Meesterlijke power-pulp

Inglourious Basterds. Regie: Quentin Tarantino. Vanaf 27 augustus in de bioscoop.

Quentin Tarantino werd in 1992 in één klap beroemd met zijn regiedebuut Reservoir Dogs. Twee jaar later loste hij de hooggespannen verwachtingen in met Pulp Fiction. En in 1997 verraste hij opnieuw met Jackie Brown. Drie meesterwerken in vijf jaar: wie doet het hem na? Tarantino was er zelf ook beduusd van. Hij vermorste de volgende zes jaar van zijn carrière met halfslachtige projecten en gastrolletjes. Een nieuwe film liet op zich wachten tot 2003, toen Kill Bill in twee separate delen werd uitgebracht. Acrobatische capriolen en een flitsende montage konden niet verhullen dat die film nergens over ging. Dat het nóg eendimensionaler kon, bewees Tarantino in 2007 met Death Proof, een eerbetoon aan de pulpfilms uit de vroege jaren zeventig. Nooit eerder werd er zóveel geld uitgegeven om een (opzettelijk) goedkope film te maken. Tarantino leek de weg kwijt te zijn geraakt. De mededeling dat hij een oorlogsfilm ging maken over joodse soldaten die anno 1944 nazi’s tot moes slaan en scalperen, verbaasde me dan ook geenszins. Het leek een logische stap in de ontwikkeling van een talent dat zich verliest in almaar groteskere films.

Dat ik weinig verwachtte van Inglourious Basterds (de spelfouten zijn opzettelijk) heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat de film me alleszins is meegevallen. Het scenario is losjes gebaseerd op de Italiaanse pulpfilm Quel maledetto treno blandato (1978), die op zijn beurt weer teruggrijpt op The Dirty Dozen (1967). Inhoudelijk is Tarantino’s zesde film even leeg als zijn voorlaatste films. Inglourious Basterds oogt bij tijd en wijle alsof Ennio Morricone en Sam Peckinpah om de beurt een episode van de tv-serie ‘Allo ‘Allo! onder handen hebben genomen. De nazi’s zijn wreed, de yankees zijn dapper, de onderduikers zijn sneu, de femmes zijn fataal en de Fransen lijken rechtstreeks afkomstig uit een reclamespotje voor Paturain. Het verhaaltje heeft de diepgang van een oorlogsstrip voor kinderen, en de toonzetting zwabbert heen en weer tussen thriller en farce. Adolf Hitler wordt vloekend en tierend ten tonele gevoerd op een manier die de komedies van Mel Brooks in herinnering roept.


Gelukkig is Inglourious Basterds toch wel (iets) méér dan een staaltje vermakelijke en gewelddadige power-pulp. Zo is Tarantino er voor het eerst sinds lange tijd weer eens in geslaagd spanning op te wekken.

We worden bijvoorbeeld getrakteerd op een lange scène waarin een Britse geheim agent en zijn handlangers een Frans café bezoeken waar ook een groepje Duitse soldaten is neergestreken. Tarantino geeft hier blijk van zijn meesterschap door de suspense heerlijk langzaam op te voeren. Deze episode vormt welhaast een op zichzelf staande korte film. Dat geldt ook voor de lang uitgesponnen openingsscène. Daar treffen we een Gestapo-officier die een bezoek brengt aan een huis waar hij onderduikers vermoedt, en ook hier draait Tarantino de duimschroeven tergend langzaam aan als opmaat voor een korte, heftige eruptie van geweld.

Inglourious Basterds is een wonderlijk cinematografisch mengsel van junkfood en haute cuisine. Explosief, een beetje belachelijk, virtuoos gefilmd en zo nu en dan behoorlijk spannend. Tarantino kan nog lang niet worden afgeschreven.

Erik Spaans