Verlegde rivieren

Mensen doen elkaar vreselijke dingen aan, was de boodschap van de succesvolle eerste roman van de Canadese Anne Michaels. In haar nieuwe boek, Het wintergewelf, moet de natuur het ontgelden. Anne Michaels: Het wintergewelf. Vertaling Molly van Gelder. De Bezige Bij. € 19,90. The Winter Vault, Bloomsbury Import Penguin Benelux. € 17,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Dat Anne Michaels in de eerste plaats dichteres is, was meteen te zien aan haar eerste roman, Verborgen verleden. Michaels schrijft niet zomaar proza. Ieder woord is gewogen en doorleefd. Sommige lezers vinden dat pretentieus, andere vinden het prachtig. De laatste groep was sterk in de meerderheid, gezien het enorme internationale succes dat Verborgen verleden (oorspronkelijk Fugitive Pieces) in de twaalf jaar sinds verschijning heeft genoten. De roman werd overladen met prijzen en is nog steeds een steady seller.

Verborgen verleden is een Holocaustroman rond Jakob Beer, die opgroeit in een Pools getto en ziet hoe zijn ouders door de nazi’s worden gedood. Beer heeft zijn leven te danken aan een Griekse archeoloog die hem na de oorlog meeneemt naar Canada, waar hij uiteindelijk dichter wordt. Een andere Holocaust-overlever vindt Beers dagboeken, en zo komt zijn verhaal tot ons.

In interviews vertelde Michaels dat ze meer dan tien jaar aan haar romandebuut had gewerkt, en daarom is het niet vreemd dat het lang duurde voordat ze met een nieuwe roman kwam. Ook omdat ze zichzelf nog steeds in de eerste plaats ziet als een dichteres. Het wintergewelf is in veel opzichten een tweelingroman van Verborgen verleden, want Michaels heeft niet geprobeerd een verrassend ander boek te schrijven. De opbouw van het boek is identiek, met veel sprongen in tijd en plaats, de taal is weer even mooi en ontwijkend. Verlies en rouw zijn opnieuw de grote emoties, en wie geen wees is telt bij deze schrijfster niet mee.

Met terugwerkende kracht zien we dat de Holocaust in Michaels’ vorige roman ook een metafoor was voor alles wat mensen elkaar aandoen. In Het wintergewelf wordt deze gedachte doorgetrokken naar onze ingrepen in de natuur. Want Het wintergewelf gaat over ons onvermogen de natuur op haar beloop te laten. Rivieren worden verlegd, woonplaatsen overgeplant en de gevolgen zijn niet altijd gelukkig. Een van de hoofdpersonen in Het wintergewelf, Avery Escher, is een ingenieur die aan het eind van de jaren vijftig betrokken is bij het rechttrekken van de Canadese Saint Lawrence-rivier. Een flink gebied komt onder water te staan en de plaatsjes op dat land staan voortaan bekend als de Lost Villages. Wanneer Avery een wandeling maakt door het gebied ziet hij een vrouw plantjes verzamelen, bang dat ze nooit meer zullen terugkomen nu de rivier is verlegd. Die vrouw, Jean, wordt zijn vrouw.


Jean wil voor alles de natuur sparen. Ze heeft jarenlang haar moeders tuin in de oorspronkelijke staat gehouden. Avery heeft er zijn vak van gemaakt de natuur te corrigeren. Het zou een huwelijk van tegenpolen zijn, als beide partners niet zo ijselijk voorzichtig met elkaar omgingen. Zij vertelt hem op een nacht haar levensgeschiedenis, een geschiedenis van rouw – eerst om haar moeder, daarna om haar vader. Maar ze vertelt hem die geschiedenis wanneer hij diep in slaap is. Hij durft haar niets te vragen. Hun intiemste contact bestaat eruit dat hij haar ’s avonds schildert, en neemt u dat vooral letterlijk. Jean kleedt zich uit en hij penseelt een aquarelletje op haar rug. Je moet er maar op komen.

