Body Scan? Naar Duitsland!

In Nederland mag het niet, en dus lopen Hollanders met al dan niet vage klachten en vermoedens voor hun total body scan de deur plat van Duitse streekziekenhuizen. ‘Van de zotte dat dit niet in Nederland kan.’

Tussen de MRI- en CT-scans door spoedt meneer Engels zich naar buiten om snel een sigaret te roken. Hij vertelt over zijn broer die op jonge leeftijd aan een agressieve vorm van kanker stierf. “Had hij zich eerder preventief laten onderzoeken, dan had hij nog twee jaar extra gehad.” Engels (niet zijn echte naam) doet de total body check niet alleen vanwege het tragische verhaal van zijn broer. Hij staat op het punt zich in te kopen in een nieuw bedrijf. “Het is goed als ik tegen die nieuwe club kan zeggen: Kijk eens hier, ik ben kerngezond. In de financiële wereld wordt trouwens steeds scherper naar iemands gezondheid gekeken. Het wordt gezien als een risicofactor die je wilt beheersen: hoe weten we zo zeker mogelijk dat we een gezonde vent binnenhalen? En voor mijn eigen gemoed doe ik het natuurlijk ook. Ik mag graag roken en een biertje drinken. Veel biertjes, haha. Ik vind het van de zotte dat dit niet in Nederland kan. En de verzekeraar zou een deel moeten willen betalen.”

Het anderhalve eeuw oude, academische Mathias-Spital in Rheine, net over de grens in Duitsland, is een idyllisch ziekenhuis. Oude en nieuwe architectonische elementen zijn smaakvol samengevoegd, het ondersteunende personeel lacht je stralend toe. In de hal staat een vleugel, die doet vermoeden dat zo meteen de pianist zal binnenwandelen voor een potpourri van klassieke hoogtepunten. Nergens een zieke te bekennen.
Bij binnenkomst worden we direct herkend: “Sie kommen für Prescan.” We worden opgevangen door een Nederlands sprekende gastvrouw. Door de gangen lopend, ontdekken we hier en daar toch patiënten, herkenbaar aan hun terneergeslagen houding. Het voelt wat vreemd om hier rond te lopen. Wij weten immers (nog) niet beter of we zijn gezond. We zijn hier om ons te laten onderzoeken, en vooral, om ons gerust te laten stellen. Zo lopen hier dag in, dag uit, blozende, net iets te hard pratende Nederlanders rond, meewarig nagekeken door Duitse patiënten. 

Het gehele artikel staat in de HP/De Tijd van deze week.

Eduard van Holst Pellekaan