‘Ik leer langzaam’

Dertig jaar geleden kreeg hij al een Gouden Kalf voor zijn hele oeuvre. Oud-sekssymbool en Hollywood-veteraan Rutger Hauer (1944) ging op de set vaak verder dan goed voor ‘m was. ‘Daar krijg je straf voor.’

Van de 120 films waarin ik heb gespeeld, zijn er een paar waar ik de plank echt goed raak, waar ik thuiskom. Turks fruit is er zo een, Soldaat van Oranje, Blade Runner, Ladyhawke, The Hitcher, Blind Fury, The Room, The Legend of the Holy Drinker. En Floris natuurlijk. Vanaf de eerste seconde dat ik daar voor de camera stond dacht ik: als hier werk in zit, dan moet ik geen theater meer maken. Ik ben naar de directeur gegaan van de Noorder Compagnie, een provinciaal theatergroepje waar ik aan verbonden was, en heb mijn contract opgezegd. Ik ben lichtmatroos, decorschilder en tuinman geweest en toen werd ik in één klap beroemd met Floris. Ik heb daar nooit naar verlangd en dat doe ik nog steeds niet. Als je echt beroemd bent, dan ben je ook echt de lul. Dan verlies je alle privacy, dat kan pijnlijk zijn. En ja, ik ben nu wel heel beroemd, maar om maar een paar films uit het verleden, en er wordt niemand hysterisch als ze me herkennen op straat. In Nederland is het wat moeilijker te peilen omdat mensen niet graag erkennen dat ze mij vroeger ontzettend leuk vonden. We zijn toch met Calvijn grootgebracht hier; Nederlanders doen alsof ze me niet zien en draaien zich later om.

Als een acteur mij vraagt hoe-ie het het beste in Amerika kan maken, kan ik heel kort zijn: gewoon niet aan beginnen. Het lukt je niet. Als je een green card hebt en een vakbondskaart, oké, dan heb je een kans. Maar voordat je die hebt, ben je zo twaalf jaar verder. Het is nu allemaal nog harder en ingewikkelder dan toen ik begon.

Toen ik in 1980 naar Amerika ging, vroegen ze daar: “What do you want?” Ik zei dat ik wel wilde leren acteren, want ik wist niet of ik dat wel zo goed kon. Dan denken ze dat je negatief bent ingesteld. Maar nee, ik wilde het vak leren en dat kan alleen door veel te oefenen. Het komt niemand aangewaaid, en zeker mij niet, want ik groei langzaam, ik leer langzaam. Leren is sowieso een constante beweging: wat je vroeger hebt geleerd, valt weer weg, want het geldt niet meer, de tijden zijn anders. Je moet je handhaven in de tijd waarin je leeft, wakker blijven. Op zoek blijven ook, ik zoek me nog steeds te pletter. Naar projecten waarbij ik films kan regisseren; dat zou ik meer willen doen.


Ik wil ook mijn kennis doorgeven; daarom ben ik begonnen met de Rutger Hauer Filmfactory. Afgelopen juni was dat voor de derde keer: tien dagen lang jonge, getalenteerde filmmakers uit de hele wereld coachen, met gastcolleges van mensen als regisseur Robert Rodriguez. De eerste dagen zeg ik daar in Rotterdam tegen de deelnemers: “Show me you can go crazy!” Dat hebben we niet geleerd, zeggen ze dan. Maar het is een veilige plek en een ijzersterk team dat ze steunt. Als iemand zo’n geste had gemaakt aan het begin van mijn carrière, was het nog veel sneller gegaan. Voor mij is de Filmfactory teruggeven; ik kan mijn ervaring bij me houden, maar ik kan haar ook delen. Daarnaast heb ik de Rutger Hauer Starfish Association, een stichting die kinderen en vrouwen met hiv/aids helpt. Daarvoor organiseer ik het I’ve Seen Films-festival in Milaan. Uit drieduizend online korte films wordt een aantal gekozen dat tussen 22 september en 2 oktober te zien is. De opbrengst gaat naar het goede doel, net zoals de opbrengst van mijn autobiografie.

