Venlo

Het nieuws dat Geert Wilders niet aan de raadsverkiezingen meedoet, viel niet goed bij zijn vele aanhangers in zijn geboorteplaats Venlo. Tijd voor een portret van de Noord-Limburgse stad, die druk bezig blijkt om groter en moderner te worden. Met alle groeistuipen van dien.

Een parkeergarage onder het Mgr. Nolensplein. Die was er in mijn jonge jaren nog niet. Het plein heet naar de memorabele Venlonaar monseigneur mr. dr. Wiel Nolens, priester, leider van de Rooms-Katholieke Staatspartij, Minister van Staat, held van de mijnwerkers, mikpunt van rechtse katholieke intellectuelen, sfinx. Die ándere beroemde Venlose politicus.

Als ik uit de parkeerkelder kom, dient zich het vertrouwde beeld van Die Zwei Brüder von Venlo aan, de supermarkt die de gebroeders Snetselaar een halve eeuw geleden begonnen en waar ze een vastgoedimperium aan overhielden. Vroeger al wemelde het hier van klanten uit het Duitse achterland, en tegenwoordig zitten de belendende terrassen nog altijd vol met oosterburen die zich te goed doen aan Bratwurst mit Pommes. Behalve op goedkope aanbiedingen komen ze af op het reusachtige assortiment van de Brüder, waaronder onbegrijpelijk veel koffiepads, een riant aanbod aan vis en een compleet worstuniversum.

Even verderop de Markt met het vier eeuwen oude stadhuis. Ik heb hier met carnaval menige Boérebroélof meegemaakt. Op het bordes vierde voetbalclub VVV afgelopen zomer zijn promotie naar de eredivisie. En als hij niet net had afgehaakt, had op de avond van 18 november aanstaande een blondgekuifde oud-Venlonaar omgeven door bodyguards het bordes kunnen betreden om zich na zijn zege bij de vervroegde raadsverkiezingen te laten toejuichen door zijn electoraat.

Hij woonde bij ons in de buurt, Geert Wilders, maar ik kende hem niet, vermoedelijk omdat hij jonger is dan ik. We zijn naar dezelfde basisschool en mid- delbare school gegaan. En nu houdt de- ze oud-plaatsgenoot de gemoederen al jaren bezig door met zijn instinct voor volkse onvrede politiek furore te maken.


Het leek erop dat hij ook Venlo zou veroveren. Bij de landelijke verkiezingen in 2006 haalde zijn Partij voor de Vrijheid hier al 17,9 procent van de stemmen; bij de Europese verkiezingen van afgelopen juni kreeg hij liefst 31,1 procent achter zich en werd de PVV virtueel de grootste partij. Zodat er met de nodige hartkloppingen werd afgewacht of Wilders zou deelnemen aan de raadsverkiezingen op 18 november, wanneer Venlo vanwege samenvoeging met de dorpen Arcen, Velden en Lomm versneld naar de stembus gaat.

Quod non. Zaterdag 15 augustus liet hij weten dat hij nog niet genoeg kandidaat-raadsleden met voldoende kwaliteiten had gevonden. Dat besluit baarde in Venlo opluchting, deceptie en ook verbazing: kon hij nota bene in zijn eigen bastion geen handvol geschikte kompanen vinden?

Dat was inderdaad geen sterke vertoning. Maar in strategisch opzicht deed Wilders de voor hem beste keuze. Zou namelijk de eerste PVV-raadsfractie van het land in de praktijk tegenvallen, dan zou dat de PVV-resultaten bij de volgende verkiezingen kunnen drukken. Beter tien vogels in de lucht dan één in de hand, zo valt deze vorm van hogere politieke wiskunde samen te vatten. Intussen probeert een ijlings opgericht partijtje onder de naam Beter Venlo in de virtuele ruimte van de PVV te springen.

Blijft de vraag wat de populariteit van Wilders in zijn geboorteplaats over Venlo zegt. Tot nu toe heeft de PVV zich vooral geprofileerd als de partij die de ongenoegens van de stamtafel vertolkt: er zijn te veel allochtonen, criminelen krijgen te lichte straffen, er wordt te veel geblowd, de belastingen moeten omlaag, de overheid is te groot en er moeten meer wegen komen. Die onderwerpen spelen ook in Venlo, zij het niet virulent. Maar veel opvallender en actueler zijn de verstrekkende ambities van deze stad.


