Belaagd op het net

De nieuwste vorm van belaging heet cyberstalking. De aanpak ervan staat nog in de kinderschoenen, terwijl de impact op de slachtoffers groot is. ‘Het bleef maar doorgaan, gek werd ik ervan.’

Ruzies en onenigheden vocht je vroeger gewoon uit in de fysieke wereld. Maar het web maakt een snelle opmars als nieuw platform voor al uw twisten. Het grote verschil is dat mensen zich minder geremd voelen achter hun computer dan in het echt. “Het is zowel de suggestie van anonimiteit als de huidige ‘ik moet alles kunnen zeggen’-mentaliteit, die maakt dat mensen op internet eerder onbeheerst gedrag vertonen,” zegt Wouter Stol, lector bij de Noordelijke Hogeschool en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit Nederland. Vorig jaar richtte hij het lectoraat Cybersafety op, waarmee Stol de problemen in cyberspace in kaart wil brengen. Het gaat Stol dan vooral om cybercriminaliteit, zoals kinderporno verspreiden of fraude plegen. Maar ook om kleinere, niet altijd strafbare feiten als cyberpesten of een ander online zwart maken. Dat moet volgens Stol in de kiem gesmoord worden. Alleen, belaging op internet is een praktisch ongrijpbaar fenomeen. Dat onderschrijft Mariëtte Christophe, projectleidster Huiselijk Geweld bij de politie. “Stalking is op zich al een lastig delict – wanneer is er sprake van, hoe zorgen we dat mensen weten dat ze aangifte kunnen doen? Belaging op het net is nog vele malen ingewikkelder.”

Zicht op de omvang van cyberstalking heeft de politie niet – van aparte registratie is (nog) geen sprake. Als slachtoffers al aangifte doen, gebeurt dat in de eigen regio. Waar nodig schiet de afdeling Digitale Expertise te hulp, maar het wordt niet apart behandeld.

De Stichting Criminaliteitsbestrijding Nederland ziet vooral het laatste jaar de meldingen van cyberstalken toenemen. “We krijgen nu vijf à tien meldingen per dag binnen,” vertelt Dick Dekker, de voorzitter van de particuliere stichting. “Via Hyves en Facebook kunnen mensen -ongegeneerd hun meningen uiten. Laster, smaad en bedreiging lopen in elkaar over. En voor de politie is directe bestrijding moeilijk omdat het erg arbeidsintensief is en de juiste expertise vereist. Je moet sitebeheerders en daders blijven benaderen. Bovendien blijkt dat het soms moeilijk is om de strafbare feiten aan te tonen. Daarom springen wij met de stichting in de bres.”


De redenen waarom mensen elkaar het leven zuur maken, lopen uiteen. Het kan om een verbroken liefde gaan die moeilijk te verkroppen valt, maar ook om een obsessieve of berekenende belager. Juridisch kan het bijvoorbeeld gaan om laster, bedreiging of belaging. Maar alles onder één noemer brengen, is onmogelijk. Ook internationaal is er geen consensus over de definitie van belaging, laat staan cyberbelaging. Wel is duidelijk dat, met de groeiende impact van internet, ook de cybercriminaliteit zal toenemen.

De psychische gevolgen voor slachtoffers kunnen zwaar zijn. Drie verhalen.

Remco (30) uit Amsterdam wil zijn verhaal wel doen, maar niet onder zijn eigen naam. Hij is net van zijn stalker af en bang dat ze weer begint. Een paar jaar geleden ontmoette hij haar via vriendennetwerk Hyves vanwege een gedeelde muziekinteresse. Ze gingen een paar keer samen naar een concert. Haar man en Remco’s broer gingen mee. Gewoon gezellig dus.

“Tot ze me een keer alleen uitnodigde. Ik zag daar geen kwaad in. Er was geen sprake van seksuele spanning en haar echtgenoot kende mij immers. Toen we na het concert nog wat gingen drinken, vertelde ze dat haar huwelijk slecht liep en zocht ze toenadering. Het gesprek heb ik toen snel afgekapt en ik ben naar huis gegaan. Daarna bleef ze contact zoeken. Via Hyves, via e-mail. Ik reageerde lauw en het werd rustig. Ze mailde nog wel maar ik antwoordde gewoon niet meer. Totdat ik een half jaar later een lange e-mail kreeg met een liefdesverklaring en bijbehorende ontmoetingsverzoeken. Daarop heb ik eenmalig gereageerd. Haar laten weten dat we allebei verschillende verwachtingen van het contact hadden, en dat ik het daarom wilde verbreken.


