Stop making sense!

In het boek The Political Brain presenteert de psycholoog en hersenonderzoeker Drew Westen onderzoek waaruit blijkt dat politieke communicatie meer een zaak van emoties is, en dus minder van de rede, dan lang werd aangenomen. Westen is een verstokt Democraat en laat zich helaas nogal meeslepen door partijpolitieke ambities, maar hij heeft goede argumenten voor de kern van zijn betoog, door een columnist van The New York Times samengevat als: Stop making sense. Westens boek moet populair zijn bij Haagse politici, want die drie woorden vormen een perfecte samenvatting van de Algemene Beschouwingen van vorige week. Zelden zagen we in de Tweede Kamer een overdonderender triomf van de Emotie over de Rede. Grote Winnaar: Mark Rutte. Grote Verliezer: Jan Peter Balkenende.

Het bizarre, adembenemende, fascinerende & verbluffende is dat ze allebei gelijk hadden. Of, als dat niet kan, dat het waarschijnlijk juist de Verliezer is die gelijk had.

Dat gelijk hebben en gelijk krijgen twee verschillende dingen zijn, is een oude wijsheid, daar hoeven we niet wakker van te liggen, maar dat die twee in ’s lands vergaderzaal inmiddels zó ver uit elkaar kunnen liggen, is toch wel een beetje beangstigend.

Natuurlijk, Geert Wilders en de PVV tonen al geruime tijd aan dat je met idiote voorstellen hele volksstammen op je hand kunt krijgen. Het beste zou waarschijnlijk zijn om mensen die hun instemming met dat soort malle ideeën betuigen per omgaande hun stemrecht af te nemen – mag ik óók eens een rabiaat plan lanceren!? – maar dat kan helaas niet, dus we zullen met die realiteit moeten leren leven, in de wetenschap dat je met ideeën die wél zinnig, redelijk en verstandig zijn óók nog bijval kunt oogsten. Hoewel, wetenschap, hoop is hier misschien een beter woord.

Het was immers niet het Wat van de kabinetsplannen dat door de oppositie zo honend naar de prullenbak werd verwezen, maar vooral het Waarom. Economen zijn het zoals bekend zelden eens; des te opmerkelijker dus dat in die kringen op dit moment over één ding wel consensus bestaat, namelijk dat draconische bezuinigingen de crisis alleen maar zouden versterken. Obama, Brown, Merkel & Sarkozy zeggen het allemaal. Godzijdank, eindelijk een ‘zekerheid’ waar we een beetje op kunnen steunen. Een frle strohalm van gezond verstand waar we ons aan vast kunnen klampen. IJverige studenten die ze zijn (en met de natuurlijke angst van de beroepspoliticus om buiten de mainstream te treden), hebben Balkenende en Bos dit leerstuk ter harte genomen en een behoedzaam herstelplan in elkaar gezet, waar door experts dus ook niet zoveel op valt af te dingen. Of het moet het tempo zijn, en inderdaad, twintig werkgroepen, negen maanden, het klinkt een beetje alsof China verplaatst moet worden zonder dat de stroom uitvalt.


Toch wordt Alexander Pechtold weer allerwegen tot politiek wonderkind uitgeroepen, omdat hij met zijn stapel rapporten zo meesterlijk inspeelde op de moderne beeldcultuur, terwijl de voormalige veilingmeester niet met één inhoudelijk argument tegen de regeringsplannen kwam, of het moest zijn dat de alleenstaanden niet apart in de tabelletjes vermeld stonden. Een eigen calculatie van wat die minderheid te vrezen heeft zou dus verhelderend geweest zijn, maar de moderne politicus is niet zo van de zakjapanner, die eist op hoge toon dat de regering hem iets voorrekent. Dat heeft Pechtold dan in elk geval gemeen met zijn geblondeerde Nemesis.

Bij het kabinet zie je precies het omgekeerde: geen emotie, uitsluitend ratio. Met deze begroting maakten ze precies dezelfde fout als begin dit jaar bij het zogenaamde crisispakket. Economische geneeskunde is vooral een zaak van psychologie; het gaat niet om de inhoud van de pil, het gaat er vooral om dát hij wordt toegediend, liefst tijdig en met aplomb. Eindeloos studeren op dat soort maatregelen is vergaderen over de inhoud van een placebo.

Het ging de oppositie ook helemaal niet om het Wat; het Waarom, daar zat het probleem. De coalitie is verdeeld! Er moet Krachtig Leiderschap getoond worden, maakt eigenlijk niet uit in welke richting. We hebben nog liever Krachtig Leiderschap de afgrond in dan Moeizaam Geschuifel de goede kant op.

Maar, ik moet toegeven, toen ik Balkenende donderdagavond achter de katheder zag staan, hakkelend, mompelend en brabbelend als een nerveus raadslid dat wegens ziekte moet invallen, dacht ik ook: wat hier staat, is geen slecht mens, geen slechte denker, geen slechte beleidsmaker, niet eens een slechte leider misschien, maar wel een héél slecht politicus. En daar tegenover stond Mark Rutte, zijn spiegelbeeld. Een heel goed politicus, wapperend met zijn rampzalige recept.


Maar wacht eens, dacht Wilders, de állerbeste politicus ben ík. En het valt niet te ontkennen: dat bewees hij vervolgens met verve.

import kuitenbrouwer