De duistere kant van Hollywood

Daniel Depp haalde de inspiratie voor zijn thriller van dichtbij: een van de hoofdpersonen is een acteur. Een gesprek over detectives, het filmwereldje en – uiteraard – zijn broer. door Marcella van der Weg

Nee, hij lijkt niet op zijn broer. Daniel Depp (55) is kalend en bollig. Maar er is wel die zachtmoedige blik. En die alerte twinkeling. Depp is in de ban van een schilderij van Karel Appel dat in de lounge van zijn hotel hangt. Is het een vis? Of toch een ezel? Een identiteitscrisis, luidt uiteindelijk het oordeel. Depp debuteerde onlangs succesvol met de thriller Loser’s Town. Op relatief late leeftijd. En dat is maar goed ook, anders had hij zelf misschien een identiteitscrisis gekregen.

“Als ik een jaar of twintig was geweest, fris van een schrijfcursus uit, zeg Iowa, dan hadden ze me opgevreten. Op die leeftijd wil je indruk maken op mensen en geloof je alles wat ze zeggen. En als ik lees wat er her en der over me wordt geschreven… De pers heeft een probleem, omdat Johnny en ik een heel goede relatie hebben. Dat is geen goed verhaal. Ze hopen op rivaliteit, dat ik me minderwaardig voel ten opzichte van mijn beroemde broer. Dus het is maar goed dat ik een redelijk gezond ego heb. Dat heb ik wel aan Hollywood te danken: ik ben er tough geworden.”

Depp, die onder meer scenario’s schrijft, bestierde een tijdlang samen met Johnny een productiemaatschappijtje onder de paraplu van 20th Century Fox. Maar de broers zijn meer van de Europese film (denk: Ingmar Bergman en FrançoisTruffaut), dus dat was een constant gevecht met studio’s. Frustrerend. Maar wat Depp vooral tegenviel, was de ratrace: na kantooruren naar de verplichte voorvertoningen, ’s avonds naar feestjes (“en daar moét je heen, want daar worden de deals bekokstoofd”) en bijna nooit thuis. Dat was het hem niet waard. Maar het gaf hem wel een kijkje in de keuken van Hollywood – en dat leverde goed materiaal voor een boek.


Loser’s Town is een intelligente cocktail van televisieseries als Entourage, waar acteurs, agenten, producers en ander loslopend wild in een continue paringsdans verwikkeld zijn, en de The Sopranos, waar het geklungel van (kleine) criminelen soms tot absurde (en afschuwelijke) situaties leidt. En tot onvoorspelbaarheid. Depp wilde dan ook vooral geen voorspelbaar boek schrijven. “Mensen houden daar doorgaans wel van, zoals bij de detectives van Dick Francis: wat er ook gebeurt, je weet als lezer dat het wel goed zit. Dat wil ik niet; ik wil dat de lezer zich ongemakkelijk voelt. Niet weet welke kant het opgaat.

“Depps privédetective David Spandau is een klassieke Amerikaanse held, zoals in de noir-traditie van Raymond Chandler: een loner met een sociaal geweten. Daarom besluit Spandau de aanstormende filmster Bobby Dye bij te staan. Dye, erg beschäftigt met zijn nephaar, komt klem te zitten tussen een producer en een maffiavriendje die beiden een film met hem willen maken. “Spandau weet dat het waarschijnlijk slecht gaat aflopen, maar toch neemt hij die zaak aan. Hij móét geloven dat er een kans bestaat dat het goed afloopt. Want als hij daar helemaal niet meer in gelooft, wat heeft het dan allemaal nog voor zin? Daarom gaat hij door, ondanks de klappen die hij oploopt.” Spandau is, zegt Depp, op zoek naar de heilige graal. Zoals ook de detectives van schrijvers als Chandler en Dashiell Hammett dat waren.

“Uit hun boeken spreekt een groot sociaal geweten. Hun hoofdpersonen zijn enorme romantici, die tegen de klippen op naar iets goeds zoeken.”

