Fijn, dat weten we dan ook weer

Wat zou de huurprijs van een kantoorpand kunnen opdrijven? We dachten drie nanoseconden na en bedachten: de fysieke toestand van het gebouw, groen en horeca in de buurt en goede verbindingen. Onderzoekers kwamen op hetzelfde antwoord, maar deden er 82 pagina’s over.

‘De waarde van de kantooromgeving. Effecten van omgevingskenmerken op de huurprijzen van kantoorpanden’. Zo heet het jongste rapport (pdf) van het Planbureau voor de Leefomgeving, een onderzoeksinstituut dat valt onder het ministerie van VROM. Een half dozijn onderzoekers boog zich in opdracht van maar liefst vijf ministeries over de prangende vraag hoe de omgeving een kantoorpand aantrekkelijker (lees: duurder) kan maken. Zo te zien is er máánden aan het eindrapport gewerkt. Na 82 pagina’s theorievorming en becijferingen kwam dan eindelijk de verpletterende conclusie: de staat van het gebouw, de regio en de bereikbaarheid hebben de grootste invloed op de huurprijs. Daarna komt de omgeving. Bomen, parken en horeca drijven de prijs in lichte mate op. Maar niet overal evenveel: groen op de Veluwe is minder bijzonder dan groen in Amsterdam. Dúh.

De onderzoekers doen zelf ook hun best hun publicatie te marginaliseren. “De resultaten zijn beperkt te gebruiken,” schrijven ze. En zo is het. De gevonden prijseffecten zijn landelijke gemiddelden en kunnen op specifieke locaties heel anders uitpakken. Niet alle gevonden cijfers zijn bij elkaar op te tellen: één hectare groen doet de huurprijs 0,3 procent stijgen, maar dat wil niet zeggen dat twee hectare een stijging van 0,6 procent oplevert. En het is natuurlijk een momentopname. Ook gaat het alleen om huurpanden en niet om koop. En er is alleen gekeken naar de hoeveelheid omgevingskenmerken, niet naar de kwaliteit ervan. Om maar enkele van de acht opgesomde punten te noemen waarom het rapport inmiddels in enkele diepe laden zal zijn verdwenen. Op vijf ministeries, dat dan weer wel.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Mark Traa