Sindsdien ging het mis. Ze bleef mailen en via Hyves berichten sturen. Nadat ik haar had geblokkeerd, maakte ze nieuwe accounts aan op naam van haar kinderen en voegde ze me weer toe. Ik ben dus maar van Hyves afgegaan. Vervolgens ging ze e-mailen van verschillende e-mailadressen die ik dan ook weer blokkeerde, maar dan maakte ze gewoon een nieuwe aan. Zo kreeg ik ook een aankondiging dat ze langs zou komen. Ik reageerde niet, maar hield wel rekening met haar komst. Het leek me handig als ik niet alleen was. Een bevriende psychiater was erbij. Toen ze inderdaad haar opwachting maakte, stond die vriend haar te woord. Hij schatte haar in als iemand die psychisch in nood zat en totaal niet vatbaar was voor argumenten. Hij heeft heel duidelijk gemaakt dat ik absoluut geen contact met haar wilde.

Daarop volgden e-mails naar mijn werkadres en ze benaderde zelfs een van mijn collega’s. Toen die een andere baan kreeg, heeft ze ook daar nog contact met hem gezocht. Op een gegeven moment kreeg ik een e-mail met zo veel bedreigende taal dat ik dacht: dit gaat te ver, nu moet ik aangifte doen. Dat was na ongeveer een jaar.

Eerst heb ik er melding van gemaakt bij de politie. Zij hebben toen een waarschuwingsbrief gestuurd en zijn bij haar langs geweest om aan te geven dat als ze niet op zou houden, ik aangifte tegen haar zou doen. Die waarschuwing beantwoordde zij met een dreigmail waarin stond dat ook zij de politie had ingeschakeld. Ze zou mij wel aanpakken en ze wist me te vinden. Het was ontzettend onsamenhangend. In de eerste alinea was ik heel lief en hield ze van me; in de tweede alinea was ik een grote klootzak die nog niet van haar af was. Op een gegeven moment voelde ik me enorm unheimisch door de bedreigende toon. Als ik naar huis fietste, was ik bang dat ze in mijn straat zou staan. Ze zou daar net zo goed kunnen staan met een mes. Daarnaast wist ze natuurlijk wie mijn broertje was, wie mijn collega’s waren, et cetera. Dat is geen fijn idee. Toen heb ik aangifte gedaan.


In eerste instantie gebeurde daar niet zoveel mee. De berichten bleven komen. Van een milde toon tot schelden, tot mij verantwoordelijk houden voor de puinhoop in haar leven. Die berichten heb ik allemaal één op één doorgestuurd aan de politie. En natuurlijk niet beantwoord. Justitie is er nu mee bezig. Ik begrijp dat ze haar een schikkingsvoorstel hebben gedaan. Inmiddels heb ik al een paar maanden niet van haar gehoord.”

Rechtbankverslaggever Chris Klomp (38) is wel wat harde taal gewend. Dat hoort nu eenmaal bij zijn vak. Maar toen zijn stalker dreigementen richting zijn familie ging uiten en hij met naam en toenaam op een sekssite kwam te staan, werd bij hem een grens overschreden.

“Het contact ontstond najaar 2008 op de blog van een misdaadjournalist. Daar was een discussie gaande over de moord op Marianne Vaatstra. Iemand die zich voordeed als journalist, gaf aan misschien wel te weten wie de moordenaar was. Daar kwamen natuurlijk vragen over. Mensen vroegen zich af wie dat was en waar hij voor schreef. Die discussie heb ik aangekeken. Ik wist wie de man was. Op een gegeven moment heb ik aangegeven dat deze meneer geen journalist was, maar dat ik wel zijn anonimiteit zou bewaren. Dat waardeerde hij, maar een mevrouw die onder een pseudoniem op dat weblog zat, reageerde daar heel fel op en maakte wel zijn naam bekend.

De man werd boos en reageerde vervolgens zijn woede af op mij; ik stond immers wel met mijn eigen naam bij dat web-log ingeschreven. Hij begon daar met het verspreiden van zijn leugens. Vervolgens ging hij naar het weblog van mijn collega. Dat vond ik heel vervelend, want die blog wordt goed gelezen. Hij postte negatieve dingen over mij onder zijn eigen naam, om ze daarna onder andere namen te bevestigen. Ik heb hem toen gezegd dat als hij iets op mij aan te merken had, hij maar naar mijn eigen weblog moest gaan. Dat heeft hij gedaan, maar hij bleef maar doorgaan met leugens. Ik moest hem na een tijdje wel blokken.


Toen is hij zelf een weblog gestart. Bijna ieder verhaal dat hij daar schreef, ging over mij. Ook in de kop vermeldde hij mijn naam, zodat Google dat heel snel oppikte. Als je mijn naam googlede, kwamen de eerste hits bij zijn site terecht. Ik ben freelancer, dus daarmee kan hij mij veel schade berokkenen. Tegelijkertijd benaderde hij mijn collega’s en de hoofdredactie van mijn krant. Zelfs met de president van de rechtbank zocht hij contact om over mij te klagen.