Het is al te merken als je de regio over de A67 nadert en kilometers lang bedrijventerreinen passeert, bebouwd met nog jonge, vaak fraai vormgegeven panden. Al die bedrijvigheid heeft een omvang die bij een veel grotere stad zou passen. De eigentijdse inrichting en bebouwing van de terreinen geeft dit immense werkgebied bovendien een behoorlijk energieke uitstraling.

Als ik me in de stad laat bijpraten, vliegen de plannen en projecten me om de oren; een enorme bouwput waar de Maasboulevard moet verrijzen, levert daarvan alvast een illustratie. Een nieuw stadskantoor, nieuw stadion, nieuwe Maasboulevard, twee masteropleidingen vanuit de universiteit van Maastricht, een nieuw Tajirimuseum, nieuw kunstzinnig woonkwartier, nieuw film- en toneelhuis, een wereldtuinbouwexpositie: Venlo wil groter, nieuwer, stadser, beter, luxueuzer en moderner. Maar dat wil niet heel Venlo. Op internetfora en straathoeken wordt ook gemeesmuild en gemopperd over al die prestigeprojecten van die dikdoeners in het stadhuis, die meer beloven dan waarmaken.

Neem nou zo’n burgemeester Hubert Bruls. Die zei dit voorjaar dat Venlo het gekoesterde imago van ‘stedje van lol en plezeer’ moest afleggen, want dat paste niet meer bij de aspiraties van de stad. Het leverde hem verontwaardigde reacties op. Sef Derkx, pr-man van het lokale Limburgs Museum, publicist en voormalig Prins Carnaval, begrijpt die boosheid wel. “Ik vond het erg onverstandig dat Bruls zich geringschattend uitliet over wat heel wat mensen dierbaar is: de knusheid van Venlo. Daar identificeert men zich liever mee dan met het nieuwe Venlo, dat de vertrouwde geborgenheid volgens een deel van de inwoners in gevaar brengt.”


Tussen stedje en stad – in die fase verkeert Venlo momenteel. Nog niet zo lang geleden telde de gemeente ongeveer zestigduizend inwoners. Na de recente fusie met Tegelen en Belfeld en de komende uitbreiding met Arcen en Velden zal Groot-Venlo rond de honderdduizend inwoners hebben. Een snelle groei, met alle gevolgen van dien. “Venlo is een stad in de puberteit,” constateert Mark Verheijen, locoburgemeester en wethouder economie en ruimte en daarnaast landelijk vice-voorzitter van de VVD. “De laatste jaren groeien we fysiek hard en wordt de stad complexer. We groeien ook in economisch en cultureel opzicht. Dat gaat gepaard met groeistuipen: de puberteit.

“Er spelen hier grote projecten, en die leveren altijd twijfels op. Je ziet het bij het stationsgebied in Arnhem, bij de musea en de metro in Amsterdam en bij ons: er ontstaat twijfel en onzekerheid. Zijn we niet té ambitieus, kunnen we het wel aan, wordt het nog wat, past dat wel bij ons? Zelf ben ik ervan overtuigd dat we niet te ambitieus zijn en dat we die projecten nodig hebben nu we naar een omvang van honderdduizend inwoners groeien.”

Tientallen jaren na dato ga ik opnieuw naar VVV. Indertijd voetbalden ze honderd meter verderop in De Kraal, een veld omringd door lage statribunes, waar inmiddels gras en magere berkjes tussen de stenen treden opschieten. VVV kreeg een wat groter stadion, De Koel, maar dat is met zevenduizend plaatsen alweer te klein. De voetbalclub en de stad lijken op elkaar in hun streven vooruit te komen. De club is gepromoveerd, stunt tegen toppers en gaat een nieuw, twee keer zo groot stadion annex evenementencentrum bouwen.


Een op de vijf toeschouwers zit als sponsor of diens gast in de grote en stampvolle businesslounge. Geel-zwarte shirts of sjaaltjes zijn hier niet te bekennen, want de dresscode is zakelijk. Ondernemend Venlo komt hier vooral om gezien te worden en handen te schudden; voor het echte netwerken organiseert de nog steeds groeiende lounge separate bijeenkomsten.

