Nummer 1 hit te koop

Hitlijstmanipulatie. Zo oud als de hitlijsten zelf, maar met de fors teruggelopen singleverkopen en tegenwoordige downloadmogelijkheden gemakkelijker dan ooit tevoren. HP/De Tijd duikt in de wereld van de hitlijsten. Hoe Gerard Joling zijn nummer 1-hit kocht.

Met één oproep zette weblog GeenStijl eind maart de complete Single Top 100 op z’n kop. De single PowNed van gelegenheidstrio P3 reikte in één klap tot de hoogste positie in die hitlijst. Een week later was de plaat weer verdwenen. Het was niet voor het eerst dat de Single Top 100 beïnvloed werd. “De verkoopcijfers zijn tegenwoordig zo laag, dat een artiest gemakkelijk een hit kan scoren,” weet Herman Roggeveen. Voor zijn weblog NLpop.blog.nl analyseert hij wekelijks de Single Top 100. “Wanneer je als act honderd fans je single laat kopen, heb je al een notering in de Single Top 100. Of dat manipulatie is? Je kunt het ook stimulatie noemen.”

Heeft een hitlijst met zulke aantallen überhaupt nog zin? “Ik vind van wel,” zegt Erik de Zwart, voorzitter van Stichting Nederlandse Top 40, die de gelijknamige hitlijst samenstelt. “Mensen willen nog steeds weten wat het populairste liedje van dat moment is. Gewoon omdat ze dat leuk vinden. De muziekverkoop mag de afgelopen jaren dan dramatisch zijn afgenomen, de muziekconsumptie niet. Sterker, die is twee keer zo hoog als tien jaar geleden. Ook concert- en festivalbezoek zitten al jaren in de lift.”

Michel Admiraal sluit zich daarbij aan. Hij is als ‘chartsmanager’ van GfK Dutch Charts betrokken bij de samenstelling van onder meer de Single Top 100 en de Mega Top 50 van Radio 3FM. “Als wij een week geen lijst maken, hangen artiesten en maatschappijen direct aan de telefoon.”

De Top 40 wordt op vrijdagmiddag uitgezonden door Radio 538, de Mega Top 50 op zaterdagmiddag door de publieke zender 3FM. Eén op de vijf radioluisterende jongeren tussen de 15 en 35 stemt dan af. Maar de Single Top 100 wordt niet uitgezonden. Basyl de Groot, muzieksamensteller bij 3FM: “Die lijst is te breed georiënteerd om te passen in de huidige radiocultuur vol doelgroepenzenders.”


Goed, aan de verkopen ontlenen de hitlijsten niet (meer) hun bestaansrecht. Maar toch, hoe worden ze eigenlijk samengesteld? Bij de Single Top 100 gebeurt dat aan de hand van verkoopgegevens van enerzijds de fysieke verkoop in ruim duizend winkels, en anderzijds legale downloads in alle grote downloadshops – GfK Dutch Charts heeft als enige hitlijstsamensteller toegang tot de verkoopgegevens van iTunes. Bij de Top 40 wordt niet alleen verkoop, maar ook airplay bij de grotere radiozenders meegewogen. Daarnaast wordt regelmatig onderzoek gedaan naar de voorkeuren onder radioluisteraars.

Hitlijst-watcher Roggeveen heeft zo zijn twijfels over de samenstelling van de Top 40. “Volgens mij is dat iedere week een beetje nattevingerwerk. De manier van samenstellen van de Top 40 is de afgelopen tien jaar ook zo vaak veranderd, dat de lijst wat mij betreft heel veel kracht heeft verloren. Overigens is er in mijn ogen op dit moment geen enkele hitlijst waar je écht uit kunt afleiden hoe populair een liedje is. Bij gebrek aan beter hanteer ik voor mijn blog daarom nog altijd de Single Top 100. Dat is ondanks de lage verkoop toch de meest zuivere.”

“Onzin,” zegt Erik de Zwart. “De Single Top 100 is zó makkelijk te manipuleren. Nederlandse artiesten kopen zichzelf een top-10-notering. Ze roepen vrienden, kennissen, familie en weet ik veel wie op hun single te downloaden, of hypen zichzelf met een lening van de bank de top-10 in.”

Hoeveel singles een artiest moet verkopen om op één te komen, verschilt behoorlijk. Het eerder genoemde P3 verkocht in de week dat het trio de toppositie innam, ruim vierduizend exemplaren. Bijna het drievoudige van Lady Gaga, die met 1500 verkochte singles tot positie 2 reikte. Een single downloaden kost 99 eurocent, dus theoretisch gezien koop je voor enkele duizenden euro’s een nummer 1-hit.


Chartsmanager Admiraal hult zich in nevelen met betrekking tot aantallen. “Dat verschilt per seizoen. In de zomer worden bijvoorbeeld veel minder singles verkocht dan aan het eind van het jaar. Daarnaast ben je ook afhankelijk van wat de rest van de markt doet. Zo kunnen op een bepaald moment zeshonderd verkochte singles al voldoende zijn voor een topnotering, terwijl je op een ander moment enkele duizenden exemplaren moet verkopen. Er is een artiest veel aan gelegen een goede notering te krijgen. Want een top-10-notering in de Single Top 100 zorgt voor meer optredens, een hogere gage en de kans dat je op de radio gedraaid wordt. Je wordt namelijk ‘zichtbaar’ voor veel radiostations.”

