Heleen van Royen

Ze beweert dat ze niet zit te wachten op voortdurende media-aandacht. Tegelijkertijd brengt ze alles in stelling om haar boeken te verkopen, tot haar eigen lichaam aan toe. 51 vrijpostige vragen aan Heleen van Royen. ‘Aandacht is geen garantie voor succes.’

Onlangs schreef je in een blogje op je site in kapitalen:

“GIJ ZULT HELEEN VAN ROYEN LEZEN. (Deuteronomie IV, vers 13 of een andere dwarsstraat). GIJ ZULT HAAR LEZEN EN OOK UW KINDEREN EN UW KLEINKINDEREN EN DIENS KINDEREN EN KLEINKINDEREN ZULLEN HAAR LEZEN.”

Met hoeveel lezers van De mannentester ben je tevreden?
“Hoeveel mensen wonen er in dit land? En hoeveel kunnen er daarvan lezen? Ik ben natuurlijk pas echt tevreden als zij het boek allemaal tot zich nemen. Het zijn er nooit genoeg. Ik heb geen target in mijn hoofd, maar hoe meer hoe beter.”

Je gaat voor de massa.
“Natuurlijk. Het stomme is dat ik niet eens kan uitleggen waarom ik dat zo graag wil. Als je een kind hebt gekregen, wil je ook dat iedereen het ziet. Ik ben gewoon heel trots.”

Bij je uitgever zeggen ze nu overuren te draaien om heel Nederland te laten weten dat je boek er is. Een nieuwe Van Royen is een hype.
“Ja, er wordt hard gewerkt. Niet zo gek als je weet dat de eerste oplage al 130.000 exemplaren is. De eerste oplage van mijn vorige boek, De ontsnapping, was geloof ik 65.000. Er wordt hoog ingezet.”

Het gehele artikel staat in de HP/De Tijd van deze week.

1 reactie op “Heleen van Royen

  1. Het laatste waarlijk gevaarlijke boek wat hier in de Lage Landen heeft mogen verschijnen was een heuse J’accuse met als titel Multatuli van ene Eduard Hoeheetieookalweer Dekkers. Een eeuwtje of wat daarvoor vonden denkers als Voltaire en Descartes hier hun vrijheid van meningsuiting. De resterende boekenberg lijkt mij veel op decadente want onschadelijke woordenbalkenbrij, waarin het vrouwvolk het manvolk heeft weten te overtreffen, maar die waren altijd al goed in roddel en achterklap, in gezemel en geëmmer over onderwerpen waar het tegenwoordig vooral geslachtelijke organen en geslachtelijk verkeer betreft.

    Stout van HvR samen met die lingerietuthola waarvan me de naam even is ontschoten moet welhaast het meest lachwekkende en nondescripte schrijversproduct sinds de middeleeuwen zijn geweest, niet meer dan bar slecht verkapte maar hondsberoerde porno, meer plaatjes dan tekst, een waarlijk grenzenloos niemendal.

    Echt voer voor de massa, hoegenaamd niets om trots op te zijn. Ik wens haar veel geld en succes toe, maar literair bezien blijft het allemaal akelig dicht bij het absolute nulpunt steken natuurlijk.