Lekker doorwerken

Elke week op de website: één artikel uit HP/De Tijd. Deze keer de wekelijkse column van Beatrijs Ritsema die betoogt dat langer doorwerken status, maatschappelijke betrokkenheid en een natuurlijk dagritme oplevert.

De Aow gaat naar 67 jaar, daar helpt geen moedertje lief meer aan. In de ons omringende landen speelt dezelfde bezuinigingsproblematiek en overal wordt de grens voor de staatsuitkering een eindje naar achteren verschoven. De discussie gaat er nu over hoe zwakke groepen kunnen worden ontzien via uitzonderingsregelingen. Sommigen bepleiten bijvoorbeeld dat mensen met zware beroepen minder lang hoeven door te werken dan mensen met lichte beroepen. Jammer genoeg is de zwaarte van een beroep niet objectief vast te stellen. Er zijn betonvlechters die elke dag fluitend naar hun werk gaan en je hebt computerklerken met een muisarm en een burn-out. Voor de ene leraar is het werk zijn lust en zijn leven, de ander smacht al op z’n vijftigste naar de rust van de stacaravan.

Groen Links ziet meer in de duur van het arbeidsverleden. Mensen met een laag inkomen (vaak ook de fysiek zwaardere beroepen) zijn doorgaans op jongere leeftijd met werken begonnen, raken eerder versleten en zouden dus eerder recht moeten hebben op Aow. Pakweg na veertig jaar werken. Mensen met hoge inkomens zijn later begonnen en kunnen dan ook langer doorgaan. Een dergelijke opzet zou mij persoonlijk wel goed uitkomen, want toevallig ben ik als hoogopgeleide al op mijn negentiende begonnen met een baantje en heb sindsdien nooit zonder betaald werk gezeten. Dit zou mij in de GroenLinks-optiek vanaf mijn 59ste recht geven op Aow, wat natuurlijk niet de bedoeling kan zijn. Ik heb altijd plezier in mijn werk gehad en het lijkt me raar om dat plezier te belonen met vervroegd geld van de staat. Het omgekeerde (mensen met vervelend werk eerder vrij geven) is ook raar. Werk zou niet zo vervelend moeten zijn dat mensen alleen maar naar het einde van hun werkend bestaan verlangen. Dan moet ofwel het werk beter worden ingericht zodat mensen er niet zo zwaar onder lijden, ofwel het moet beter worden betaald, ofwel de werknemer moet een ander baantje zoeken dat wel voldoening geeft.

Veertig jaar is sowieso kort voor een werkend bestaan, in aanmerking genomen dat mensen gemiddeld tachtig worden. De helft van de totale levensloop besteden aan productieve arbeid vind ik echt niet veel. Daar kan best wat bij zonder dat er meteen sprake is van knechting van oudjes. De meeste zestigers zijn vitale senioren die prima voor zichzelf kunnen zorgen zonder staatsondersteuning. Daarom is het plan voor een langdurig uitgesmeerde invoering van de nieuwe leeftijdsgrens ook niet goed. Als de Aow-leeftijd per geboortejaar met een maand opschuift, dan is de nieuwe situatie pas over 24 jaar bereikt, wat betekent dat de babyboomers nauwelijks iets hoeven in te leveren en de generaties na hen veel meer. Het is eerlijker om de overgangsperiode minder lang te laten duren (hooguit een jaar of twaalf), zodat ook de huidige vijftig-plussers hun steentje bijdragen. Er is tenslotte geen goede reden te bedenken om vijftigers wel uit de wind te houden, en veertigers en nog jongere generaties niet.

Langer doorwerken zou voor veel werkenden goed kunnen uitpakken. Zeker in de hogere beroepen, waar werk een groot deel van de identiteit uitmaakt, zullen veel mensen het helemaal niet erg vinden om er twee jaar langer mee door te gaan. Het geeft status en betrokkenheid bij het maatschappelijk leven en het geeft de dag een natuurlijk ritme. In de lagere beroepen speelt status een minder grote rol, maar identiteit is daar evengoed belangrijk, net zoals het idee om iets nuttigs bij te dragen.

Voorwaarde voor langer werken is wel dat leeftijdsdiscriminatie bij sollicitaties wordt afgeschaft. Nog steeds zijn werkgevers vooral in jongere sollicitanten (25 tot 35 jaar) geïnteresseerd. Boven de veertig wordt het al moeilijk en 45-plussers gaan door voor bijna onbemiddelbaar, tenzij het om hotshots en gevestigde namen gaat die iedereen wel wil hebben. Maar een gewone man of vrouw van tegen de vijftig die op een gemiddeld niets-bijzonders-baantje solliciteert, heeft de grootste moeite om serieus genomen te worden, ook of misschien wel juist als hij zich bereid toont om met minder salaris genoegen te nemen dan waar zijn gevorderde leeftijd hem recht op geeft.

Als oudere werknemers langer moeten blijven werken, dan moet er ook niet meer worden gezeurd over babyboomers die plaatsen van jongeren bezet houden. Dan is een leeftijd van vijftig het nieuwe veertig, waarna nog een carrière van 17 jaar kan volgen.

Beatrijs Ritsema