Een hoge notering in de niet beluisterbare Single Top 100 vormt dus een opmaat naar een notering in de Top 40 en Mega Top 50 die wel worden uitgezonden. Dat klopt, wat betreft Basyl de Groot. “Wij houden als 3FM de Single Top 100 goed in de gaten. Het is een business to business-lijst die alleen wat zegt over sales. Maar goed, platen die goed worden verkocht, willen we eventueel wel toevoegen aan onze playlist. Maar in de eerste plaats gaan wij uit van ons eigen oordeel. Welke singles passen goed binnen het format. Vervolgens leggen wij fragmenten daarvan voor aan ons onderzoeksteam. Zij geven aan welke nummers ze op de radio willen horen.”

Want daar draait het uiteindelijk om: gedraaid worden op de radio. Niet alleen bereik je het publiek dat je single koopt of naar concerten komt, het zorgt er ook voor dat je door de airplay een notering krijgt in de gerenommeerde Top 40, nog altijd dé hitlijst van Nederland. De Zwart: “Pas wanneer je als artiest op 1 hebt gestaan in de Top 40, ben je écht nummer 1 van Nederland. De nummer 1 in dat GfK-lijstje is de nummer 1 van een download- en verkooplijst die simpelweg niets meer voorstelt. Het is een industrielijstje. De vertegenwoordiger van een platenmaatschappij kan dan tegen zijn baas zeggen: ‘Kijk, we hebben een top-10-notering’. Maar wie neemt wie nu in de maling?”


Basyl de Groot: “Voor de Top 40 wordt de verkoop gecombineerd met de airplay van de grootste zenders van Nederland. Dat vind ik een veel interessanter beeld geven. Ik denk ook dat veel artiesten liever op 1 in de Top 40 of Mega Top 50 staan, dan op 1 in de Single Top 100. Wanneer je in die eerste twee bovenaan staat, betekent het namelijk dat je ook gedraaid wordt. Daar gaat het uiteindelijk om.”

Zolang er hitlijsten bestaan, proberen mensen die lijsten te beïnvloeden. De Zwart ziet iedere week pogingen daartoe. “Ik ben ruim twintig jaar betrokken bij de Top 40 en al die jaren hebben mensen geprobeerd de lijst te beïnvloeden. Dat vind ik overigens niet raar. De belangen zijn erg groot. Wanneer een artiest én in de Single Top 100 én in de Top 40 succesvol is, dan heeft hij de optredens voor het uitzoeken.” Ook Admiraal en Roggeveen erkennen dat er gesjoemeld wordt. Roggeveen ziet iedere week noteringen in de Single Top 100 waar hij zich over verbaast.

“B-Yentl,” zegt De Groot, wanneer we naar een concreet voorbeeld van gesjoemel vragen. “Vorig jaar terug stond haar single No One But You wekenlang hoog in de Single Top 100. Wij voelden het gewoon niet. Natuurlijk was het geen nummer voor 3FM, maar ook op andere zenders werd het tótaal niet gedraaid. Dat die plaat wekenlang bleef verkopen, snapte ik niet, en ik ben daar in gedoken. Ik hoorde toen dat wanneer de voormalige Mai Tai-zangeres ergens optrad, voor de helft van haar gage singles moesten worden gekocht. Dat zegt natuurlijk niets over de populariteit van een song.”


Maar goed, er is nooit een waterdichte methode geweest om hitlijsten samen te stellen. In de beginjaren van de Top 40 werd voor de samenstelling iedere week een groot aantal platenzaken gebeld om de tien best verkochte singles in hun zaak door te geven. Niet zelden dichtte een medewerker zijn of haar eigen favoriete single van dat moment een veel betere verkoop toe dan het geval was. Vanaf de jaren tachtig werd de verkoop geregistreerd aan de hand van gescande streepjescodes. Ook die methode bleek niet waterdicht. Stapels (onverkochte) singles werden gescand om een nummer de hitlijst in te helpen.

Of, zoals tegenwoordig gebeurt, platenmaatschappijen huren bedrijfjes – zogenaamde ‘hitmakers’ – in, die op hun beurt weer teams het land in sturen om singles op te kopen. Patrick Jansen werkte voor zo’n hitmaker, het Hilversumse bedrijf Alcastar. “Ik was chauffeur bij deze jongens,” vertelt de twintiger. “Op een gegeven moment werd gevraagd of ik ook een andere klus wilde doen: bij diverse platenzaken singles kopen. Daar had ik wel oren naar; ik had vrienden met een vervelender bijbaan.”

Jansen kreeg een auto, een stapeltje geld en een routelijst mee. “In iedere stad gingen we naar platenzaken als Free Record Shop, vanLeest en Music Store, om per winkel ieder gemiddeld twee exemplaren van één bepaalde single te kopen. Dat was afhankelijk van wat er lag. Soms lag er nog maar één, dan kocht je in de volgende zaak drie stuks.”

De Hilversummer maakte deel uit van een pooltje met ongeveer vijftien man die allemaal hetzelfde deden. “Ik deed het één dag in de week en kwam dan met veertig à vijftig exemplaren van een single thuis. In een goede week, waarin veel mensen op pad gingen, werden zo honderden exemplaren van een single opgekocht. En dat dan weken achter elkaar.”


Eén van de singles die Jansen moest kopen, was begin 2007 Maak me gek van Gerard Joling (zie kader hiernaast). Het nummer betekende een doorstart van Jolings muzikale carrière. “Toen hij op 1 in de Single Top 100 kwam, werd dat gevierd in Spijslokaal De Kei in Hilversum,” weet Jansen. “Alcastar vierde het feestje mee vanwege de bijdrage aan dat succes. Het bedrijf moet echt duizenden exemplaren van die single hebben opgekocht. Ik heb me weleens afgevraagd of Joling zijn carrière ook een doorstart had kunnen geven zonder het gekochte succes. Ik weet het niet. Dat is de reden dat ik na een tijdje ben gestopt met dit werk. Ik had er geen goed gevoel bij.”

Jochem Geerdink