Snottebellenkind

Yvonne Kroonenberg (1950) is schrijfster. Zij groeide op in Amsterdam en Scheveningen. ‘Uiterlijk was ik vrolijk en energiek, maar van binnen droevig en bang dat ik het niet goed deed.’

Ze woont nog vlak bij de plek waar ze werd geboren, een bovenwoning op het Amsterdamse Waterlooplein. Haar ouders hadden toen al twee dochtertjes; na haar zou er nog een broertje komen. Yvonne Kroonenberg stelt zich voor hoe haar vader temidden van het grut probeerde te studeren en haar moeder met drie koters en een kinderwagen de trappen op en af moest: de kinderhel.

Haar vader en moeder hadden elkaar leren kennen tijdens de oorlog, in een vreemde mengeling van verliefdheid en ellende. Omdat ze allebei joden waren, moesten ze onderduiken. De grootouders van moeders kant werden in Sobibor vergast. Toen de oorlog voorbij was, wilden vader en moeder Kroonenberg niet meer als joods te boek staan. Ze beleden het atheïsme, spraken nooit over het Jodendom, gaven hun kinderen niet-joodse namen en hielden hen voor dat ze bij een vraag naar hun godsdienst moesten antwoorden: ik ben niks. “Dat heb ik wel eens te letterlijk opgevat, daar heeft de psychiater nog een hoop werk aan gehad,” zegt ze.

Het gehele artikel staat in de HP/De Tijd van deze week.

Matt Dings