Woningcontrole in probleemwijken

In Den Haag worden systematisch tienduizenden woningen in probleemwijken gecontroleerd. Wie niet opendoet voor de ambtenaar, kan een dwangbevel krijgen. Gestapo-methodes, vinden critici. Een geweldige manier om wijken weer leefbaar te maken, vindt de gemeente. Op stap met de Haagse Pand Brigade. ‘We zijn hier voor de burger.’

Eerst een test. Stel dat er een paar ambtenaren van de gemeente bij u aanbellen met de mededeling dat ze in uw wijk woningen controleren. Ze willen weten wie er bij u in huis wonen en vragen of ze binnen mogen kijken. Ze neuzen in alle kamers rond en inspecteren ook de meterkast om te zien om of u ermee geknoeid hebt. Wat doet u? Er blijken twee totaal verschillende reacties te zijn. Een grote groep Nederlanders reageert verontwaardigd: zijn ze nou helemaal gek geworden? Zomaar huizen van onschuldige burgers controleren? Ik leef in een vrij land, mijn huis is van mij en daar heeft de overheid niets te zoeken.
Maar er is ook een tegenovergestelde reactie: ja hoor, ik heb niets te verbergen, kom maar binnen. De slaapkamer, de keuken, de post op tafel, de meterkast: de overheid mag alles van me zien. De gemeente Den Haag heeft de afgelopen jaren zo’n twintigduizend huizen in probleemwijken, zoals het Laakkwartier en de Schilderswijk, gecontroleerd. De controles gaan nog dagelijks door. De controleurs kijken daarbij naar zaken zoals illegale bewoning, fraude met bijstand en studiefinanciering, brandveiligheid en wietkwekerijen. In de meeste gevallen doen de bewoners de deur gewoon open en laten ze de controleurs zonder protesteren hun huis binnen. In een paar honderd gevallen per jaar krijgen de ambtenaren geen toestemming en moet de burgemeester een zogenaamde machtiging tot binnentreden afgeven – een bevoegdheid die vergelijkbaar is met een huiszoekingsbevel van een rechter. Eén zo’n machtiging – preciezer gezegd: het dreigen ermee – is de aanleiding voor dit verhaal.

Het gehele artikel staat in de HP/De Tijd van deze week.

Bart de Koning