Is de galerie passé

In de eerste week van september openen de kunstgaleries traditiegetrouw hun deuren voor het publiek. Maar heeft de galerie nog bestaansrecht in een tijd waarin je als kunstenaar je werk rechtstreeks aan de man kunt brengen via internet? ‘Als jonge kunstenaar zou ik het allemaal zelf doen.’ door Thomas van Lier

Elke zomer organiseert de Amsterdamse galeriehouder Ron Mandos een tentoonstelling onder de titel Best of graduates, waar het neusje van de zalm van de Nederlandse kunstacademies zijn werk kan tonen. De net afgestudeerde kunstenaars van onder meer de Amsterdamse Gerrit Rietveld Academie, de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten Den Haag en AKV St. Joost uit Breda worden meteen in het diepe gegooid en geconfronteerd met die andere kant van het kunstenaarsbestaan, het verkopen. En daar hebben de meesten weinig ervaring in. Ron Mandos: “Ik bied hun een podium, want de kunstacademie doet weinig aan promotie. Als een kunstenaar een prijs heeft gewonnen, is hij voor korte tijd verzekerd van een goede omzet. Maar als hij geen podium heeft, hoor je niks meer van ‘m.”

Ron Mandos regelt de promotie en de financiële zaken voor de kunstenaar. Daarvoor rekent hij vijftig procent commissie. Kun je het als jonge kunstenaar dan niet veel beter zelf doen? Volgens Rob Malasch, de even excentrieke als succesvolle galeriehouder, die in de jaren negentig veel verdiende met Chinese kunstenaars als Fang Lijung en Young British Artists als Mark Quinn en Tracy Emin, is de galerie een achterhaald systeem, dat zijn langste tijd heeft gehad. “Als ik een jonge kunstenaar was, zou ik het allemaal zelf doen. Er zijn zo veel verschillende mogelijkheden op dit moment. Je hebt de galerie helemaal niet nodig. Creëer je eigen netwerk met Facebook of Hyves.”

Meer kritiek op het galeriesysteem kwam vorig jaar van Sander de Vries, curator en docent aan het Sandberg Instituut, verbonden aan de Gerrit Rietveld Academie. “Om als kunstenaar succesvol te zijn, heb je geen galerie nodig. Een galerie heeft wel altijd de kunstenaar nodig. En een galerie zal vandaag de dag een andere gedaante moeten aannemen om een zinvolle rol te blijven vervullen.”


De Nederlandse Galerie Associatie, (NGA) een overkoepelende organisatie van galeries, onderzocht de afgelopen jaren de stand van zaken in de galeriewereld, en concludeerde ook dat galeries moeten veranderen. Niet alleen omdat internet gedeeltelijk hun rol zou kunnen overnemen, maar ook omdat veel mensen galeries ontoegankelijk vinden, terwijl ze wel degelijk geïnteresseerd zijn. Slechts drie procent van de Nederlandse bevolking koopt hedendaagse kunst, en 53 procent van de mensen die kunst lenen, geeft aan wel kunst te willen kopen als de galerie toegankelijke exposities zou organiseren. NGA-voorzitter Guus Broos vindt daarom dat de houding van de galeriehouder moet veranderen, want hij is te afwachtend. Drempelverlagende suggesties: spreek de klant aan als deze de galerie binnen loopt, organiseer andere activiteiten zoals meetings met kunstenaars of lezingen.

De veertiger Ron Mandos, die een paar bloemenzaken bezat in Rotterdam voordat hij in dezelfde stad een galerie begon, voldoet helemaal aan het beeld van de new-school galeriehouder dat Broos in gedachten heeft. Aan de Prinsengracht, waar hij zijn tweede locatie opende in het hart van de Amsterdamse galeriewereld, ontvangt hij zijn klanten in een spierwitte ruimte met grote ramen. Gehuld in een lichtroze slim-fit overhemd en een donkerblauwe spijkerbroek doet hij allerminst denken aan het stereotiepe beeld van de oude, suffe, contactgestoorde galeriehouder. “Deze locatie nodigt leken uit om een kijkje te nemen, want ik vind dat alle lagen van de bevolking in aanraking met kunst moeten komen.” Op zaterdag trekt zijn galerie vaak 150 bezoekers, wat uniek is in de galeriewereld. Verder organiseert hij ‘artist talks’ en staat hij regelmatig op internationale beurzen in Bazel, Madrid, New York en Berlijn. Toch vormen de grote kunstverzamelaars, naast musea en bedrijven, zijn belangrijkste klanten. Die zorgen voor meer dan de helft van zijn omzet, een cijfer waar hij liever niets over zegt.


Rob Malasch ziet helemaal niets in die knievallen voor het publiek. “Ik ben niet geïnteresseerd om half Nederland aan de moderne kunst te helpen, dat zou verschrikkelijk worden. De kracht van kunst is juist dat het elitair is. Verzamelaars willen allemaal de ontdekking van de eeuw hebben gedaan. Hoe terughoudender en onvriendelijker je doet, hoe eerder mensen in je gunst willen komen, want als galerie heb je unieke dingen. Mensen moeten daarom naar jou toe komen, niet andersom.”

Die houding neemt Malasch ook aan naar de kunstenaars zelf. Nog steeds, zegt hij, kloppen elke week 25 jonge kunstenaars bij hem aan om hun werk te laten zien, maar meestal kijkt hij er niet eens naar. “De Nederlandse kunst is één gemiddelde brij. Er is geen land te bezeilen met al die jonge kunstenaartjes die van de academie komen.”

Een stuk positiever over de vaderlandse kunst is galeriehouder Milco Onrust, die samen met zijn vrouw Boudi Eskens sinds 1986 in Amsterdam een galerie runt. Eerst op straatniveau aan de Prinsengracht, daarna verkaste het stel naar de meer afgelegen Planciusstraat omdat er aan de gracht door de vele bezoekers niet gewerkt kon worden. De toegankelijkheid straalt er niet van af. Naast de deur hangt een bordje met ‘Galerie Onrust’ en je moet eerst aanbellen wil je binnenkomen. De betonnen trap leidt uiteindelijk naar een prachtige ruimte waar de aluminium schilderijen van Han Schuil klaarliggen om opgehangen te worden. “Hier komen alleen mensen die al weten dat wij hier zitten. We zijn er niet om dingen door de strot te douwen.” Ook niet nu het door de financiële crisis een stuk minder goed gaat en mensen voorzichtiger zijn met hun geld? De zaken gaan naar omstandigheden goed, zegt Onrust, al verkoopt hij inderdaad aanzienlijk minder. Volgens de NGA is er bij galeries 35 procent vraaguitval. Maar dat bezorgt de optimistische galeriehouder geen slapeloze nachten. Hij is net terug van drie weken vakantie in Portugal, net als de jaren daarvoor. Van internet, zegt Onrust, heeft hij niets te vrezen. “Mensen willen een kunstwerk altijd eerst zien voordat ze het kopen. Het is goed voor de promotie, maar verkopen doe je er niet mee.”

import kunst