‘Daar krijgt een paard de hik van’

Vorige week gaf HP/De Tijd u een inventaris van het moderne taalgebruik in de voetballerij. Jan Mulder sprak zijn verbazing daarover al uit in De Tijd van 1981. “In de Voetbal International stond een artikel over de huidige toestand bij Feyenoord. Naast allerlei belangrijke dingen was het boetesysteem afgeschaft. De journalist snijdt dit onderwerp aan en bestuurslid Van der Laan zegt: ‘Dan zál die spits een kettinkje omhebben. Nou én.’ Ik heb lang gevoetbald, maar uw praktijkjongen weet absoluut niet wat hiermee wordt bedoeld.” Ook de pas aangestelde ‘praatpaal’ van Feyenoord, Fred Blankemeijer, kon volgens Mulder weinig opheldering verschaffen. “Uit eigen ervaring weet ik dat Blankemeijer op voor hem verrassende uitspraken c.q. voorstellen het volgende pleegt te antwoorden: ‘Daar krijgt een paard de hik van.’ Dus je krijgt: bestuurslid Van der Laan: ‘Dan zál die spits een kettinkje omhebben. Nou én.’ Waarop Blankemeijer zegt: ‘Daar krijgt een paard toch de hik van, meneer Van der Laan.'”

import destijds 1981