Het einde van adoptie

Het populaire tv-programma Spoorloos heeft vermoedelijk meer bijgedragen tot de waardevermindering van het fenomeen adoptie dan de makers ervan ooit bedoeld hebben. De opzet ervan ging niet verder dan simpele emotionele behoeftebevrediging: een geadopteerd persoon had zijn of haar jeugd bij Nederlandse ouders doorgebracht, meestal tot genoegen, maar werd altijd gekweld door de vraag wie zijn echte ouders waren en waarom die hem hadden afgestaan. Volgde een spannende speurtocht van Derk Bolt langs instanties en getuigen in de krochten van derdewereldlanden, die vaak leidde tot een met tranen overgoten hereniging van de geadopteerde met de biologische familie. Een ijzersterk format, waarbij ook de kijkers thuis het meestal niet droog hielden.

Maar al die jaren van roots-zoekende geadopteerden, lijdzaam toekijkende of juist enthousiast supporterende adoptie-ouders en in verwarring gebrachte biologische familie knagen op de een of andere manier de praktijk zelf aan. Is dat adopteren eigenlijk wel zo’n goed idee, als het er steeds maar weer op neerkomt dat mensen niet tevreden zijn met een fijne jeugd van liefhebbende ouders en met de kansen die ze kregen voor het leiden van een goed leven, omdat hun onbekende afkomst en de afwezigheid van hun natuurlijke familie een onverdraaglijke leegte in hun bestaan vormen? Plus alle kosten en energie van het uitzoeken, plus de vaak tegenvallende nasleep van de hereniging (door Spoorloos tot extra geloofwaardigheid van het programma ook regelmatig in beeld gebracht in de vorm van follow-ups).

Mondiaal gezien is adoptie op haar retour. Niet omdat er steeds minder potentiële adoptieouders zijn – integendeel, daar komen er steeds meer van – maar omdat er minder aanbod van kinderen is, die bovendien steeds vaker een handicap hebben. Internationaal gezien stijgt de welvaart, en naarmate landen rijker worden, krijgen vrouwen minder kinderen, en afstand doen is er dan helemaal niet meer bij. De afgelopen veertig jaar hebben adoptieouders en -kinderen stuivertje gewisseld in de vergelijking. Aanvankelijk vormden de ouders de aanbodpartij (als in: wij bieden liefde, ruimte en kansen voor een behoeftig derdewereldkind), terwijl de verweesde of te vondeling gelegde kinderen de vragende partij waren. Tegenwoordig ligt het andersom en zijn de wensouders degenen die smeken om een kind, die veel geld en tijd met de procedure kwijt zijn en met andere wensouders moeten concurreren om het schaarse aanbod. Deze wisseling van rollen plaatst de hele praktijk in een ander licht: het wordt er een beetje suspect van.


Vorige week heeft directeur Ina Hut van adoptie-instantie Wereldkinderen ontslag genomen, omdat minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin niet wilde dat zij doorging met haar onderzoek naar fraude met kinderen in China (er zou ontvoering en verhandeling door weeshuizen plaatsvinden) – dat zou de diplomatieke verhoudingen in gevaar brengen. Dit illustreert precies de spijtige stand van zaken op het gebied van adoptie. De grote behoefte van koopkrachtige wensouders speelt in op ongure types die hier een slaatje uit proberen te slaan.

Volgens Hut moet er veel meer worden uitgegaan van ‘het belang van het kind’ en minder van het belang van toekomstige adoptieouders. Een prachtig uitgangspunt, zij het dat afgezien van criminele praktijken als kinderontvoering en -handel het kinderbelang nooit van tevoren helemaal kan worden vastgesteld. Adopteren in het land van geboorte verdient steeds vaker de voorkeur, maar er zijn ook kinderen die geen enkel probleem ontwikkelen met opgroeien in radicaal andere culturele omstandigheden, ver van hun geboortegrond. Veel geadopteerden verlangen naar kennis van en een ontmoeting met de biologische familie, er zijn er ook die daar later niet in zijn geïnteresseerd. Alle kinderen hebben recht op opgroeien in een liefderijk gezin, er zijn er ook die meer gebaat zijn bij de afstandelijke en gestructureerde omgeving van een institutie, omdat zij een eventueel gezin door hun psychische geschondenheid volkomen ontwrichten. Het is niet zo makkelijk van tevoren te bepalen waar het belang van het kind uit bestaat.

De tendens is naar ‘open adoptie’, waarbij een van de biologische ouders op enig moment traceerbaar is. Dit zou in ieder geval een eind maken aan identiteitsproblematiek. Adoptieouders worden dan meer een soort pleegouders. Misschien is dat hoe dan ook een beter principe in deze tijd van biology rules.

import beatrijs ritsema