. Forceville vat het sportief op. “Het is monnikenwerk, maar wel heel belangrijk als je wetmatigheden wilt ontdekken.” Een andere snoeiharde aanval dan: Kuifje en de Picaro’s is op geen stukken na het beste Kuifje-album. Wat heet: de ware fans verfoeien het zelfs – en niet alleen omdat de hoofdpersoon zijn vertrouwde drollenvanger heeft verruild voor een spijkerbroek.

“Hergé heeft vaak in interviews gezegd dat er in zijn panels, zijn plaatjes dus, geen puntje of streepje zonder bedoeling staat. Welnu, Kuifje en de Picaro’s is het laatste album dat hij heeft gecompleteerd, dus redelijkerwijs kun je aannemen dat hij in die fase van zijn carrière helemaal klaar, helemaal uitontwikkeld was. Dat is de enige reden, want zelf vind ik De juwelen van Bianca Castafiore ook veel leuker dan deze. Maar goed, mijn corpus-onderzoek is bedoeld om patronen weer te geven en niet om nieuw licht te werpen op de figuur Kuifje. Het gaat puur om de taal van het beeld.”


Terwijl Forceville doorratelt, word ik afgeleid door de Turkse professor Isil Bas, een duizelingwekkende verschijning op dito hakken, die bevallig voorbij trippelt op weg naar een van de conferentiezalen. Ik moet aan Bianca Castafiore denken – en toch ook weer niet, want qua schoeisel heeft Hergé zich nooit zó laten gaan. Als de ‘Nachtegaal van Milaan’ de torenhoge palen van mevrouw Bas had gedragen, had de tekenaar op elk plaatje een twirl boven haar hoofd moeten plaatsen.

“Maar ik vind het wel interessant dat het runen-onderzoek nu academische aandacht lijkt te gaan krijgen. Dat is terecht, want strips zijn cultuurgoed, dus die verdienen het net zo goed als elke roman om in de geschiedenis beschreven te worden. En zoals het belangrijk is om de grammatica van een nieuw ontdekte taal op een rijtje te krijgen, zo is het ook belangrijk om de taal van de runen te onderzoeken. Al kun je je afvragen of Hergé dat zelf al niet heeft gedaan. Ik bedoel: die had op een gegeven moment zo veel tekenaars in dienst, die móeten ooit instructies van hem hebben gekregen. En het zou mooi zijn als die aanwijzingen ook op papier zouden staan. Maar zolang dat niet bekend is, moet ik die informatie zelf in kaart brengen. En dat is best tijdrovend, want ik denk dat ik met het onderzoeken van dit ene Kuifje-album wel een week of drie bezig ben geweest. Ook omdat je op een gegeven moment tot de ontdekking komt dat je iets niet op de juiste manier hebt geteld. Nogmaals: het is wetenschappelijk onderzoek, dus je wilt het wel goed doen.”

Naast de twirl onderscheidde Forceville in Kuifje en de Picaro’s achtereenvolgens – en in goed Engels, want het onderzoek moet aan een internationaal gezelschap worden gepresenteerd – de speed lines, de various movement lines, de droplets (“Maar niet als professor Zonnebloem in het bad zit en de kraan nog niet helemaal dicht is!”), de spikes en de spiral, een iets minder jolige twirl die zich vooral openbaart bij ingehouden woede. Forceville telde de verschillende runen, deelde ze door het aantal tekeningen en kwam al doende tot de conclusie dat er in Kuifje en de Picaro’s op 13,3 procent van de 755 plaatjes sprake is van speed lines. Op 20,5 procent zien we various movement lines. “En nou hoop ik dat er vanmiddag een paar andere gekken in de zaal zitten die zullen zeggen: ‘Dat is interessant, laten we eens gaan kijken of-ie gelijk heeft.’ En dat ze dan misschien gaan uitvissen of we die runen ook in andersoortige strips vinden. In Japanse manga zijn daar al twee collega’s mee bezig geweest. En als er uiteindelijk ook nog historisch onderzoek gedaan gaat worden naar het ontstáán van die runen, dan… Kijk, ik ben al heel voorzichtig bezig met een paar computerwetenschappers in India. Stél, ik slaag erin om dit heel goed te beschrijven, zowel qua vorm als qua plaats, dan zou het naar mijn idee, zéker omdat het van die simpele tekens zijn, mogelijk moeten zijn om…”


Kwart voor vijf alweer, zie ik op m’n horloge.

“…een computer te leren die runen te herkennen. En dan kun je dus echt een internationale database samenstellen, waarin je via een zoekmachine elke rune in elke strip kunt opzoeken. Dat je dus een spiral invoert en dan húp, alle boze figuren uit alle albums op je scherm krijgt. Maar dat is toekomstmuziek. En daar heb ik ook hulp bij nodig. Voorlopig komt er eerst een hoofdstuk met de bevindingen van ons onderzoek in een boek van de wetenschappers Goggin en Hassler-Forest. Out Of The Gutter gaat het heten. Omdat gutter de Engelse term is voor de ruimte tussen twee plaatjes in een stripboek. Ik hoop dat ’t in oktober uitkomt.”

Dus ruim vóór Sinterklaas, opper ik. Forceville begint te lachen. “Wil je dat boek in je schoen hebben?” , zeg ik naar eer en geweten.

import blijboom op pad