In het stadion is de sfeer tijdens de wedstrijd geweldig, zeker als de Japanse sterspeler Honda – ‘our Honda’, zegt een spandoek – weer eens scoort. Ik moet er aan wennen dat iemand van (ver) buiten de regio hier met gejuich wordt onthaald. Het Venlo van de jaren zestig en zeventig kende ik nog als een stad waar nieuwkomers van buiten met argwaan werden bejegend en pas werden opgenomen als ze het dialect onder de knie kregen en wisten dat stadsfiguur Baer de Woers een lokale bon vivant was die, hoewel arbeider bij gemeentewerken, graag in deftig pak en strohoed door de stad paradeerde als hij niet in een inrichting voor drankzuchtigen verbleef. Venlo was chauvinistisch en eenkennig, op het introverte af.

Hai Berden, voorzitter van VVV en directievoorzitter van het grote bedrijf Seacon Logistics, herkent dat beeld. “Sommige mensen zijn nog steeds niet gewend om buiten hun eigen kringetje te kijken. Dat vindt zijn oorsprong in onze grensligging. Achter ons hield het land op en begon het buitenland. Men keek alleen maar naar zichzelf. Maar sinds de Europese eenwording is Venlo minder in zichzelf gekeerd aan het raken. In jouw jeugd was Venlo nog een negorij in de periferie; tegenwoordig ligt het in het hart van Europa. Op 75 kilometer oostwaarts wonen vijftien miljoen mensen met wie we zaken kunnen doen; dat kun je van de Randstad niet zeggen. Steden als Amsterdam en Alkmaar zijn voor ons periferie geworden, afgeknepen van het grote Europa.”


Een kleine toer door de stad. De binnenstad is weinig veranderd in al die jaren. Het winkelaanbod is nogal middelmatig. Onder winkeliers leeft onvrede om dat Roermond met onder meer een designers-outlet onder de duiven van de Venlose middenstand schiet. Nota bene Roermond – “In Roermond blaffen de hond’ in hun blote kont,” spotten we vroeger.

Wethouder Verheijen denkt dat Venlo als winkelstad te maken heeft gehad met de wet van de remmende voorsprong. “Je hoefde maar een winkel te openen en de Duitsers gooiden het geld naar binnen,” zegt hij. “Het ging hier makkelijk. Nu hebben we last van concurrentie van gebieden waar wél is geïnvesteerd. Het wordt tijd dat de Maasboulevard af raakt, zodat de binnenstad een nieuwe impuls krijgt.”

De Maasboulevard, dat hoofdpijndossier. Op dit moment een bouwput van bijna vijftienduizend vierkante meter waar het eerste beton van een parkeergarage zichtbaar wordt. Vervolgens verrijzen hier woningen, winkels en horeca alsook een haven voor de pleziervaart. De eerste filialen van ketens als H&M en Mediamarkt hebben zich al gemeld.

Het eerste deel van het omvangrijke project wordt eind 2010 opgeleverd, tien jaar later dan de bedoeling was, een vertraging veroorzaakt door archeologische vondsten, technische problemen, suffend beleid en gedoe met projectontwikkelaars. “De kloof tussen bestuur en burger ligt vooral aan de boulevardkwestie,” zegt Venlo-watcher Sef Derkx. “Dit gebed zonder eind heeft veel ongeloof en scepsis veroorzaakt. De stad ligt maar overhoop, is het gevoel, en als het klaar is sluit het niet aan bij de intimiteit van de binnenstad.”


“Halverwege vergat men af en toe waar het ook weer over ging,” denkt Mark Verheijen. “En er waren te veel conservatieve krachten die geen haast hadden met vernieuwing. Hier heerste lang het idee dat we niet zo nodig voorop hoeven te lopen. De Maasboulevard heeft daaronder geleden. Maar ik proef nu in de stad een sfeer van visionaire mensen die echt vooruit willen.”

Verderop aan de Maaskade, zoals de boulevard in spe nu nog heet, staat een allegaartje aan panden waar tien jaar geleden nog heftig in drugs werd gedeald. De gemeente ontwikkelde een plan om de coffeeshops naar de grens te verplaatsen, panden op te kopen en de kade en de achterliggende straatjes te verbouwen tot een woonwijk met artistieke inslag. In de tussentijd werden heel wat panden verhuurd aan kunstenaars en kleine creatieve zelfstandigen.

