Yoko-jodel

Wat zouden we van Between my Head and the Sky hebben gevonden als dit album níet door Yoko Ono zou zijn gemaakt? Het lijkt relevant om je dit eerst even af te vragen voordat je ook maar één letter wijdt aan het werk van de meest gehate weduwe uit de popgeschiedenis. Ze mag dan voor sommigen een invloedrijke Japanse performance artist zijn, voor de meerderheid van de wereldbevolking is zij nog steeds de ‘Japanse slang’ die John Lennon zijn verstand deed verliezen en The Beatles uit elkaar dreef.

Voor die laatste categorie zal het nieuwe album, dat zij voor het eerst weer uitbracht onder de naam Plastic Ono Band, met enig wantrouwen worden beluisterd. De typische Yoko-jodel waarmee het titelstuk begint, zal dat gevoel alleen nog maar versterken. Maar wie Ono’s verleden even vergeet, moet wel tot een andere conclusie komen. Sean Lennon fungeerde als ‘musical director’ en rekruteerde jeugdige Japanse iconoclasten al Yuka Honda en Cornelius om de teksten en vocale freestyle performances van zijn moeder te drenken in eclectische ritme- en klanktapijten. Mede daardoor klinkt Between my Head and the Sky als een frisse, bruisende en af en toe zelfs roekeloze nieuwe plaat van een knettergek Japans meisje. En dat die chick de 76-jarige, verguisde weduwe van John Lennon is, doet er dan niet meer toe.

Ruud Meijer