Dat maakt het schrijven van een detective voor Depp zo plezierig: hij kan er zijn sociale bewogenheid in kwijt, in dit geval in de vorm van maatschappijkritiek op Hollywood. “Slechts twee groepen mensen kunnen ongestraft kritiek leveren op de samenleving: stand-up comedians en detectiveschrijvers. ‘Onthulling’ is inherent aan het genre; het gaat over iemand die achter de schermen moet kijken naar de vaak onaangename intimiteiten van het dagelijks leven. De detective wordt een biechtvader die alle rottigheid aanhoort.”


Volgens Depp heeft hij een redelijk accuraat beeld geschetst van de stad waar alles om geld draait, de scheidslijn tussen studiobons en maffiabaas niet altijd duidelijk is, en waar mensen met toekomstdromen makkelijk te manipuleren zijn. “Maar ik benadruk wel de negatieve kanten, want anders heb je geen verhaal. In het conflict zit het drama.

“In Hollywood worden verzinsels gecreëerd. Dat hoeft niet slecht te zijn, want, om met Jean Cocteau te spreken: kunst is een leugen die je de waarheid laat zien. Het publiek weet dat het anderhalf uur naar een ‘leugen’ kijkt, maar als het goed is doet die leugen iets met je, openbaart ze een diepere waarheid.” Maar aan die diepere waarheid mankeert het vaak in Hollywoodfilms, vindt Depp. “Het andere gevaar is dat publiek en acteurs in die verzinsels gaan geloven, dat de illusie niet stopt wanneer het licht weer aangaat. Een deel van het publiek neemt zo’n acteur als rolmodel en ziet niet dat er achter die ‘ster’ een hele machinerie staat.” Hij vergelijkt zijn boek dan ook een beetje met de laatste scène van The Wizard of Oz: de gordijnen worden opzijgeschoven en de kijker ziet de man die al die tijd aan de touwtjes heeft getrokken.

Depps onderwerpkeuze gaf in huiselijke kring enige stof tot nadenken. Want hij was zich ervan bewust dat zijn lezers in Bobby weleens Johnny zouden kunnen zien. “Terwijl ze helemaal niet op elkaar lijken. Dus ik wilde dat Johnny zich er ook goed bij zou voelen.” En Johnny deed meer dan dat: hij gaf Depp in zijn huis in Frankrijk de ruimte om aan het boek te kunnen werken. “Hij was een heel grote steun, emotioneel en praktisch.”

Zoals veel acteurs, meent Depp, is Bobby gevoelig voor vleierij en wil hij zichzelf bewijzen. “Ze doen het zelden voor het geld, het gaat veel dieper. Anders houden de meesten het niet vol. Michael Caine, die net als Bobby uit een arbeidersgezin komt, werd ooit gevraagd waarom er zo veel acteurs zijn met die achtergrond. Caine antwoordde: om dezelfde reden als prizefighters; niemand anders is gek genoeg om zich zo te laten toetakelen. Het is een bikkelhard beroep.”


Dat roept de vraag op hoe de frle Johnny het volhoudt, maar dat blijkt geen reden tot zorg. “Hij kan erg veel hebben. Hij is wonderlijk genoeg ook opvallend onveranderd gebleven. Misschien heeft dat met zijn opvoeding te maken: wij zijn een heel hechte familie. Dat is zijn redding geweest. Want om rond een jaar of negentien in je eentje naar Hollywood te gaan, dat is een soort hel.”

Hoewel de debutant Depp zijn achternaam mee leek te hebben, weigerden veel mensen juist om die reden Loser’s Town te lezen. Totdat er steeds meer geluiden klonken dat ook deze Depp heel goed op eigen kracht kan varen. Inmiddels zijn de rechten van het boek aan zo’n negen landen verkocht. Depp beschouwt zichzelf als een gelukkig mens – al is hij zelf nooit tevreden met zijn werk. “Dat hoort erbij. Als je ook maar een beetje goed bent, reik je altijd een treetje hoger. Als een kind dat steeds net niet bij de koektrommel kan. Het plezier zit ‘m in hoe dichtbij je kunt komen. Alles is mislukking. Sommige mislukkingen zijn alleen nobeler dan andere.”

Daniel Depp: Loser’s Town. Mynx. €18,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

import thriller