Wie geloven we nog?

Nederland communiceert zich een ongeluk. Maar het gevoel dat iets onomstotelijk ‘waar’ of ‘helder’ is, brokkelt af. Grote vraag: wie kunnen we nog geloven? Wie heeft het gezag en de visie om orde te scheppen in de chaos? ‘De meeste politici kun je doorstrepen,’ zegt opiniepeiler Maurice de Hond. ‘Job Cohen geeft het zelfs ruiterlijk toe: ‘We zijn maar amateurs.’

Praten, ja, dat doet iedereen meer dan ooit. Op tv, op de radio, in het café, over de mail, door de telefoon, via sms, Twitter of Facebook. Maar het gevoel dat we er fundamenteel iets mee opschieten, misverstanden worden opgeruimd of wantrouwen wordt opgeheven, neemt af. Want wie is er nou niet al pratend bezig zijn eigen straatje schoon te vegen? Zijn eigen ervaring zwaarder te laten wegen dan die van anderen? Zich mooier voor te doen dan hij is?

De ratrace perst iedereen in een mal, die kracht, sluwheid en timing van het taalgebruik eist. Gevolg? Een eindeloze stroom gladde praatjes. Wie heeft nog het vermogen ‘koud’ te zijn? Zich uit de dagelijkse nieuwsstroom los te weken en de grote lijnen, helemaal los van gevestigde belangen, in beeld te brengen? De kredietcrisis heeft recentelijk nog aangetoond dat er evenveel verklaringen en analyses bestaan als economen. En zelfs het zogenaamde ‘klimaatprobleem’, dat soms de vorm lijkt aan te nemen van een nieuwe religie, wordt tot de grond toe betwist door hele knappe koppen. Waar, o, waar, is het houvast?

Aan Het Binnenhof hoef je het niet te zoeken. De politieke arena is duidelijker dan ooit een spiegelspel geworden, waarin de waan van percepties en opiniepeilingen regeert. Tactiek lijkt het hoogste goed. Neem het huidige succes van D66-fractieleider Alexander Pechtold, die niet geroemd wordt om de helderheid of consistentie van zijn standpunten maar om de handige manier waarop hij in het kiezersgat tegenover Geert Wilders springt. En wat erger is: de parlementaire pers speelt het spel doodleuk mee, beloont kortademige successen met vluchtige titels als ‘De politicus van het Jaar’.

Het gehele artikel staat in de HP/De Tijd van deze week.

Hans van Willigenburg