Bijles economie

Neerlands hoop in bange dagen is in deze tijd de overheid. Een overheid die tientallen miljarden steekt in de economie om deze nog enigszins te laten functioneren, mensen uit de bijstand te houden en de maatschappelijke ontwikkeling en ontplooiing van mensen mogelijk te houden. Veel politici doen weer met een glimlach hun werk: “Het doet er weer écht toe”; “Je kunt wat betekenen”; “Nu gaan dingen echt veranderen”; “Het primaat der politiek is hersteld na jarenlange dictatuur van de markt.”

Alles goed en wel, maar de politiek heeft de afgelopen maanden in de aanpak van de crisis nog niet veel laten zien, met uitzondering van de minister en staatssecretaris van Financiën. Daar is een reden voor.

Van oudsher wordt de politiek gedomineerd door juristen. In deze tijden is er echter geen behoefte aan juridische technocraten die als een beheerder te werk gaan. We hebben specialisten nodig die Nederland voorzichtig en zorgvuldig langs de financiële afgrond loodsen.

Helaas, zowel Kamer als kabinet mist op economisch gebied de nodige kennis. In het kabinet, dat 27 personen telt, zitten maar twee mensen met een afgeronde studie algemene economie, en twee bedrijfseconomen. Slechts vijf hebben werkervaring in het bedrijfsleven of waren ooit ondernemer.

In de Tweede Kamer is het beeld nog treuriger. Een blik op de officiële cv’s van onze volksvertegenwoordigers leert maar 51 van de 150 ooit een betrekking heeft gehad bij een onderneming, of ondernemer was. En dan reken ik voormalig verkoopmedewerksters van de Hema, oud-journalisten, eenjarige arbeidscontracten en eigenaren van vage eenmanszaakjes mee. Het is beschamend. Bij een partij als GroenLinks heeft niemand ooit bij een bedrijf gewerkt. Hele partijen leunen op een enkele econoom, of ze hebben er zelfs geen een.

In de commissie die ons financiële stelsel onderzoekt, zit één econome. Maar ook Jan Schinkelshoek, de CDA’er die een professor imiteert maar nooit verder is gekomen dan een middelbareschooldiploma, heeft er zitting in.

Enthousiasme kan een hoop ondervangen, maar voor een bezuinigingsronde van 35 miljard zie ik graag een betere ondersteuning dan de stagiair van een gemiddeld Kamerlid. Een beetje bijles kan geen kwaad. Die twintig ambtenarencommissies zijn zo gek nog niet.

import g b j jr