Nu vormt het buurtje een aardige mengelmoes van grafici, modeontwerpers, beeldend kunstenaars, een Aziatisch supermarktje, fotografen, tekstschrijvers, een seksshop, carnavalsvereniging Jocus en de friteskraam Petatte Wiel. De dope is hier nog niet helemaal verdwenen, want in januari vond er in een woning aan de Bolwaterstraat nog een moord op een Pool uit de drugsscene plaats. En op de Maaskade sissen een paar obscure types me in het Duits toe dat ze in zijn voor bepaalde Geschäfte.

Dat gebeurt op de stoep voor het pand van kunstenaar Dick Evers. Die naam ken ik van de lagere school. Door de openstaande deur zie ik hem achter een computer zitten. “Verrek!” roept hij. “Zesde klas Mattheusschool. Was dat niet in 1812?” Hij blijkt na een carrière als designer nu voor de muzen te hebben gekozen. Geïnspireerd door Yves Klein beschildert hij vrouwenlichamen en maakt daar afdrukken op panelen van. Ook vervaardigt hij driedimensionale vrouwentorso’s die al gauw enkele tienduizenden euro’s moeten opbrengen – ‘meer voor de Russische maffia’. Binnenkort exposeert hij bij Bärwaldt Gallery in Maastricht. En behalve schilder presenteert hij zich ook als feng-shui-filosoof, consulent, docent en spindoctor voor captains of industry. Zo kan dat gaan met jongetjes die op de lagere school al opvielen door hun flair en flux de bouche. Maar onwillekeurig past hij ook wel in het veranderende beeld van de stad.


Of ik al heb kennisgemaakt met de heren op het trottoir? “Zo dadelijk gaat er weer een kilootje over in andere handen. En de kopers financieren hun waar door bij mij in te breken en dure camera’s weg te halen, zoals afgelopen zondag is gebeurd. In Venlo wordt dan gezegd: wij hebben veel last van drugs, de drugsscene zit vol buitenlanders, stuur de buitenlanders weg en de drugsproblematiek is opgelost. Daarom stemmen mensen op Wilders. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet.”

Een stukje noordelijker langs de Maas vind ik nog een klassiek stukje Venlo: het Mariakapelletje van Genooi, een bedevaartplekje waar nog dagelijks tientallen mensen komen bidden en een kaars opsteken: senioren die hun fietstochtje even onderbreken, maar ook jonge meiden en bezoekers uit verre plaatsen. De schutterij brengt s Leef Vrouw jaarlijks een groet, en menige gouden bruiloft begint met een mis in deze stemmige kapel. Het geloof is ook in Venlo tanende, maar dierbare plekken houdt men in ere.

Aan de overkant van de weg strekken zich de gebouwen van Océ uit, een van de grote werkgevers van de stad, van oudsher een producent van printers. Veel meer industrie is te vinden op de nieuwe industrieterreinen aan de overkant van de Maas. Volgens wethouder Verheijen was voormalig burgemeester John van Graafeiland een van de ‘kartrekkers’ van deze tradeports. Hij had eind jaren tachtig de vooruitziende blik dat de naderende verdwijning van de grens Venlo een grote economische kans bood. Traditioneel was Venlo sterk in transport en grensformaliteiten; nu zou het kunnen uitgroeien tot een knooppunt van logistieke dienstverlening, opslag en distributie. Twintig jaar later ligt hier het grootste areaal aan bedrijventerreinen van Zuid-Nederland. Er werken zo’n 25.000 mensen op de tradeports, bijna de helft van het totale aantal arbeidsplaatsen in de gemeente.


Hai Berden van Seacon Logistics: “Een belangrijk moment was dat ECT hier startte met een containerterminal. Seacon heeft er vervolgens ook een belangrijke rol in gespeeld dat grote aantallen containers van overzeese werelddelen hiernaartoe zijn gekomen. We veranderden in logistieke ketenregisseurs. Dat wil zeggen dat we het hele vervoer van een plaats ergens in de wereld naar een plaats ergens in Europa regelen. We gebruiken de regio Venlo daarbij als tussenstop om goederen tijdelijk op te slaan en van grote zendingen kleine zendingen te maken. We zorgen ook voor de bijbehorende documentenstroom en de financiële afwikkeling. Bovendien werken we hand in hand met de agrarische en industriële sectoren en met de handel.”