Jean volgt Avery naar zijn volgende klus. In Egypte wordt een stuwdam in de Nijl gelegd, zodat er een gigantisch meer ontstaat. Daartoe moeten wel eerst twee tempels steen voor steen worden verplaatst, opdat de twintig meter hoge beelden van Ramses II geen natte voeten krijgen. Bij de Lost Villages moesten er begraafplaatsen worden overgebracht naar droog land, wat de pastoor voor grote problemen stelde. Het was gewijde grond. Dit geldt nog meer voor de tempels van de farao’s. Op een paar prachtige pagina’s krijgen we te zien hoe het heiligdom anderhalve eeuw eerder, in 1817, door een Italiaanse avonturier werd ontdekt.

“Eindelijk verdween Belzoni’s hand in een smalle spleet, nauwelijks groot genoeg om door te kruipen, een ruimte onder de kroonlijst van de tempel. Eén ogenblik bleef hij zitten en dacht hij bijna dat zijn hand niet meer aan hem vastzat. Toen veranderde er iets in de nacht, de woestijn veranderde, hij kon het voelen, hij kon het horen: de eeuwenoude lucht in de tempel ontsnapte kreunend uit de nieuwe mond. Hij voelde een intense kracht vrijkomen, alsof er een enorme oven van heiligheid was geopend.”


Zoals Avery al vreesde, komt er weinig goeds van het stuwmeer. Het water houdt zich anders dan was berekend, de visstand keldert en het meer wordt een bron van malaria. Jean verwacht een kind, maar het wordt dood geboren. Misschien is het hun straf voor het schenden van de tempel? Jeans lot lijkt bezegeld. Ze is altijd in rouw, en Avery kan haar niet troosten. Hij wil vooruit blijven kijken. Ze ontmoet een Poolse kunstenaar die zijn moeder in de oorlog verloor en als kind dingen te zien kreeg die een volwassene nauwelijks kan bevatten. En zo keert Het wintergewelf terug naar Verborgen verleden, de oorlogstrauma’s en het getto van Warschau. Dat is jammer, want de Egyptische sferen zijn het sterkste element van deze roman.

Het wintergewelf gaat vast heel veel succes tegemoet, maar het blijft het type boek dat de literatuur een slechte naam bezorgt. Het is zo wollig geschreven dat de vertaling beter is dan het origineel, wat niet vaak voorkomt. Zo wordt een rij graafmachines omschreven als een ‘mechanische infanterie’ omdat ‘artillerie’ kennelijk te direct was. De vertaalster maakt er maar ‘voetvolk’ van.

Het grootste probleem is dat de personages lijdzame schimmen blijven die nooit echt met elkaar in gesprek raken. Ze steken hooguit lange monologen af die een andere schrijver als voorstudies had beschouwd. Doordat de schrijfster haar personages zoveel bagage heeft meegegeven, komen ze niet los van hun achtergrond. Michaels is een schrijfster die haar personages nooit eens een flinke duw in de goede richting durft te geven, want ze hebben al zoveel geleden.

“Only connect,” schreef E.M. Forster aan het slot van zijn roman Howards End, en dat mag gelden als een goede raad voor elke schrijver. In de literatuur worden heden en verleden met elkaar verbonden, hemel en aarde, en, vooral, gedachten met handelingen. Maar je kunt ook te véél verbanden leggen. De Lost Villages van Ontario staan niet op één lijn met de verwoesting van Warschau. Een miskraam is heel verdrietig, maar het blijft een individueel verlies, anders dan de jodenvervolging – hoe lastig dat ook is voor een romanschrijver die een groot historisch gewicht wil meegeven aan zo’n individueel verhaal. Bij Michaels mislukt het ech-ter aan beide kanten. Haar personages overtuigen niet als individuen en daarom slaagt ze er ook maar zelden in nieuw leven te schenken aan de grote bekende verhalen.

Herman Stevens