Hij schreef op zijn weblog dat ik hem bedreigde, schoffeerde en stalkte. Hij verzon van alles om mij zwart te maken. Op een gegeven moment schreef hij dat hij beter zijn pijlen op mijn familie kon richten omdat dat meer effect zou hebben. Ook vond ik mijn naam uitgebreid vermeld op een sekssite in een pornoverhaal over een homoseksuele ontmoeting op de rechtbank. Toen ben ik naar de politie gestapt. Dat was mei 2009.

Ik heb alles bewaard. Een dossier van zestig pagina’s. Screenshots, e-mails, teksten op weblogs. Ik probeer me er niet zoveel van aan te trekken, maar het is natuurlijk wel heel vervelend. Mijn naam stond overal. In mijn directe werkomgeving kennen veel mensen de stalker gelukkig, maar als een nieuwe opdrachtgever mij googelt, kan hij op al die leugens stuiten. Het was een constante stroom van onjuiste negatieve informatie.”

De melding bij de politie heeft geholpen. Inmiddels is het wat rustiger en wil Klomp het eigenlijk geen aandacht meer geven omdat de stalker daar weer wakker van kan worden. “Het heeft me veel energie gekost. Ik moest bijvoorbeeld nieuwe weblogs aanmaken om te zorgen dat de leugens in de Googlelijst daalden. En het idee is gewoon heel naar dat iemand elke dag weer van alles bedenkt om jou te beschadigen.”


Janet (49) doet graag haar verhaal om anderen bewust te maken. Haar stalker beheerste drie jaar lang haar leven. In juli is hij door de rechter veroordeeld tot een taakstraf en twee jaar voorwaardelijk. Sindsdien heeft ze van hem geen last meer. Maar iemand anders heeft besloten het stokje over te nemen. “Je voelt je zo machteloos, en je bent altijd bang. Hij dreigde een groep kampers op me af te sturen en stuurde berichten als: ‘Kijk maar uit als je vanavond je hondjes uitlaat.’ Dan kijk je echt wel zes keer om je heen voordat je dat grasveldje oversteekt.”

Ironisch genoeg kregen ze contact op een forum tegen internetoplichting. Hij was de eigenaar en zij één van de moderators. Een nuttige club met goede onderlinge contacten. Tot hij dronken op het forum begon te verschijnen en iedereen verrot ging schelden. “Met een groepje hebben we toen besloten die site te verlaten en een nieuw forum te beginnen. Hij wilde toen iemand terugpakken. Mij kende hij persoonlijk, dus ik werd het doelwit van zijn wraakacties. Hij ging mijn naam en telefoonnummer overal op internet zetten en mij zwart maken. Overal stonden leugens. Zelfs op sekssites was ik te vinden. Verder schold hij mijn familie uit en stuurde dagelijks e-mails. Het bleef maar doorgaan; gek werd ik ervan. Op een gegeven moment werd ik door de politie gebeld of alles in orde was met mij. Ja, antwoordde ik. Waarom zou dat niet zo zijn? Ze gaven aan dat ze net gebeld waren door iemand die meldde dat er een groep kampers op weg was naar mijn huis om mij iets aan te doen. Dat was hij, natuurlijk.


In 2007 deed ik aangifte. Alle screen-shots en e-mails heb ik uitgeprint om een dossier te hebben tegen hem. Stapels papier had ik. Het is geen pretje hoor, om de hele dag die rotzooi over jezelf te moeten lezen. Ik heb regelmatig contact met Slachtofferhulp om dit te verwerken. Ik heb zelfs een jaar op kalmeringstabletten geleefd.

De verwerking van de aangifte duurde lang. De politie in mijn regio stuurde alles door naar zijn regio, maar er gebeurde niks. En hij bleef gewoon doorgaan, natuurlijk. Ik heb elke maand naar die regio gebeld om te vragen of er al wat met de aangifte was gedaan. Ik dacht: nu moet ik doorzetten, anders kom ik er nooit van af. Toen kreeg ik in 2008 eindelijk bericht dat het bij de rechtbank lag. Inmiddels is hij veroordeeld en opgehouden. Een ander is nu begonnen met leugens over mij te verspreiden en berichten op fora weg te halen. Maar dat trek ik me niet meer aan. Ik ben inmiddels wel wat gewend en zij bedreigt me gelukkig niet. Ik ben allang blij dat hij me na drie jaar niet meer lastigvalt. Hij is een notoire leugenaar, hoorde ik later. Hij doet zich voor als advocaat en beweert dat hij een landgoed heeft. Het schijnt dat hij psychische problemen heeft en nu in een kliniek zit. Maar hij kan zich dus voordoen als een intelligente en voorkomende man. Ik weet dat ik niet de eerste ben die hij op het net lastigvalt, en ook zeker niet de laatste.”

In verband met privacy zijn de namen Remco en Janet gefingeerd. De identiteit van deze personen is bekend bij de redactie.

De teksten in de streamers zijn afkomstig uit de dossiers van de geïnterviewden.

Isabel de Jong