Theo Heuft, ex-pooier

Hij maakte van Yab Yum een wereldmerk maar moest de tent na bedreigingen sluiten. Nu verschijnt zijn boek, waarin hij uitlegt hoe hij van ordinaire pooier een geaccepteerd burger werd. 51 vrijpostige vragen aan Theo Heuft (74). ‘Ik ben een randfiguur’

U noemt uzelf enigszins besmuikt een pooier; het woord bordeel neemt u liever niet in de mond. Wat doet u truttig. Het is toch gewoon wat het is?
“Ik vind die woorden niet passen bij Yab Yum. Het klinkt te goedkoop. Mijn zaak was niet voor de gemiddelde consument. Als je met een dame wilde gaan, kon je dat al voor vijftig euro bij de concurrent doen. Bij mij betaalde je vijfhonderd. Dat was dus niets voor de gewone man. Mijn klant was de zakenman die door een collega mee uit werd genomen. Je kunt moeilijk tegen je zakenrelatie zeggen: “Zullen we vanavond ergens een wip gaan maken?” Je ging bij mij in eerste instantie een glaasje drinken en later kon je eventueel met de dames naar boven. De helft van mijn omzet kwam uit de champagne. Seks was in Yab Yum een bijzaak.”

Kom nou, iedereen wist toch dat het een bordeel was en je daar voor de vrouwen kwam?
“Nee, echt. Bij mij is er een stuk minder gewipt dan in het huis waar het voor vijftig euro kon. Ik verkocht champagne, flauwekul, illusie.”

Waren er echt veel mannen die zonder gedane zaken uw pand verlieten?
“Heel veel, ik denk wel vijftig procent van de klanten. (grijnst) En de andere helft deed het ook niet, althans niet volgens hun vrouw. Want Yab Yum was er niet voor de zakenman maar voor de relatie van de zakenman. En iedere man zei thuis dat hij de zakenman was.”

Het gehele artikel staat in de HP/De Tijd van deze week.

Roos Schlikker