Het herstel van de markt

Bij terugkeer van vakantie in juli vorig jaar bleken de koersen op de Amsterdamse beurs met meer dan twintig punten gezakt. En toen moest de echte klap nog komen. Deze zomer werd ik blij verrast toen bij thuiskomst de AEX met twintig punten was gestegen en die winst ook nog uitbouwde. Maar economisch herstel mogen we daar niet in zien, ook niet nu Duitsland en Japan weer een beetje groeien. Hoogstens lijkt de vrije val gestuit, en overal wordt gewaarschuwd dat de echte klappen in de ‘reële economie’ nog moeten komen. NRC Handelsblad merkte in een commentaar op 28 juli al op dat aan de aantrekkende koersen niet te veel voorspellende waarde moet worden toegedicht. De beurzen hadden de ineenstorting op Wall Street vorig jaar niet zien aankomen, en het idee dat de markt het altijd beter weet behoeft nog steeds groot onderhoud.

Laat ik nu altijd gedacht hebben dat de markten het wel beter weten (dan politici) en dat de beurskoersen de enige indicatoren zijn waaraan een zekere voorspellende waarde kan worden toegekend. De ineenstorting ging vorige herfst zo snel dat de cijfers vanzelf minder erg zullen worden. Dan vind ik het niet zo gek als beurzen daar vast een voorschot op nemen, en het idee dat zij verder in de toekomst kunnen kijken dan hun neus lang is was nooit aan mij besteed. In bankiers als ‘masters of the universe’ heb ik nooit geloofd, en ik denk ook niet dat zij dat zelf zo zagen. Banken waren eerder verwikkeld in een aardse concurrentieslag, waarbij het eten was, of opgegeten worden.

De val van Wall Street kwam als iets onvoorstelbaars, maar dat hoort erbij. Crises komen altijd onverwacht, behalve voor onheilsprofeten naar wie pas achteraf geluisterd wordt (als hun analyses er al niet meer toe doen). Zou dat anders zijn, dan hadden de betrokkenen wel hun maatregelen genomen. Het is onzin om van de beurzen te verwachten dat zij hun eigen neergang hadden moeten voorzien; dat kunnen zij helemaal niet. De geschiedenis leert dat een beurskrach altijd mogelijk is (‘1929’ is nooit ver weg), maar een bekende beurswijsheid luidt ook dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. Een hele troost.

De markten zijn niet meer dan de boodschappers van het nieuws, maar krijgen wel de schuld als het fout gaat. Het is de klassieke verwarring tussen medium en message. Toch verbaast het mij dat zo veel media (zelf ook stemmingsbarometers) tegen de markt te hoop lopen, terwijl de markten gewoon hebben gedaan wat ze moesten doen: het registreren van een wegvallend vertrouwen onder beleggers, die ineens beseften dat grote financiële instellingen te makkelijk geld hadden uitgeleend en dat er een reusachtige schuldenberg was ontstaan. Op Wall Street is een speculatieve luchtbel doorgeprikt, wat hoe dan ook een keer moest gebeuren. In die zin waren de markten kritischer, genadelozer en vooruitziender dan welke maatschappijcriticus ook. Je kunt ze hoogstens verwijten dat ze het zo ver hebben laten komen, maar de markten werden in hun euforie gesteund door publiek en overheden, die de opbrengsten als resultaat van eigen inspanningen incasseerden. Dat de banken hebben gefaald, is niet hetzelfde als de markt. En het zijn overheden en burgers die schulden maken en zichzelf rijk rekenen.


Marktkrachten zijn blind en zonder aanzien des persoon, en daarom ‘beter’ dan al diegenen (bankiers, politici, wetenschappers, opinieleiders) die slimmer denken te zijn. “You can’t fool the markets,” wist Margaret Thatcher al, en die boodschap is vorig jaar weer bevestigd. Het zijn de markten die correcties afdwingen. Van een paradigmawisseling, als zou de overheid nu de markt zijn plaats wijzen, is geen sprake. Integendeel, dat een crisis op de Amerikaanse huizenmarkt zo’n effect had op de hele wereld, laat de kracht van het mondiale kapitalisme zien en de hulpeloosheid van politici. Zie Wouter Bos, redder in nood. Vorig jaar wist hij te vertellen dat Nederland er goed voor stond en dat in Europa de zaken beter waren geregeld dan in Amerika. Nu waarschuwt hij voor optimisme en de zware tijden die nog voor ons liggen.

Misschien kun je van een politicus die vorig jaar al achter de feiten aanliep, nu niet beter verwachten. Bos wil niet nog een keer het verwijt krijgen dat hij de zaken te rooskleurig heeft voorgesteld. En er zijn beursanalisten die de huidige opleving vals achten en een nieuwe val waarschijnlijk achten, omdat de klappen in de ‘reële economie’ nog moeten komen. Dat kan best, maar ik denk dat in crisistijd de eerste lichtpuntjes belangrijker zijn en kijk liever naar de huidige koersen. Die suggereren dat we sinds maart weer grond onder de voeten hebben. En één ding is zeker: elk herstel begint op de beurs.

import dirk jan baar