Het zelf acteren gaat gewoon door, maar ik ben een oude man dus ik krijg niet meer zo snel hoofdrollen. Ik heb meestal korte jobs, maar dan nog ben ik wel bijna constant op reis. Mijn vrouw Ineke, met wie ik veertig jaar samen ben, ziet me dan niet. In de documentaire Blond, Blue Eyes zei ze: “Ik kan niet zonder ‘m, terwijl ik altijd zonder ‘m moet.” Ze moet wel heel erg veel van me houden dat ze dat allemaal kan doorstaan. Ze is gek op reizen, en dat doen we ook samen, maar ze heeft een allerliefste moeder waar ze graag bij is. En we hebben een heel erg fijne boerderij in Friesland, waar het paradijs is. Dat zijn onze wortels. Haar moeder, mijn schoonmoeder, het gras, de buizerds, de ooievaars, de roodborstjes. Er woont daar een hele familie waar ik thuishoor.


Een van de grootste angsten die ik heb, is dat communicatie onmogelijk is. Ook al zit ik in Kenia of Nieuw-Zeeland, ik zorg dat er altijd contact is. Dat was in het begin van mijn carrière heel moeilijk. Ik reisde met een enorm grote faxmachine, met schroevendraaier en tangen bij de hand. Vóór de fax ging het via de telex. Dan zat ik achter het bureau van het hotel op dat ding te rammen als iedereen al naar bed was. Ik had dit niet kunnen doen zonder telefoon. En ook niet zonder hond, omdat m’n hond mijn vrouw heel veel liefde heeft gegeven als ze mij miste. Slim heeft zestien jaar voor mijn vrouw gezorgd. En nu hebben we een hond die Dotcom heet – we hebben altijd honden gehad. Als mijn vrouw en ik tegen elkaar zeggen: wat zouden we het liefste doen? Dan is het antwoord: we nemen twintig honden en daar gaan we voor zorgen. Maar dan kan ik niet weg en moet ik weg.

Het is mijn drang om te gaan, niet omdat ik weg wil van huis, maar omdat ik een ontdekkingsreiziger ben. Uitzoeken en ontdekken, en ik heb een vak gevonden waarbij ik dat kan doen. Ik heb altijd grenzen willen verleggen. Dat ik zo veel mogelijk mijn eigen stunts wilde doen, was ook zoiets. Dat ik altijd verder ben gegaan, daar krijg je straf voor. Mijn kniegewrichten hebben het zwaar te verduren gekregen. Dat helpt niet met de artritis die ik nu heb. Ik heb zo veel gekke dingen gedaan: op mijn vijftiende dook ik van een schip af, vijftien meter naar beneden, ik had m’n nek kunnen breken. Honderden ongelukken heb ik gehad op de filmset. Over daken springen, door autoruiten heen, ik heb het allemaal gedaan. Het is een vorm van zelfdestructie, maar ik heb het steeds overleefd. Ik snap niet waar ik het aan verdiend heb, al die mazzel.


Het is vaak maar net hoe je met de dingen omgaat. Ik kan ontzettende lol hebben met het krijgen van een bekeuring in Australië. Ik zeg dan tegen zo’n agent: meneer, weet u wat ik doe? Als ik een bekeuring krijg, dan betaal ik die en dan verkoop ik het verhaal over hoe ik die bekeuring heb gekregen op eBay aan mijn fans en dan heb ik weer driehonderd dollar voor het goede doel waarvoor ik aan het werven ben. Ik heb zulke leuke avonturen met de politie en met de douane. Ze willen vaak met me op de foto en ze vragen handtekeningen. Het worden net kinderen. Ik zie hoeveel plezier ze hebben gehad aan de films. Hun masker valt af, ze verliezen hun uniform en willen me per se een hand geven. Dat mijn werk, mijn rollen in films zijn aangekomen bij heel veel mensen, dat is mijn succes. En het gaat toch om geven in het leven.

Meer over Rutger Hauer in ‘Rutger Hauer – Autobiografie’. Uitgeverij Forum. €12,50.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Sara van Gorp, foto Jos Lammers