‘Amish oordelen niet zo snel als wij’

Voor haar promotie-onderzoek verbleef Martine Vonk drie maanden bij de Amish in Pennsylvania. Een gesprek over onbegrip, duurzaamheid en gemeenschapszin. ‘Hun keuze voor eenvoud en kwaliteit van leven, daar kunnen wij wel wat van leren.’ door Isabel de Jong, foto’s Jean-Pierre Jans

“Mensen gaan eerst op de uiterlijke verschillen af. Ze zien de kleding, het vervoer met paard en wagen, de hoeden en de baarden. Mensen begrijpen dat niet. Ze kennen het verhaal erachter niet, en de Amish zijn zelf ook erg naar binnen gericht.”

“Ik heb de Amish juist ervaren als een warme gemeenschap. Een heel open gemeenschap ook, althans waar ik zat. Dat was bij een vrij doorsnee groep van Old Order Amish in Lancaster, Pennsylvania. Old Order wil zeggen dat ze erg aan traditie vasthouden.”

“Sektarisch wil zeggen dat mensen geen keuze hebben. Dan is er sprake van een charismatische leider die alle beslissingen neemt. Dat heb ik bij de Amish niet gezien. De leider heeft wel een belangrijke stem, maar alle regels worden door de gemeenschap opgesteld. Sowieso maken Amish ook heel duidelijk een keuze om toe te treden tot de gemeenschap. En ze kunnen eruit.”

“Eigenlijk is het een periode van vrijheid waarin jongeren twee dingen onderzoeken. Ten eerste gaan ze op zoek naar een partner, wat eigenlijk alle jeugd rond die leeftijd doet. En voor de Amish-jeugd geldt daarnaast dat ze moeten kiezen of ze willen toetreden tot de gemeenschap. Voor hun doop vallen de Amish-kinderen officieel nog niet onder de kerkregels. Zij mogen dan dus autorijden, radio luisteren, uitgaan, et cetera. De mate waarin ze dat doen, verschilt. Sommigen gaan bijvoorbeeld helemaal los op drugs en alcohol, maar een heel grote groep houdt het wat beschaafder. Die ontmoeten elkaar ergens, en gaan vervolgens eten, zingen en volleyballen. Heel Amish-achtige dingen dus.”

“Gemiddeld 85 procent, en dat is ontzettend hoog. Ik kan dat ook heel goed begrijpen. Als kind ken je de cultuur van binnenuit, en het is een heel warme gemeenschap die veel veiligheid biedt. Als iemand ziek is of om andere redenen niet kan werken, lossen de Amish dat als gemeenschap op. Je weet waar je aan toe bent, en de meeste jongeren ervaren dat niet als beknellend.”


“Ten eerste de scholing. Amish kennen alleen onderwijs tot vijftien jaar. Daarna ga je van school af en al werkende een vak leren. Er is geen mogelijkheid voor intellectuele ontwikkeling binnen de Amish-gemeenschap. De jongeren die dus wel willen doorleren, besluiten weg te gaan. Zij sluiten zich vaak aan bij de mennonietenkerk. Deze is verwant aan de Amish, maar laat vaak meer toe.

“Ook kan de vorm van geloofsbeleving een reden zijn om af te zien van de doop. Sommigen vinden in de Amish-kerk niet voldoende ruimte voor expressie. Amish worden niet gestimuleerd zelf in het geloof te gaan studeren. Zij volgen hun bishop, die voor het leven gekozen is. Mensen die meer vrijheid willen in hun geloof, sluiten zich vaak aan bij de mennonieten.”

“Het is vooral groei van binnenuit. Het komt wel voor dat mensen van buiten Amish worden, maar dat gebeurt niet veel. Als het gebeurt, dan is het vaak zo dat iemand een partner heeft die Amish is en om die reden zelf wil toetreden.”

“Amish leven gewoon in dorpen waar ook Amerikanen wonen. Het is niet zo dat ze in heel afgezonderde gebieden wonen. Een gezin waar ik bij verbleef, had bijvoorbeeld Amerikaanse buren. En ze gaan natuurlijk ook gewoon naar de winkel.”

“Ik vind dat vaak een erg snel oordeel. Dan kunnen Amish omgekeerd zeggen: ‘Jullie gaan wel naar de sportschool, maar dan doe je dat met de auto.’ Amish zou-den nooit zo oordelen als wij dat doen. Het is een heel bescheiden groep men- sen, wat heel typerend is. Andersom gebeurt het dus wel veel. Uit onbegrip.

“Amish zijn afwachtend met vernieuwingen, dat is waar. Zij gaan eerst onderzoeken wat de consequenties van een vernieuwing zijn voor de waarden van hun gemeenschap. Voegt het iets toe? Bij elektriciteit waren veel vraagtekens. Een visuele lijn naar het huis, alle apparatuur zoals radio’s en televisies die het met zich meebrengt, en het feit dat machines hun arbeid ontnemen. Arbeidsethos is ontzettend waardevol voor de Amish. Werken is goed voor mensen, vormend en zinvol. Maar dat wil niet zeggen dat ze tegen alle apparaten zijn. Iets invriezen bij de buren is daarom geen moreel issue. Als het maar iets positiefs bijdraagt aan hun leven.”


“Mijn onderzoek richtte zich op duurzaamheid. Duurzaamheid in relatie tot levensbeschouwing. Eigenlijk is het uitgangspunt: wil je duurzaamheid kunnen bevorderen, dan zul je moeten aansluiten bij de diepere drijfveren van mensen. Alleen een financiële prikkel is vaak niet diepgaand genoeg. Pas als je raakt aan iets wat mensen belangrijk vinden voor de kwaliteit van hun leven, kun je echt wat bereiken.

