Onze kinderen in Afghanistan

Oorlogvoeren in Uruzgan, moeten we dat we overlaten aan jonkies die nauwelijks droog achter de oren zijn? Of laten die door hun keus juist zien dat ze volwassen zijn? Een essay over een mijnenveld.

Terwijl de Nederlandse regering in het licht van de aanhoudende crisis maatregelen aankondigt om de broekriem aan te halen en een groeiend aantal burgers te maken krijgt met pijn in de portemonnee en stijgende werkloosheid, zijn er hier en daar ook lichtpuntjes te ontwaren. Neem Michael Bos (niet zijn echte naam), negentien jaar en net terug van een verblijf van vier maanden in Afghanistan. Aan deze uitzending hield hij 15.000 euro over, een bedrag waarmee hij zich prompt een nieuwe Toyota Celica aanschafte. Met striping en spoiler. Voor leeftijdgenoten is zo’n aankoop ondenkbaar. Zij volgen opleidingen met schaarse toelages, sappelen in bijbaantjes en schrijven zich na hun studie nog maar eens voor een andere opleiding in om meer kans op de arbeidsmarkt voor zichzelf te creëren.

Vergeleken hiermee is een uitzending naar Afghanistan veel lucratiever. Sommige ouders zien met lede ogen aan hoe hun zoon van achttien (een kind toch nog eigenlijk) het ineens in zijn hoofd krijgt om het leger in te gaan. Vanaf zeventien jaar kun je bij defensie terecht voor het volgen van een tweejarige opleiding bij de landmacht. In de werving ligt het accent op fysieke training, stoerheid, uitdaging, kameraadschap en avontuur. Er bestaat de mogelijkheid om gratis je rijbewijs halen. Heb je de opleiding voltooid, dan is er een behoorlijk aanvangssalaris van zo’n 1800 euro. Defensie kent uitstekende arbeidsvoorwaarden. In geval van uitzending naar bijvoorbeeld Uruzgan krijgt iedere militair, los van de rang die hij bekleedt, een premie van 2300 euro per maand bovenop z’n salaris.

Op zo’n manier kunnen de verdiensten van een jonge militair (de jongens van onze grondtroepen zijn tussen de negentien en 25 jaar oud) inderdaad met gemak oplopen tot 15.000 euro als de missie er eenmaal op zit. Uitzendingen duren vier à zes maanden. Tijdens de missie zijn kost en inwoning inbegrepen, en als de militair het verder rustig aan doet met zijn uitgaven, wat niet zo moeilijk is want veel vertier heb je daar niet, loopt de teller lekker door.

Het gehele artikel staat in de HP/De Tijd van deze week.

Beatrijs Ritsema