Het is te zien op de honderden hectares die zich rond het autowegknooppunt Zaarderheiken uitstrekken. Terreinen vol containers en opleggers. Enorme opslagloodsen. Bedrijfsgebouwen met fiere eigentijdse façades. Behalve logistiek zit hier ook industrie, zoals het grote glas- en zonnepanelenbedrijf Scheuten, dat bezig is een complete campus voor glas, licht en energie aan te leggen.

Een gebied van meer dan honderd hectare wordt in beslag genomen door Fresh Park, een belangrijke marktplaats voor producenten, handelaren, en toeleveranciers op het gebied van tuinbouwproducten en bloemen. Alleen al aan de tuinbouw valt goed af te lezen hoe de bedrijvigheid in Venlo zich heeft ontwikkeld. In het oude tuinbouwgebied ’t Ven staan nog de versleten kassen van vroegere toptuinders, een paar are glas boven metershoog onkruid, een enkele kas verhuurd aan een allochtoon met groene vingers. En in het nieuwste gebied Californië, aan de rand van de gemeente, bouwen de gebroeders Wijnen aan een zes meter hoge bijna industriële kas van vijftig hectare, uitgerust met ultramoderne techniek.


Een andere exponent van deze groene revolutie is de Floriade. Deze wereldtuinbouwtentoonstelling, die eens in de tien jaar in Nederland wordt gehouden, speelt zich in 2012 in de regio Venlo af. Momenteel wordt het gebied even ten noorden van Venlo aangelegd. Behalve een parkachtig landschap moeten er ook innovatieve gebouwen verrijzen, zoals een blikvangende toren die na 2012 een centrum voor agrarische vernieuwing moet blijven, zoals de hele tentoonstelling een verhoopte katalysator voor de groene sector in deze regio is.

Uitgangspunt van de Floriade is duurzaamheid. Met de expo als boegbeeld wil de regio zich profileren als de eerste ter wereld waar de principes van cradle to cradle (C2C) worden toegepast. In deze filosofie van de chemicus Braungart en de architect McDonough bestaat geen afval meer. Alle materialen zijn honderd procent recyclebaar, zodat reststoffen weer grondstoffen worden en de economie in balans blijft met de natuur. Producten en onderdelen gaan niet alleen mee van de wieg tot het graf, maar leven voort van wieg tot wieg. In de wereld van C2C dient economische groei zelfs de kwaliteit van het leven. Het lijkt te mooi om waar te zijn, maar alleen al het idee dat er aan duurzaamheid geld te verdienen valt, heeft ook de ondernemers en de liberalen in de regio enthousiast voor het idee gemaakt. Het begeleidende Venlo Manifest begint zomaar met de zin: “De nieuwe industriële revolutie begint in Venlo.”

Over zo’n zinnetje kunnen ze zich in de Venlose cafés nogal vrolijk maken. Eerst zien, dan geloven, is de reactie die ik het vaakst hoor als het gaat over de grote projecten. Als ik Hai Berden de vraag voorleg of de toekomst voor sommige Venlonaren te veel haast heeft, antwoordt hij: “Als je vijftig jaar geslapen hebt, is het ontwaken ook wel lastig. Het is maar goed ook dat er veel gebeurt. Geld uitgeven en zorgen dat de stad een beter aanzien krijgt, dat heeft hier veel te lang geduurd. Wij zijn beter in geld verdienen dan in geld uitgeven. Ik vind dat we ons onderhand wat mogen gunnen. Valse bescheidenheid hoort niet bij een stad die aan zelfbewustzijn wint.”


En Mark Verheijen: “Ik ken de scepsis over de zogenaamde prestigeprojecten. Ik kan uitleggen dat door de Floriade inderdaad bij jou in de wijk de stoeptegels niet meteen recht komen te liggen, maar dat de regio er door de Floriade wel degelijk op vooruit gaat. Bij leiderschap hoort dat je niet omwille van mogelijke kritiek kiest voor de middelmaat. Met middelmaat schiet niemand iets op.”

Matt Dings