Jan Terlouw (1931)

Destijds werd D66 onder zijn aanvoerderschap de grote winnaar van de verkiezingen. Terlouw zorgde met een legendarische handtekeningenactie voor een stijging van acht naar zeventien zetels. Eerst liet hij weten geen kandidaat te willen zijn voor het lijsttrekkerschap, maar twee maanden later gaf hij op een D66-congres te kennen dat hij wel op zijn beslissing wilde terugkomen, mits er voldoende nieuwe leden werden gepresenteerd. “Terlouw kreeg wat hij wilde. Natuurlijk,” schreef HP-journalist Paul van Engen.

Bekendheid verwierf Terlouw (1931) niet alleen als politicus. Zijn veelzijdigheid is bewonderenswaardig. Na een studie wis- en natuurkunde deed Terlouw lange tijd wetenschappelijk onderzoek, onder andere in de Verenigde Staten; in 1964 promoveerde hij op thermonucleair onderzoek. Na dertien jaar wetenschap besloot Terlouw dat het tijd was voor wat anders. Op suggestie van zijn vrouw ging hij de zelfbedachte verhalen die hij zijn kinderen vertelde, publiceren. Daarnaast werd hij lid van de gemeenteraad in zijn woonplaats Utrecht. Hij debuteerde in 1970 met jeugdboeken Pjotr en Oom Willibrord, en kwam in 1971 voor D66 in de Tweede Kamer. Ondertussen bleef hij boeken schrijven, onder meer De koning van Katoren en Oorlogswinter, voor welke twee hij een Gouden Griffel kreeg.

De Nederlandse politiek verliet de D66’er in 1982 na een verkiezingsnederlaag van zijn partij om te gaan werken voor de Conferentie van Europese Verkeersministers. In 1996 ging hij officieel met pensioen, maar van 1999 tot 2003 was hij nog lid van de D66-fractie van de Eerste Kamer. De laatste jaren schrijft hij verhalen samen met zijn dochter, Sanne Terlouw, en afgelopen jaar werd zijn bekende boek Oorlogswinter verfilmd.

import destijds 1981