Wereldburger

Waarom vindt de kosmopoliet zichzelf zo onverdacht rechtschapen?

Het schaamteloos etaleren van rijkdom ligt momenteel niet zo lekker. Als de regering sombert over de broekriem aanhalen en het land verscheurd wordt door AOW-twisten, dan is het minder makkelijk om onbekommerd door te patsen in energievretende SUV’s, een lading nieuwe Prada-schoenen en Vuitton-tassen op de achterbank. Voor je het weet ga je door voor ‘bonusopstrijker’, een kwalificatie die langzamerhand dezelfde bedenkelijke connotatie heeft als destijds ‘uitkeringstrekker’. Als er moet worden ingeleverd, dan door iedereen. Ook de koninklijke familie blijft niet buiten schot: na de al even somber getoonzette troonrede morde het volk waarom de koningin zelf niet het goede voorbeeld geeft door genoegen te nemen met een paar procent lagere uitkering. Als rijkaard kun je je maar beter besmuikt gedragen.

De geestelijke tegenhanger van de rijke materialist is de kosmopoliet, en merkwaardig genoeg geldt de maatschappelijke afkeur niet hem (of haar). Het kosmopolitisme geldt nog steeds als een bewonderenswaardige geestesgesteldheid. Als iedereen kosmopoliet was, zou de wereld er beter uitzien, zo luidt de onderliggende gedachte van in ieder geval de kosmopolieten zelf. Dat komt doordat zij, in tegenstelling tot Joe the Plumber en Truus uit Almere, niet vastzitten aan een benepen nationaliteit, maar vrij over de hele wereld trekken. Dit loslaten van wortels en landsgrenzen zorgt voor een open blik, begrip voor andere culturen, goed geïnformeerd zijn, tolerantie en nog veel meer geestelijke bagage.

Je wordt niet zomaar kosmopoliet. Daar moet je wel wat voor in je mars hebben. In het gilde wordt de dienst uitgemaakt door topdiplomaten en glitterwetenschappers. Topmannen in het multinationale bedrijfsleven doen even niet meer mee vanwege het gedoe met die bonussen. De ware kosmopoliet vliegt de wereld rond van het ene naar het andere congres en heeft overal belangrijke afspraken, hetzij over de voortgang van de wetenschap, hetzij met het oog op de wereldvrede. Het vliegveld en dure hotels vormen zijn biotoop. Op de congressen spreekt hij het kringetje van collega-kosmopolieten die hij elke keer weer tegenkomt.


Ik wil niet zeuren over de CO2-uitstoot van al die vlieguren, noch over de luxe van de ambiance waarin de congresgangers worden gehuisvest, en ook wil ik de noodzaak van real-life-ontmoetingen in een tijd van conference-calls, instant-e-mailcontact en video-vergaderingen niet ter discussie stellen. Ik begrijp best dat mensen genoegen beleven aan deze way of life. Ik vraag me alleen af waarom de kosmopoliet zichzelf zo’n onverdacht rechtschapen mensentype vindt, veel beter dan al die andere sukkels die maar blijven vastzitten tussen hun benauwde landsgrenzen. Een mooi voorbeeld van de zelfingenomen kosmopoliet stond afgelopen weekend in het Reizen-katern van de Volkskrant, waar hoogleraar Rick van der Ploeg werd geïnterviewd. Deze vleesgeworden freischwebende Intelligenz pendelt voor zijn werk tussen Amsterdam, Oxford, München, Venetië en Florence. Hij geeft hoog op van gemixte steden, waar zonderlinge en maffe mensen rondhangen, die volgens hem gekoesterd moeten worden. Zelf beschermt hij zich tegen zonderlinge figuren door in een Victoriaans huis op een eiland in de Theems te wonen. In Oxford luncht hij met diverse erudiete hoogleraren in een soort Harry Potter-eetzaal, waar butlers rondlopen.

Een heerlijk leventje, en het zij hem gegund. Maar waarom tegelijk dat dédain voor wie minder internationaal angehaucht is? Van der Ploeg geeft hoog op van het kosmopolitisme van de Oxfordse intellectuele klasse. Men leest daar in de cafés The Lancet, Nature of The Scientific American. ‘Maar in café Luxembourg in Amsterdam zie je mensen HP/De Tijd en Elsevier lezen, blaadjes waar je je billen mee afveegt.’

Afgezien van het feit dat elk belangwekkend artikel uit deze internationale wetenschapsbladen dezelfde week nog helder samengevat in de wetenschapskaternen van de kwaliteitskranten staat, is het een raadsel waarom hij zo’n aan haat grenzende minachting aan de dag legt voor de helft van de Nederlandse opiniebladjournalistiek, en daarmee voor de lezers ervan. In deze blaadjes gaat het vaak over binnenlandse kwesties. Maar de lezers wónen in Nederland! All politics is local, zoals de vroegere Speaker of the House Tip O’Neill placht te zeggen. Kosmopolieten zijn zo losgezongen van hun omgeving dat ze dit niet meer kunnen begrijpen. Waarschijnlijker is dat Van der Ploeg zelf door voornoemde blaadjes op de korrel is genomen en daarom een tegensteek uitdeelde. Ook deze kosmopoliet wordt uiteindelijk door lokale, want persoonlijke motieven gedreven.

import beatrijs ritsema