“Ik wilde dus kijken hoe duurzaamheid kan samenhangen met een keuze die geworteld is in een levensbeschouwing. De Amish leven erg duurzaam. Maar niet omdat ze duurzaamheid op zich nastreven; daar liggen andere waarden aan ten grondslag. Het geloof, de zorg voor elkaar en voor de gemeenschap. De keuze voor eenvoud en kwaliteit van leven, oftewel reflectieve modernisering. Daar kunnen wij van leren. In hoeverre toetsen wij consequenties van nieuwe dingen nog?”

“Natuurlijk zijn er ook negatieve aspecten. Amish zijn bijvoorbeeld per kerkgemeenschap georganiseerd. Zo’n twee- à driehonderd mensen, inclusief kinderen. Elke kerkgemeenschap heeft een leider die voor het leven wordt gekozen, en het kan natuurlijk zijn dat daar iemand zit die misbruik maakt van zijn macht. Daar zou het gevaar kunnen zitten dat zo’n groep dan sektarisch wordt. Maar in de praktijk is het meestal niet zo; dat is niet hun aard. De waarden van eenvoud, vriendelijkheid en nederigheid worden al eeuwen van generatie op generatie overgebracht.”

“Ze hebben wel een rechtssysteem, dat is hun Ordnung: de regels die zij zelf opstellen en aan de hand waarvan zij leven. De enige echte strafmaat is de ban. Als iemand iets doet wat in strijd is met hun regels, wordt er eerst een aantal maal gesproken. Mocht dat niet werken, dan wordt iemand uiteindelijk in de ban gedaan.”


“Tja, hun gemeenschap bestaat nog steeds en groeit alleen maar, dus je zou zeggen: ja. Maar er zijn natuurlijk ook mensen die zijn beschadigd. Ook bij de Amish komt incest voor, het is echt geen hemel op aarde. Maar dat zijn uitzonderingen. Als ik kijk naar de hele gemeenschap en de waarden die zij voorstaan, dan zie ik het als een heel warme gemeenschap.”

“Dat was toen ik met een hele familie in een buggy zat. Die buggy is natuurlijk best klein, en ik zat daar tussen alle kinderen van het gezin. De auto’s razen voorbij, maar de familie groette iedereen in de andere buggy’s, want je kunt door het tempo natuurlijk zien wie erin zit. Dat kan bij auto’s niet. Toen ervoer ik inderdaad heel sterk: dit is jullie wereld. Jullie kiezen heel sterk voor die beperking van horse and buggy. Een sneller vervoermiddel haalt je namelijk van de gemeenschap weg, van de mensen weg. Dan heb je elkaar niet meer nodig.”

“Inderdaad, en dat zullen mensen zowel positief als negatief ervaren. De sociale controle is wel vooral gericht op zorg, maar als iemand de regels blijft negeren, wordt er actie ondernomen. Mijn idee is echter dat de Amish niet erg op elkaar zitten te letten in de zin van: ‘Kijk, de buurman heeft een groene broek aan. Dat kan toch niet!’ Omdat ze niet snel zullen oordelen, werkt het niet zo. Maar er zullen ook mensen zijn die die druk wel ervaren. Ik wil het ook niet romantiseren.”

“Ik vermoed, maar ik heb het zelf niet meegemaakt, dat de dader in de ban wordt gedaan. Als een soort gevangenisstraf. Die moet een tijdje buiten de gemeenschap leven.”

“Nee, daar zullen zij zich niet toe wenden. De Amish hebben een eeuwenoud wantrouwen jegens de overheid, dat voortvloeit uit de vreselijke vervolgingen in de zestiende en zeventiende eeuw. Toen ik daar zat, vroegen ook verschillende Amish aan mij: ‘Wat denk je, komen er weer vervolgingen?’ Dat zit heel diep. Vandaar ook het voortdurend zoeken naar bescherming tegen invloeden van buitenaf. En in principe hebben ze in Amerika heel veel ruimte.”


“Nee, door alle vervolgingen in de zestiende eeuw hebben ze vrij snel de overtocht naar Pennsylvania gemaakt, wat een religieuze vrijstaat was. Wel zijn er hier nog mennonieten, de doopsgezinden.”

“Dan zouden ze tegen veel problemen aan lopen. Niet alleen vanwege de geloofsuitoefening, maar ook praktisch gezien. Amish zijn bijvoorbeeld niet verzekerd. Dat kan hier niet. In Amerika hebben ze in de loop der tijd veel dingen voor elkaar gekregen om hun leven volgens hun overtuiging te kunnen leven. Dat is gegroeid. Dat zie ik in Nederland niet gebeuren.”

“Nee, ik ben er niet in opgegroeid, en dan ben je te westers. De overstap is gewoon te groot, ook voor mij. Mijn man en ik zijn wel gemeenschapsmensen. Maar ik zou niet direct Amish willen worden, en dat hoeft ook niet. Amish proberen je niet te overtuigen. Zij zien hun leefstijl niet als de enige ware manier van leven. Voor zichzelf hebben ze wel strenge leefregels, zoals kledingvoorschriften.”

“O nee, daar zou ik nog wel aan kunnen wennen. Bij mij zou het meer gaan om het niet kunnen studeren. Maar het gaat eigenlijk om de hele cultuur.”

“Ook, ook… Alhoewel vrouwen wel stemrecht hebben en ook behoorlijk veel zeggenschap. Er is wel een duidelijk taak- verdeling, maar het is dan ook van oorsprong een agrarische samenleving. Grotendeels nog. Die taakverdeling zie je in alle landbouwsamenlevingen. Maar ik ben gewoon niet Amish genoeg om daar in te passen.”

import vraag en antwoord