Afslingeren

Het is lastig discussiëren over hoofddoekjes, omdat het over symbolen gaat

Femke Halsema wekte enige opschudding toen ze in een interview in De Pers zei dat ze het liefst alle vrouwen in Nederland hoofddoekloos zou zien. Tegelijk hield ze vast aan de vrijheid van vrouwen om ervoor te kiezen en sprak ze zich uit tegen discriminatie van gehoofddoekten. Eigenlijk een heel middle of the road-standpunt, zo niet in overeenstemming met de geest dan wel met de praktijk van de huidige moslimabejegening. Dit was meer een hartekreet dan een politieke uitspraak, zoals vegetariërs ook kunnen verzuchten dat de wereld er zoveel beter uit zou zien als iedereen maar eens zou ophouden met vlees eten. Dat zal niet vrijwillig gebeuren, net zomin als moslima’s hun hoofddoek zullen ‘afslingeren’ – woordgebruik dat overigens herinnert aan prins Claus, die destijds tot algemeen applaus zijn das afslingerde alsof hij zich van een slang bevrijdde.

Halsema’s uitspraak deed mij terugdenken aan een ander media-optreden van haar, een jaar of zeven geleden, schat ik, toen ze in een tv-debat bij hoog en bij laag volhield dat gesluierde (dus niet gehoofddoekte, maar gesluierde) vrouwen absoluut niet om die reden een baan mocht worden geweigerd. “Ook niet als kinderoppas in de privésfeer?” vroeg de interviewer. “Ook niet als kinderoppas,” beweerde ze stoer. Een houding die alleen maar illustreert hoe slecht mensen zonder kinderen zich kunnen voorstellen wat het betekent om ze wel te hebben, want geen enkele jonge moeder die een oppas zoekt, gaat natuurlijk een wandelende, gezichtsloze zwarte tent voor deze taak inhuren. Intussen zal zij op dit punt haar ideeën ook wel hebben bijgesteld. Discriminatie of niet, sommige toestanden wil je gewoon niet voor je kind.

Het is lastig discussiëren over hoofddoekjes, omdat het over symbolen en daarmee over gevoelens gaat. Het hoofddoekje is niet wat het is; het staat voor toegewijdheid aan de islam, een religie die vrouwen in het dagelijkse leven veel sterker beknot dan mannen. Alle verantwoordelijkheid die op de een of andere manier te maken heeft met het vermijden van maatschappelijk onacceptabele seks (voor het huwelijk, buiten het huwelijk, aanranding, verkrachting) ligt op de schouders van vrouwen. Hun valt de taak toe om geen aanleiding te geven tot zedeloosheid, en als er ergens iets misgaat, is het de schuld van de vrouw, die dan ook gestraft moet worden. Wie een hoofddoek op heeft, onderschrijft deze notie, ook al zeggen draagsters dat ze op die manier geen ruzie met de familie krijgen, meer vrijheid genieten en zich kunnen emanciperen. Dat kan allemaal waar zijn, maar in de kern van de zaak conformeren ze zich aan het idee van de vrouwelijke ondergeschiktheid, net zoals mensen met een kruisje om hun nek het katholicisme onderschrijven, mensen met een tulband zichzelf als sikh afficheren en mensen die een hakenkruis voeren nazisympathieën hebben. Een symbool is tenslotte een symbool en geen frivool lifestyle-attribuut.


In Vlaanderen hebben zevenhonderd openbare scholen het dragen van een hoofddoek verboden. Als het doel is om moslims te demoslimiseren op het gebied van man-vrouwverhoudingen, zal die maatregel weinig effect hebben. In Frankrijk, waar de laïcité elk religieus symbool op scholen verbiedt, werkt het niet, en in moslimland Turkije – op grond van de door Atatürk ingestelde scheiding tussen kerk en staat in overheidsinstellingen ook hoofddoekvrij – groeit de roep om de hoofddoek weer toe te staan. Symboolbestrijding is symptoombestrijding. Onder de oppervlakte woekert alles gewoon door.

Hoofddoekjes zijn goed verteerbaar in het dagelijks leven. In de supermarkt, achter allerhande balies, in collegezalen, bibliotheken, crèches, ziekenhuizen – overal zie je zichzelf ontplooiende moslima’s die een nuttige bijdrage aan de maatschappij leveren. Het is heel goed mogelijk dat de draagster zich op die manier inderdaad vrijheden kan permitteren die anders onbereikbaar waren op straffe van uitsluiting door haar familie. Zelfs is het mogelijk dat de hoofddoek zonder dat iemand erop aandringt uit pure vrije wil wordt omarmd vanuit diep religieuze gevoelens.

Waar het ook uit voortkomt, ik blijf het zielig vinden, zoals ik ook de westerse vrouwen die zich vroeger insnoerden in korsetten en de Chinese vrouwen wier voeten werden ingebonden, zielig vind. Iedereen is vrij om zijn of haar eigen onvrijheid te kiezen, maar mijn beleefde erkenning van dat recht is natuurlijk ten diepste neerbuigend. Of je nu aandringt op afslingeren of niet, de kloof blijft toch bestaan.

import beatrijs