SF in Soweto

Sciencefiction is een lastig genre. Theoretisch gesproken vormen sf-films (en -boeken) een ideaal vehikel voor inventieve of provocatieve speculaties over de toekomst. In de praktijk betreft het vaak oude wijn in nieuwe zakken. Wie sf-films aan een kritische analyse onderwerpt, moet concluderen dat het nogal eens gaat om hervertellingen van Griekse mythen (in een futuristisch jasje) of riddersagen met opgepimpt wapentuig. Daar komt bij dat sf méér dan andere genres geplaagd wordt door artistieke inteelt: de auteurs laten zich vooral inspireren door andere sf.

Paul Verhoeven toonde met Robocop ooit aan dat je een gewelddadige en futuris-tische popcornfilm prima van een scherp randje kunt voorzien. Tot dat inzicht kwam hij overigens pas na- dat zijn vrouw het scenario uit de prullenmand had gevist. Zélf had Verhoeven Robocop in eerste instantie als onzinnig terzijde geschoven.

Dat sf interessante mogelijkheden biedt voor venijnige maatschappijkritiek, wordt anno 2009 nog eens bewezen door District 9, een productie die geheel in Zuid-Afrika werd opgenomen. De kosten bedroegen ‘slechts’ 30 miljoen dollar – een koopje binnen het genre. Inmiddels heeft de film een veelvoud van zijn budget opgeleverd. Het gros van de ingrediënten is vertrouwd. Er is sprake van een reusachtig ruimteschip en duizenden aliens die eruitzien als een kruising tussen mens en insect. Er zijn knokpartijen, kogelregens, maffiose types, ontspoorde wetenschappers en robot-achtige vechtmachines. Ook in visueel opzicht roept de film een hele trits illustere voorgangers in herinnering (Close Encounters of the Third Kind, Darkman, Transformers, Men in Black, Cloverfield, Independence Day, Starship Troopers). En tóch is er alle reden om District 9 te kwalificeren als een originele film. Dat heeft veel te maken met de setting. Het ruimteschip blijft hangen boven – of all places – Johannesburg. En als de autoriteiten na maanden wachten besluiten een kijkje aan boord te nemen, treffen ze daar duizenden uitgehongerde en vervuilde wezens aan die op sterven na dood zijn. De aliens worden in een groot opvangkamp ondergebracht, waar ze zich al spoedig beginnen te vermenigvuldigen. De omgang met de plaatselijke bevolking wordt bemoeilijkt door het primitieve en agressieve gedrag van de nieuwkomers. Hoewel er een levendige handel ontstaat (inclusief een omvangrijke zwarte markt), is het merendeel van de lokale bevolking de lastpakken liever kwijt dan rijk. De autoriteiten besluiten dan ook tot ‘herplaatsing’ van de aliens.


Dat buitenaardse wezens nu eens de gedaante van hulpbehoevende schipbreukelingen hebben aangenomen, geeft een verrassende draai aan het verhaal. Dat ze geleidelijk een plaag beginnen te vormen, verschaft de Zuid-Afrikaanse regisseur Neill Blomkamp de gelegenheid zijn film uit te bouwen tot een trefzekere politieke parabel. De overeenkomsten met de problematiek met betrekking tot immigranten/illegalen/etnische minderheden liggen voor het opscheppen. Dat uitgerekend de bewoners van Zuid-Afrikaanse townships zich ontpoppen als latente racisten en voorstanders van ‘apartheid’ verleent het verhaal een wrang accent. De originele ideeën zijn na een uur wel zo’n beetje uitgeput, waarna het verhaal alsnog in clichés dreigt te vervallen. Niettemin is District 9 een intelligente, amusante, vileine en actuele thriller. Een verademing binnen het sf-genre.

District 9. Regie: Neill Blomkamp. Vanaf 8 oktober in de bioscoop.

Erik Spaans