Nederland tapt lekker door

De Nederlandse politie tapt op een doorsnee dag ongeveer net zoveel telefoongesprekken af als de Amerikaanse politie in een heel jaar. Dat blijkt uit de Tapstatistieken 2008 die minister Ernst Hirsch Ballin net naar de Kamer heeft gestuurd.

Reken maar mee: de Nederlandse politie tapt op een gemiddelde dag 1946 telefoons af. Over heel 2008 zijn 26.425 telefoonnummers getapt.In de hele Verenigde Staten worden er per jaar slechts 2208 tapbevelen afgegeven. Ook in vergelijking met andere, Europese, landen tapt Nederland opvallend veel telefoons af. De Tweede Kamer had daar vorig jaar al zoveel nodige kritische vragen over dat Hirsch Ballin, na een jaar nadenken, zeventien kantjes nodig heeft om het Nederlandse beleid uit te leggen. Volgens hem zijn vergelijkingen met andere landen niet zo zinvol, omdat ze daar een heel ander rechtsstelsel hebben. De minister vindt dan ook niet dat we teveel tappen, het is volgens hem een effectief middel. Zeker, het schendt de privacy van duizenden mensen, maar niet buiten proportie. Algehele strekking: maakt u zich maar geen zorgen.

Op het eerste gezicht lijkt het betoog van Hirsch Ballin redelijk overtuigend, maar bij nader inzien valt dat tegen. Zo is het bijvoorbeeld onbekend hoe efficiënt het is om zoveel mensen te tappen. Dat het vaak werkt, is overduidelijk: als je vele duizenden mensen tapt, zul je heus wel op een flink aantal duistere zaken stuiten. Maar de recherche zit ook naar een eindeloze hoeveelheid geleuter te luisteren- en in die tijd kunnen ze geen boeven vangen. De vraag die Hirsch Ballin niet beantwoordt –en ook niet kan beantwoorden, omdat hij het niet weet- is of al die tijd en moeite niet beter besteed had kunnen worden. Dat is wel een relevante vraag. Als er in landen als Frankrijk, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en België veel minder getapt wordt dan hier, dan is het goed om er eens bij stil te staan waaróm dat zo is. Dat is echt niet alleen uit respect voor de persoonlijke levenssfeer van de burgers in die landen. De Amerikaanse politie en justitie treden bijvoorbeeld veel harder op tegen criminelen dan hun Nederlandse collega’s. Het is dan ook waarschijnlijker dat buitenlandse politiekorpsen veel minder tappen dan hier, omdat ze het nut van grootschalig afluisteren niet inzien. Bij gebrek aan degelijk onderzoek kan Hirsch Ballin in ieder geval niet aannemelijk maken dat de Nederlandse praktijk beter is. Maar juist omdat ons land zo afwijkt van wat normaal is in andere westerse democratieën, is het aan Hirsch Ballin om te bewijzen dat de Nederlandse aanpak beter is.

Bart de Koning