Hollandse schraperigheid in het kabinet

Hoe zouden ze in Engeland, Frankrijk, Duitsland of in de Verenigde Staten aankijken tegen het declaratiegedrag van Nederlandse politici?

Ministers en staatssecretarissen declareren opvallend veel kleine zaken: een zonnebril, chocoladeletters als cadeau, een bedankbloemetje, pasfoto’s, een broodje haring, een parka, spelletjes voor kinderen, ga zo maar door. Het zijn kleine zaken, kleine bedragen, zeker als je dat vergelijkt met wat buitenlandse collegae durven te verrekenen met de belastingbetaler. Grofweg kunnen we zeggen dat Nederlandse politici zich qua inhaligheid zeker niet misdragen.

Het gaat evenwel niet om de hoogte van de bedragen, maar dat een bewindspersoon een bloemetje declareert, een werkoverlegje in een restaurant, enzovoort. Hoe haalt een minister Klink het in zijn hoofd om een abonnement op internetspelletjes met de departementale creditcard te betalen? Het ging om een bedrag van veertig lullige eurootjes. En minister Van der Hoeven kocht voor bijna duizend euro aan bloemen, onder meer voor zichzelf, en zette dat op Rekening Rijk. Het kan onachtzaamheid zijn geweest, maar te vrezen valt dat we hier toch vooral van doen hebben met een vorm van Hollandse schraperigheid die inderdaad doet denken aan een terugkeer naar onze VOC-mentaliteit, zoals premier Balkenende dat ooit bepleitte.

De Telegraaf meldde vanochtend dat met een nieuw beroep op de Wet openbaarheid van bestuur geprobeerd zal worden alle lastminute-verrekeningen boven tafel te krijgen, want de inmiddels gealarmeerde bewindspersonen schijnen de afgelopen maanden alsnog zelf de rekeningen te hebben betaald die daarvoor met de departementale creditcard waren voldaan.

Onderschat de uitkomst ervan niet, want hoe futieler de overtreding, hoe groter de publieke gêne zal zijn over zoveel kleinheid.

Frans van Deijl