Molière for the millions

De Ingebeelde Zieke van Molière staat langer dan een maand in de Stadsschouwburg Utrecht. Voor een theaterstuk in een grote schouwburg is dat ongebruikelijk, alleen musicals staan in Nederland weleens lange tijd op dezelfde plek. Maar regisseur Jos Thie en zijn nieuwe gezelschap De Utrechtse Spelen laten niets aan het toeval over om iedere avond de zaal vol te krijgen. Alles wordt uit de kast gehaald. Molière for the Millions.

Er is genoeg aantrekkelijks dat een bezoek rechtvaardigt. Allereerst de acteurs. De drie hoofdrolspelers Loes Luca, Paul Kooij en Tjitske Reidinga zijn bekend van onder andere Ja zuster, nee zuster en gelden als publiekstrekkers. Hun bekendheid wordt publicitair vakkundig uitgebuit met hun portretten op manshoge affiches in het hele land. Voor de free publicity werd aansluiting gezocht en gevonden bij het brede palet van kranten, bladen en televisieprogramma’s.

Jos Thie koos voor de oerversie van Molières bekende stuk uit 1673, inclusief de in 1980 teruggevonden muziek van Marc-Antoine Charpentier en inclusief de balletten tussen de bedrijven. Beide heeft hij aangepast, aangekleed en toegesneden naar eigen believen, zonder de oorspronkelijke opzet ervan te verlaten. Leuk voor wie de oorspronkelijke tekst ooit op school heeft moeten lezen. Ook leuk voor wie dat nooit heeft gedaan.

En dan is er de randprogrammering. Voorafgaand aan de voorstelling kan het publiek op barokke stoelen, versierd met veel zilveren krullen, galant dineren. De foyers van de Utrechtse schouwburg staan vol voorwerpen en gevulde vitrines die verwijzen naar de zeventiende-eeuwse anatomische wetenschap en de geneeskunst: geraamten, glazen kolven, rubberen handschoenen en purgeermachines.

Publiciteit, grote namen en de aankleding van de voorstelling zouden zo goed voor voorpret hebben gezorgd dat de voorstelling nog voor de première ‘wegens succes verlengd’ werd met een extra week.

En het moet gezegd: de voorstelling die ooit Lodewijk XIV amuseerde, amuseert nu het Nederlandse publiek. Loes Luca doet waarvoor ze is ingehuurd. Als dienstbode Toinette, niet op haar mondje gevallen en met het hart op de goede plaats, weet ze alle lachers op haar hand te krijgen. Molières teksten klinken alsof ze die ter plekke bedenkt. Paul Kooij, de centrale figuur Argan, de ingebeelde zieke, wekt met zijn rollende ogen, vileine opmerkingen en klaagzangen over zijn vermeende aandoeningen evenveel afschuw als medelijden op. De vele bijrollen zijn al even hooggepruikt, diep gedecolleteerd, over the top, en vaak om te zoenen. Voor het orkestje barokmuzikanten is een mooie plaats ingeruimd in het gehele ensemble. En op het budget van het decor, dat een maand kan blijven staan in dezelfde schouwburg, is niet beknibbeld.


Een heel enkele keer overstijgt de voorstelling zichzelf. Hilarisch en spannend wordt het wanneer voor de pauze bijna alle spelers in zwart kanten ondergoed een Franse bordeelscène opvoeren, inclusief zwarte zweepjes. Maar wanneer na de pauze acteur Peter Blok zich in de gedaante van De Dood met een grote fonkelende zeis aandient, is dat veel minder spannend. Iedereen weet dat er niemand doodgaat. Het moet wel om te lachen blijven. Met deze Dood kan gespot worden.

Regisseur Jos Thie speelt met deze voorstelling op safe. Geen onverwachte rolopvatting of verwijzing naar de Mexicaanse griep (‘De Ingebeelde Epidemie’). Het publiek verwacht een vrolijke avond en wordt daar niet in teleurgesteld.

Pieter Rings

De Utrechtse Spelen.

De Ingebeelde Zieke.

T/m 19 september in de Stadsschouwburg Utrecht.

import theater